alle-beschikbare-artillerie
Alle beschikbare artillerie...

6.1.2 Reactie op Discussiestuk 6: Waar een klein land groot in kan zijn

In de Sinte Barbara 2025, nr 1, pagin 21 verscheen een opiniestuk van Maj D. Schotmeijer – Plv Projectleider

‘Versterken Vuursteun’., in nr 2 pagina 31 verscheen hierop van Lkol Christian Kamphuis een reactie (6.1). Onderstaande reactie van Kol Rienk Sijbrandi MA is weer een reactie op deze reactie.

Mijn reactie richt zich voornamelijk op het eerste deel van het artikel van collega Christian Kamphuis, gepubliceerd in de St. Barbara, editie 2025-2 en op sociale media. Hierin stelt hij de geschiktheid van de PzH2000 – in de volksmond ‘Pantserhouwitser’ – als vuursteunmiddel op brigadeniveau ter discussie.

Hoewel ik me in sommige van zijn kritische kanttekeningen kan vinden, wil ik graag mijn eigen perspectief delen. Deze visie is gevormd door mijn ervaring als batterijcommandant (2005–2007), de periode dat de Pantserhouwitser werd ingevoerd, de vrijwel directe inzet in Afghanistan, en als afdelingscommandant in de periode 2016–2019.

Inzet in Oekraïne

Christian uit twijfels over de inzetbaarheid van de Pantserhouwitser in de Oekraïense strijd tegen Russische agressie. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik geen gedetailleerde informatie heb over het operationele gebruik aldaar. Wat ik wél kan duiden, is de enorme kennis- en cultuuromslag die de introductie van de Pantserhouwitser in 2006 met zich meebracht.

De overstap van de M109 naar de PzH2000 maakte in één klap dertig jaar opgebouwde collectieve kennis grotendeels overbodig. Waar voorheen een ferme trap volstond om een storing te verhelpen, deden stofzuigers hun intrede om de vuurmond inzetbaar te houden. Die omslag vergde jaren. Als het referentiekader van Oekraïense artilleristen een Sovjet-D30 getrokken 122mm-kanon is, vermoed ik dat hun cultuurschok nog groter is geweest dan de onze destijds.

Tegelijkertijd is het riskant om het Russisch-Oekraïense conflict als universele maatstaf te nemen. Ter illustratie mijn ervaring als deelnemer indertijd aan de jaarlijkse Future Artillery Conference in Londen:

  • In 2010 bepaalden de conflicten in Afghanistan en Irak het denken: artillerie werd vooral vanaf compounds ingezet, en vuurmondverplaatsing per helikopter was cruciaal. De Amerikaanse M777, een lichtgewicht getrokken 155mm-kanon, werd als ideaal beschouwd.
  • In 2012 bepleitten de Fransen – op basis van hun ervaringen in Mali – juist dat vuurmonden dagelijks grote afstanden (tot 500 km) moesten kunnen afleggen. De gemotoriseerde Caesar leek daarvoor het meest geschikt.
  • In 2014, na de Russische annexatie van de Krim en de inval in Oost-Oekraïne, verschoof de focus opnieuw: eigen bescherming en tactische terreinvaardigheid werden weer leidend. Plotseling werd de Pantserhouwitser de go-to vuurmond.

De les? Dreigingen veranderen snel. Het is ondoenlijk – en onbetaalbaar – om daar telkens volledig op te anticiperen. Je werkt met wat je hebt, en past dat zo goed mogelijk aan de veranderende omstandigheden aan.

Pantserhouwitser: de ultieme oorlogsmachine?

Christian zet vraagtekens bij de reputatie van de Pantserhouwitser als ultieme oorlogsmachine voor de artillerie. Terecht, want de vuurmond lijkt inderdaad meer door technici dan door tactici te zijn ontworpen. Ik heb mij altijd afgevraagd wat de toegevoegde waarde is van de degraded mode die het mogelijk maken om twintig minuten na een vuuraanvraag alsnog handmatig een schot af te geven. Deze functionaliteit getuigt van weinig tactisch realisme en maakt het systeem onnodig complex. Ik hoop dan ook dat bij de ontwikkeling van de Mid-Life Update (MLU) nadrukkelijk wordt geluisterd naar ervaringsdeskundigen.

