alle-beschikbare-artillerie
Alle beschikbare artillerie...

6.1 Reactie op Discussiestuk 6: Waar een klein land groot in kan zijn

 

 

Artillerie: hoe een klein land nog
groter kan zijn

Dit artikel schrijf ik als een reactie op het artikel ‘Artillerie, waar een klein land groot in kan zijn’, van de hand van majoor Dennis Schotmeijer. Ik wil als eerste benadrukken dat ik de oproep in dit artikel om de artillerie te laten groeien ondersteun.
Dit artikel bestaat uit twee delen. In het eerste deel stel ik de geschiktheid van de PzH2000 als brigade vuursteunmiddel ter discussie en doe ik een suggestie waar de PzH2000 wel in te zetten. In het tweede deel pleit ik voor het oprichten van een nog ambitieuzere Nederlandse artilleriebrigade in analogie met 1 legerkorps artillerie zoals Nederland dit kende tot 1992.

De PzH2000 is niet geschikt voor brigade afdelingen veldartillerie

Om met de deur in huis te vallen trek ik meteen de reputatie van de PzH2000 als ultieme oorlogsmachine voor de veldartillerie in twijfel. Om dit te onderbouwen gaan we eerst terug in de tijd naar de conceptie van dit wapensysteem.
Het concept van de PzH2000 stamt al uit de jaren ’80, waarbij de Bundeswehr een antwoord zocht op het artillerie overwicht van het Warschaupact en de snelle bestrijdingscyclus voor counter battery fire van het Warschaupact in die tijd (toen al tien tot vijftien minuten wanneer effectoren waren gekoppeld aan radarsystemen zoals de 1L219 Zoopark-1 counter battery radar). Het antwoord werd een zwaar gepantserd systeem dat kon schieten en alweer weg was voor de vijand de locatie van het schot kon bepalen en terugschieten. Het concept is doorontwikkeld na de Koude Oorlog, in een situatie waarin een near-pear conflict onwaarschijnlijk leek, luchtoverwicht gegarandeerd was en de logistieke aanvoer ook gegarandeerd was. De Bundeswehr zelf heeft de PzH2000 in 1998 in gebruik genomen, en in 2005 was 14 Afdeling veldartillerie de eerste Nederlandse eenheid die dit systeem in gebruik nam als vervanger van de M109.
Iedereen die de overgang heeft meegemaakt van de M109 naar de PzH2000 weet dat de PzH2000 in potentie een veel krachtiger en dodelijker systeem is vergeleken met de meer analoge M109. Hij kan zelf zijn positie en richting bepalen, daardoor daadwerkelijk shoot-and-scoot toepassen, heeft een grotere dracht en biedt betere bescherming aan de bediening. Het is simpel gezegd een indrukwekkend, zeer geavanceerd bakbeest vergeleken met zijn voorganger. Hij is echter ook veel gevoeliger voor storingen. Niet alleen zijn er meer storingen, maar problemen die bij de M019 binnen het peloton of batterij zelf werden opgelost vereisen nu een onderhoudsloods en het herstelpeloton. Alleen al het feit dat er een stofzuiger bij de uitrusting zat om het apparaat schoon te houden deed ons wel de wenkbrauwen fronsen toen hij instroomde vanaf 2005. Ook toen vroegen wij ons af hoe we moesten vechten met een machine die zo gevoelig was.

Vanaf 2006 kregen we de kans om te testen hoe de PzH2000 zich hield onder inzetomstandigheden. De inzet door Nederland in Uruzgan liet al zien hoe kwetsbaar het systeem was voor terrein en klimatologische omstandigheden, slijtage etc. Omdat er weinig werd verplaatst met het systeem, en het voornamelijk op een base stond opgesteld in een geconditioneerde shelter lukte het wel om het systeem inzetbaar te houden. Dit lukte eigenlijk alleen omdat er altijd drie systemen in het theater waren, zodat op twee locaties altijd een systeem inzetbaar was en een derde in reserve werd gehouden zodat er kon worden doorgewisseld voor preventief en correctief onderhoud.

