Eindelijk is het zover, we bevinden ons op dindsdagmiddag 23 juli 2024 met z’n elven in een prachtig verbouwde voormalige hoefsmederij, waar het Oorlogs- en Garnizoensmuseum “De Smederij” op het voormalige kazerneterrein in Ede haar domicilie heeft. Over belangstelling geen klagen, ook een lid van de afdeling Utrecht mag onze voorzitter Jan verwelkomen. Een en ander had nogal wat voeten in de aarde om te komen tot een plan, laat staan te komen tot een beslissing. Het had niet veel gescheeld of het plan was voortijdig afgeblazen, maar mede dankzij Jos K. kwam er een beslissing met als resultaat een niet slechts informatieve, maar ook gezellige middag.

Twee charmante dames bieden ons koffie en thee met iets lekkers erbij, waarna we worden verwelkomd door onze voorzitter, die het woord geeft aan de gastheer Lkol bd Vbdd Gerard G. Na een boeiende inleiding betreffende de militaire historie van Ede volgt een rondleiding langs de interessante en fraaie collectie militaire parafernalia uit lang vervlogen tijden.
Elementen uit de inleiding:
Tot begin vorige eeuw werden schietoefeningen gehouden op de door het hele land aanwezige kleine garnizoensschietbanen bij de resp. garnizoenen. Als gevolg van het in 1906 invoeren van een nieuw geweer met langere dracht was het om veiligheidsredenen niet meer gewenst van deze schietbanen gebruik te maken. Reden om uit te zien naar andere, ruimere mogelijkheden. Zo kwam de Veluwe met z’n slechte en onrendabele zandgronden en ruimte in beeld en kon schietterrein Harskamp ontstaan met kazernes in de regio. Het dorp Ede transformeerde vanaf begin vorige eeuw tot een garnizoensplaats met een viertal kazernes dichtbij de spoorlijn Utrecht-Arnhem. Met de bouw van de dichtst bij het station gelegen Johan Willem Friso- en Mauritskazerne, ten behoeve van twee infanterieregimenten, werd in 1904 gestart, waarna oplevering volgde in 1906. Verder op het terrein verschenen in 1908 de Van Essenkazerne voor een Artillerieregiment en de Arthur Koolkazerne ten behoeve van een Cavalerieregiment. Bij het begin van WO I in 1914 verdween het Cavalerieregiment en betrok een Artillerieregiment het vrijgekomen gebouw.


Verder werd op dit deel van het terrein in 1936 de Bergansiuskazerne gebouwd om de SROBA te huisvesten. Voor de vele paarden werden stallen en een hoefsmederij gebouwd. Een leuk weetje: de stallen voor de Artilleriepaarden waren ruimer dan die voor de Cavaleriepaarden omdat voor de Artillerie steviger paarden vereist waren dan voor de Cavalerie, die vooral snel en wendbaar dienden te zijn. In totaal waren er vier stallen en vier hoefsmeden, die elk ongeveer voor zeventig paarden het loopwerk verzorgden. Een eenvoudige rekensom leert ons dat er in totaal rond de tweehonderdtachtig paarden in de vier stallen op het kazerneterrein verbleven.

Tijdens WO II werden de kazernes door Duitse eenheden bevolkt en wel in de oostelijker gelegen Simon Stevin- en Elias Beekmankazerne waar SS-eenheden huisden en de Johan Willem Friso- en Mauritskazerne waar de Kriegsmarine verbleef. Voor en tijdens de luchtlandingen, in het kader van de operatie “Market Garden”, vonden rond 17 september 1944 zware geallieerde bombardementen plaats op de Edese kazernes en helaas ook op een Edese woonwijk. Zowel op de kazernes als in delen van Ede was de schade groot en vielen er veel doden en gewonden.
Tijdens WO II werden de kazernes door Duitse eenheden bevolkt en wel in de oostelijker gelegen Simon Stevin- en Elias Beekmankazerne waar SS-eenheden huisden en de Johan Willem Friso- en Mauritskazerne waar de Kriegsmarine verbleef. Voor en tijdens de luchtlandingen, in het kader van de operatie “Market Garden”, vonden rond 17 september 1944 zware geallieerde bombardementen plaats op de Edese kazernes en helaas ook op een Edese woonwijk. Zowel op de kazernes als in delen van Ede was de schade groot en vielen er veel doden en gewonden.
Na WO II ontstond in de Edese kazernes de eenheid die troepen klaarstoomde voor optreden tijdens de politionele acties in toenmalig Nederlands Indië. In de vijftiger jaren, toen de Luchtdoelartillerie tot het grootste landmachtkorps groeide, ontstonden lua-opleidingseenheden (aanvankelijk Luaschool, later Opleidingscentrum Luchtdoelartillerie) in de Johan Willem Friso- en Mauritskazerne, later ook bevolkt door de parate 45 Afdltlua en idem 25 Afdltlua, in een later stadium omgevormd tot 25 Afdpalua. In de Van Essen- en Koolkazerne vond 106 Vbdbat onderdak en op de Simon Stevin- en Elias Beekmankazerne ontstond het Opleidingscentrum Verbindingsdienst, waarheen in de negentiger jaren ook de School Militaire Inlichtingendienst verhuisde.
Als bekend veranderde de taak van de krijgsmacht na de val van de muur ingrijpend met opheffen en reorganiseren van de krijgsmachtdelen tot gevolg. Ook viel in 2006 voor het garnizoen Ede het doek, de Luchtdoelartillerie verplaatste naar de voormalige vliegbasis “De Peel” in Brabant, de Verbindingsdienst verplaatste haar opleidingen naar Amersfoort. Na de interessante rondleiding en dankwoord van onze voorzitter volgde een drankje en werd de middag afgesloten met blauwe hap.