6.1.2 Reactie op Discussiestuk 6: Waar een klein land groot in kan zijn

Met de stelling dat de Pantserhouwitser technisch kwetsbaar is, ben ik het deels eens. Hoogtechnologisch materieel is nu eenmaal gevoeliger voor storingen dan eenvoudiger systemen. Maar dat is niet per se een zwakte. Tijdens de oefening Bison Drawsko in februari 2017 moest de commandant van het Amerikaanse 329th ‘Pacesetter’ Battalion al zijn achttien M109 Paladins van de trein slepen wegens onderstelstoringen – voor M109 oudgedienden geen onbekend fenomeen. Hij was onder de indruk van onze Pantserhouwitsers, Boxers (toen nog wel…) en Fenneks. Toen ik hem uitlegde dat hoogwaardig materieel vaker storingen kent, antwoordde hij (vrij vertaald): “Dat zal wel, maar als mijn spullen het doen, heb ik nog steeds oude meuk…”

We kunnen veel leren van de onderhoudsfilosofie in de luchtvaart. Tijdens mijn ISAF-periode in 2006 beschikte de Air Taskforce over acht Apache-gevechtshelikopters, waarvan er structureel zes inzetbaar waren. Redundantie was ingebouwd. Net als in de civiele luchtvaart was het onderhoudsproces gericht op het voorkomen van storingen tijdens gebruik, door preventief onderdelen te vervangen op basis van draaiuren en conditie.

Met het SAP-systeem heeft de landmacht de mogelijkheid om een vergelijkbare aanpak te hanteren. In plaats van alles te willen garanderen en op het cruciale moment uit te vallen, kunnen we downtime benutten om preventief onderdelen te vervangen die hun maximale gebruiksduur naderen. Zo verhogen we de beschikbaarheid tijdens uptime.

De reorganisatie naar acht in plaats van zes vuurmonden per batterij biedt bovendien enige redundantie. Door het gevecht te ‘lezen’ kan de (batterij)commandant anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. Voorwaarde is uiteraard wel dat er voldoende reservedelen beschikbaar zijn. Al sinds de introductie van de Pantserhouwitser is dit een kwetsbaar en frustrerend punt geweest. Maar reservedelen is grotendeels een kwestie van geld – en dat was er lange tijd niet. Met het verhoogde defensiebudget ga ik ervan uit dat dit inmiddels is opgelost.

De artilleriebrigade

Ik ondersteun het pleidooi van Christian voor het oprichten van een specifieke artilleriebrigade ten behoeve van 1 (GE/NL) Corps. Ik ben echter geen voorstander van het overhevelen van de huidige Pantserhouwitsers naar die brigade en het aanschaffen van een ander type vuurmond voor de gevechtsbrigades.

Een belangrijke reden hiervoor is dat het inbedden van Pantserhouwitser-capaciteit op legerkorpsniveau, gelet op de afstanden waarover het legerkorps doelen dient aan te grijpen, slechts beperkt meerwaarde biedt.

Ik pleit juist voor uitbreiding van het aantal Pantserhouwitsers, gebaseerd op de vuistregel dat een brigadeafdeling minimaal evenveel vuurmondbatterijen heeft als het aantal gevechtsbataljons binnen de brigade. Daarbij speelt ook mee dat de relatief kleine verzorgingsaantallen binnen de Koninklijke Landmacht pleiten voor één type vuurmond.

Conclusie

Met een MLU-Pantserhouwitser, voldoende reservedelen en een slim onderhoudssysteem zijn we op brigadeniveau in mijn ogen superieur aan onze Russische tegenstander. De artilleriebrigade stelt andere eisen aan haar bestrijdingsmiddelen. Met het nieuwe PULS-raketsysteem hebben we dat antwoord mogelijk al in huis.

Andere artikelen

Login ledengedeelte VOAWEB