De echte lakmoesproef was en is de oorlog in Oekraïne. De inzet in dit conflict laat op een niets verhullende manier zien wat de beperkingen van dit technologisch hoogstaande, maar storingsgevoelige systeem zijn. De Bundeswehr zegt hierover zelf het volgende:

‘De PzH2000 is een uitstekend wapensysteem, maar vertoont zo’n hoge technische kwetsbaarheid dat de geschiktheid ervan voor oorlogsvoering ernstig in twijfel wordt getrokken’

 

Wheeled self-propelled howitser
Caesar
RCH 155

Helemaal voor de gevechtsbrigades die langdurig in contact zijn met de tegenstander is dit een onoverkomelijk probleem. Oekraïne zet de PzH2000 ook niet in binnen de gevechtsbrigades, maar net als de HIMARS worden zij ingezet binnen speciale artillerie brigades die met name de diepe operatie en de counter battery cyclus ondersteunen van het operationele niveau boven de brigades.

Het is ondertussen hoog tijd dat wij gaan toegeven dat de PzH2000 niet is wat wij hadden gehoopt, en daarmee ook de keuze maken om andere systemen in te voeren binnen de brigade afdelingen. Een systeem, dat minder gevoelig is voor storingen en beter is toegerust op langdurige inzet aan het front. Dit moet nog steeds wel een systeem zijn in lijn met het concept dat de PzH2000 ons biedt. Namelijk dat van een autonoom en mobiel systeem met lange dracht, dat dusdanig snel shoot-and-scoot kan toepassen dat het veilig is voor vijandelijke counter battery fires.
Welk systeem dit exact moet zijn dient verder onderzocht te worden, maar het is aan te raden om te kiezen voor systeem met onderstel op wielen. Die zijn over het algemeen namelijk makkelijker in het onderhoud en bieden grotere operationele mobiliteit. Een systeem als de Franse Caesar dat zichzelf heeft bewezen in Oekraïne is het overwegen waard. De RCH 155 op Boxer is ook een optie, maar dit systeem heeft mogelijk enkele van dezelfde nadelen als de PzH2000. Een andere optie die gebruik maakt van dezelfde 155 L52 schietbuis als de PzH2000 en RCH 155 is de wheeled self-propelled howitser van Rheinmetal op een MAN HX3 onderstel. Vooral de laatste, maar ook de RCH 155 in mindere mate, hebben een bijkomend nadeel dat ze nog niet daadwerkelijk in productie zijn genomen of langdurig onder gevechtsomstandigheden zijn ingezet.

Het eerste legerkorps eind jaren ‘80}

De artillerie brigade bezien vanuit historische context

Is er dan helemaal geen plek meer voor de PzH2000? Die is er zeker wel. Dit wapensysteem is prima op zijn plek binnen de al door majoor Schotmeijer voorgestelde artillerie brigade. Om de door mij gewenste samenstelling van de Nederlandse artillerie brigade beter in te leiden wil ik eerst terug naar hoe Nederland de vuursteun had georganiseerd in de jaren ’80.

Tot 1992 hadden wij een eigen legerkorps bestaande uit drie divisies. Deze divisies bestonden elk uit twee pantserinfanteriebrigades en een pantserbrigade. De gevechtsbrigades hadden allemaal de beschikking over een afdeling M109 155mm gemechaniseerde houwitsers met achttien stukken verdeeld over drie batterijen. Daarnaast was er een hele reeks aan legerkorpstroepen. Die werden bij inzet deels aan de divisies toebedeeld, en deels onder legerkorpsleiding gehouden. Een van deze formaties op legerkorpsniveau was 1 Legerkorps Artillerie. Dit was qua omvang feitelijk een kleine artillerie divisie (!). Dit bestond eind jaren ’80 na mobilisatie uit:

Stafbatterij 1LK

4x stafdetachement voor het formeren van een veldartilleriegroep

19 Batterij Speciale Opdrachten (stafelement dat M110’s onder bevel kon nemen voor nucleaire taken)

Artillerie meetafdeling met (meteo, terreinmeten, geluidsmeetdienst, wapenlocatie radar)

Afdeling M109 155mm gemechaniseerde houwitsers

Zes afdelingen M114 155mm getrokken houwitsers

Vier afdelingen M110 203mm gemechaniseerde houwitsers, dual capable

Afdeling MGM-52C Lance ballistische grond-grond raket, dual capable

Twee batterijen M270 MLRS

Vier infanterie beveiliging compagnieën (met name bewaken nucleaire eenheden)

1 Legerkorps Artillerie beschikte ook over zogenaamde dual capable eenheden. Deze waren in staat om nucleaire munitie te verschieten die in voorkomend geval zou worden aangeleverd door de US Army. Naast deze vorm van inzet kende 1 legerkorps artillerie drie hoofdtaken:

Grondwapensysteem bestrijding

Het leggen van een zwaartepunt door het toebedelen van middelen aan de divisies en vuurversterking (van de brigade afdelingen)

Ondersteunen diepe operatie divisie en corps (in beperkte mate)

Ik wil graag benadrukken dat de gevechtsbrigades toen geen diepe operaties kenden. Die deden het nabijgevecht en beveiligden het eigen achtergebied. Diepe operaties en counter battery fire waren specifiek voor de divisies en het legerkorps.
Om invulling te geven aan haar drie hoofdtaken formeerde 1 Legerkorps Artillerie bij inzet vier veldartilleriegroepen bestaande uit een staf, meerdere afdelingen/batterijen en elementen van de meetafdeling. Deze werden toebedeeld aan de divisies, of bleven onder rechtstreeks bevel van commandant 1 legerkorps artillerie. Dit was overigens afwijkend van veel andere NAVO-landen in die tijd. Die hadden per brigade een afdeling, een vaste artilleriegroep per divisie en daarnaast nog artillerie-eenheden op legerkorps niveau.

Nadat het legerkorps werd opgeheven ontstond er een andere situatie. In 1995 werd 1 German Netherlands Corps (1GNC) opgericht, toen met een grotendeels staande organisatie bestaande uit onder meer twee Duitse divisies, en als belangrijkste Nederlandse bijdragen 1 Divisie 7 december en 11AMB en het KCT als legerkorps troepen. De zware legerkorps artillerie zou worden ingevuld door Duitsland. Voor Nederland resteerden qua vuursteun de brigade afdelingen met de M109 en een deels mobilisabele divisie veldartilleriegroep voor de resterende divisie. Die bestond na mobilisatie uit een staf batterij, een afdeling M114 (later een batterij FH70), enkele afdelingen M109, twee batterijen MLRS en een artillerie ondersteuningsbatterij. De taken waren in concept hetzelfde als voorheen, alleen nu specifiek voor de enige nog resterende Nederlandse divisie.

In een recent artikel pleit Lkol Marnix Felius voor het herinrichten van een staand Duits-Nederlands legerkorps, met vaste eenheden. Dit is een oproep tot een moderne variant van hoe 1GNC tussen 1995 en 2002 was georganiseerd. Vanaf 2002 transformeerde 1GNC in een Rapid Reaction HQ zonder vaste eenheden.
Deze oproep van Lkol Felius ondersteun ik van harte. Binnen deze context past ook de al door majoor Schotmeijer voorgestelde Nederlandse artillerie brigade. Deze artillerie brigade moet wederom invulling kunnen geven aan het steunen van de diepe operatie van het corps en/of divisie, counter battery fires, en een zwaartepunt kunnen leggen door het toebedelen van capaciteiten en vuurversterking van de brigade afdelingen.

concept NLD artillerie brigade

In zijn artikel pleit majoor Schotmeijer ervoor om de batterijen PULS bij de brigade afdelingen weg te halen en deze om te vormen tot een afdeling PULS, waarbij deze moeten uitgroeien tot drie afdelingen PULS binnen een Nederlandse artillerie brigade. Ik onderschrijf deze oproep van harte. Dit raakt overigens ook aan een bredere discussie over de scope van de taken en verantwoordelijkheden van een gevechtsbrigade en de alsmaar uitdijende brigadestaven. Dit is een discussie die gevoelig ligt en ook gaat over de invulling van het operationeel raamwerk door de brigades. In Oekraïne zijn veel taken en verantwoordelijkheden die wij nog wel bij een gevechtsbrigade beleggen daar weggehaald en op een hoger dek gelegd. Een open en eerlijke gesprek met onze Duitse collegae is nodig om duidelijk doctrinair te gaan vastleggen wie wat gaat doen op welk niveau, en welke fysieke dimensies hierbij horen. Wat de uitkomsten hiervan ook gaan zijn, de PULS is een wapensysteem dat een te grote dracht heeft om volledig tot zijn recht te komen op het brigade niveau. Dit systeem is bij uitstek geschikt om invulling te geven aan de diepe operaties op divisie en corps niveau, het uitvoeren van counter battery fires, en ook nog voor het leggen van een zwaartepunt. In navolging van majoor Schotmeijer pleit ik er daarom ook voor dat dit systeem de ruggengraat vormt van de nog op te richten Nederlandse artillerie brigade.

Zoals al eerder gezegd kan ook de PzH2000 tot zijn recht komen binnen de artillerie brigade. Dit systeem is sowieso geschikt voor het leggen van een zwaartepunt en het leveren van vuurversterking. Daarnaast kan de PzH2000 ook nog een bijdrage leveren aan counter battery fires, en (beperkter dan raketartillerie) de diepe operatie steunen (afhankelijk van de dimensies van het divisie- en corps vak). In plaats van twee afdelingen van vierentwintig PzH2000 bij 13X en 43X, komen er twee afdelingen van vierentwintig PzH2000 bij de artillerie brigade.

Om daadwerkelijk een artillerie brigade te zijn moet deze eenheid ook nog over andere capaciteiten beschikken zodat de eenheid invulling kan geven aan de eerder genoemde taken:

Als eerste is er behoefte aan een C2 element dat dienst kan doen als coördinerend een bevelvoerend element voor de corps artillerie, maar dat ook elementen kan uitbrengen om een of meerdere veldartilleriegroepen aan te sturen. Dit element moet flexibel genoeg zijn ingericht om ook de rol van counter battery fire HQ (CBF HQ) in te kunnen vullen. De veldartilleriegroepen kunnen eventueel direct onder bevel worden gesteld bij een divisie. Ik pleit hier overigens niet voor het standaard optreden met veldartilleriegroepen. Ik pleit ervoor de C2 zo in te richten dat dit georganiseerd kan worden indien nodig. De artilleriebrigade, en dan dus met name het C2 element dient ook in staat te zijn om extra vurende eenheden onder bevel te nemen die andere NAVO partners eventueel aanbieden. Het integreren van de juiste gateways en het voldoen aan de benodigde NAVO (C4I) standaarden is dus essentieel.

Ten tweede is de artillerie brigade ook Target Acquisition (TA) middelen nodig en Intelligence Surveillance and Reconnaissance (ISR) middelen voor het uitvoeren van Battle Damage Assesment (BDA). De eenheid die invulling geeft aan deze taak kan bestaan uit diverse actieve en passieve sensoren zoals radarsystemen, geluidmeetsystemen en Unmanned Aerial Systems (UAS). Waar nodig en mogelijk kunnen sensoren ook (tijdelijk) worden toebedeeld aan de artilleriegroepen of zelfs afdelingen. Overigens is het ook mogelijk dat de genoemde TA en ISR middelen deel uitmaken van een breder pallet aan middelen in een Military Intelligence brigade op corps niveau, die inlichtingen operaties en targeting processen in brede zin ondersteunen. Persoonlijk heb ik een voorkeur voor specifieke aan bestrijdingsmiddelen gekoppelde middelen die daarnaast een bijdrage leveren aan de inlichtingenplaat op corps niveau. Met name counter battery fire is een specifieke taak die eigen sensoren en verwerkingscapaciteit vereist.
Om verdere zelfstandigheid te garanderen moet ook worden gekeken naar het onderbrengen van een flexibele schil aan meteo en terreinmeet/milgeo capaciteiten in analogie met de artillerie meetafdeling/artillerie ondersteuningsbatterij van weleer. Dit kan eventueel (deels) via een reachback constructie naar elementen buiten de gevechtszone. Dit is ook bedoeld voor specifieke steun richting overige artillerie en mortiereenheden binnen het corps.

Ten derde moet er ook naar andere manieren worden gekeken om invulling te geven aan de taken dan alleen met raketten en granaten. In Oekraïne zijn Combat-UAS bijvoorbeeld integraal onderdeel geworden van de counter battery cycli. Daarom heeft de artilleriebrigade naast UAS als ISR/TA middel ook de behoefte aan Combat-UAS.

Ten vierde zijn veel middelen binnen de artillerie brigade lonende doelen voor de vijand. Dit zullen voor hem High Pay-off Targets zijn. Daarom moet de brigade ook een eigen Force Protection (FP) eenheid hebben die zich richt op:

Veldversterkingen

Camouflage

Misleiding (opblaasbare decoys)

Fysieke beveiliging op de grond tegen vijandelijke SOF/verkenners/diepe operatie

Counter-UAS

Als laatste dient de brigade ook te beschikken over eigen logistiek ondersteuning. Op zijn minst bestaat dit uit een eenheid met ruime hoeveelheden middelen voor de aanvoer van KLV en het liefst ook nog KLIII. Dit kan in de vorm van dedicated eenheden binnen het B&TCo, maar ook in de vorm van eigen logistieke eenheden ingebed in de artillerie brigade. Gezien de mechanische kwetsbaarheid van de PzH2000 is het ook wenselijk dat de brigade eigen herstelcapaciteit krijgt met onder meer afdoende capaciteit voor Intermediate Level Maintenance van de PzH2000.
In de tijd van ons eigen legerkorps had iedere afdeling een eigen herstelpeloton, bevoorradingspeloton en geneeskundig peloton. Daarnaast bestonden er specifieke legerkorpsverzorgingsbataljons met elke een bevoorradings-, herstel-, en geneeskundige compagnie die de legerkorpstroepen steunden en de ketens sloten naar het achtergebied. Uiteraard moeten al deze ketens weer worden ingericht voor de artillerie brigade.

Bovenstaande voorstel zorgt voor een moderne re-incarnatie van 1 Legerkorps Artillerie. Het is goed om te beseffen dat deze eenheid grotendeels mobilisabel was met een vredessterkte van 2100 personen en een oorlogssterkte van 8800 personen. Dit systeem kan ook worden toegepast binnen de nog op te richten Nederlandse artillerie brigade. Zo kan er bijvoorbeeld worden gekozen om één afdeling PzH2000 en één afdeling PULS paraat te hebben en de rest mobilisabel. Er kan ook worden gekozen om per afdeling één batterij mobilisabel te houden. Ook de C2 elementen, FP eenheid, en logistieke eenheden hoeven niet geheel paraat te zijn, en kunnen deels of zelfs geheel mobilisabel zijn. Ook kunnen eenheden deels bestaan uit oorlogsfuncties gevuld door een nieuwe versie van de welbekende X-lastgeving van weleer. Dit betekent dat militairen elders binnen Defensie in oorlogstijd een functie gaan bekleden binnen de artillerie brigade. Er moet wel een plek worden gevonden voor het stallen van het mobilisabele materiaal en uitrusting. Dit moet ook periodiek onderhouden worden en mobilisabele en parate eenheden moeten elkaar ook af wisselen, want gebruik is ook een vorm van onderhoud.

De artilleriebrigade komt overigens ook veelvuldig voor binnen de Russische strijdkrachten. Er bestaan varianten die alleen beschikken over zware MLRS systemen of ballistische grond-grond raketten. De meest voorkomende variant kent een mix van houwitsers en Multiple Rocket Launch systemen. Binnen de Russische strijdkrachten is de anti-tank taak ook onderdeel van de vuursteun. Dus een Russische artillerie brigade omvat ook eenheden met bijvoorbeeld de MT-12 Rapira 100mm anti-tank kanon systemen (ook bruikbaar als lichte houwitser). De oplettende lezer heeft gezien dat ik taken toebedeel aan de FP eenheid die normaliter bij de genie thuishoren. In voormalige Oostblok landen, maar ook binnen de Russische strijdkrachten is het heel gebruikelijk dat artillerieregimenten en brigades een eigen genie peloton of compagnie hebben. Voor inspiratie hoe dingen in te richten, of juist om te leren hoe je dingen anders wilt inrichten, kan het geen kwaad om ook in de keuken van een ander te kijken. Binnen de strijdkrachten van de Russische Federatie heeft iedere leger (Rusland gebruikt nagenoeg geen legerkorps als organisatie niveau, maar organiseert divisies en zelfstandige brigades in legers) de beschikking over minimaal een artillerie brigade.

Generieke samenstelling Russische artillerie brigade

Tot slot

Wanneer we als Nederland kiezen voor een vervanger bij de gevechtsbrigades van de PzH2000 die geschikter is om langdurig oorlog te voeren, en daarnaast een artilleriebrigade oprichten dat zowel het corps en de divisie kan steunen als de brigades kan versterken met vuur, dan zullen we als klein land nog groter zijn. Tijdens de Koude Oorlog stonden wij erom bekend dat wij veel artillerie hadden in ons legerkorps. Wat mij betreft mogen we die reputatie weer krijgen, maar dan wel in een modern jasje. Hiermee dragen we substantieel bij aan het verbeteren van onze eigen slagkracht, Daarnaast doen we een flinke duit in het zakje bij het oplossen van de tekorten die er op dit moment zijn binnen de NAVO op het gebied van artillerie formaties op het niveau corps en divisie, zoals verwoord in het recente RUSI rapport ‘rebalancing European Joint Fires to deter Russia’. Want dat is toch het ultieme doel: afschrikken zodat we niet hoeven te vechten in Europa.

 

 

Andere artikelen

Login ledengedeelte VOAWEB