De VOA stamt uit 1948 en een snelle rekensom leert dat onze Afdeling dit jaar in theorie dus 77 jaar bestaat. Heeft de Afdeling dan 17 jaar lang tot 1965 een sluimerend bestaan geleid waarover geen enkele noemenswaardige informatie beschikbaar is? Het uitstekend Afdelings archief biedt geen soelaas, opbouw daarvan is immers pas in ‘65 gestart, maar wij beschikken gelukkig over informatie uit eerste hand. Onze penningmeester, Lkol Cees Venemans, in ’65 nog een eenvoudige Elnt, kan zich de gebeurtenissen in dat jaar nog levendig voor de geest halen. Hij is pas afgestudeerd als kandidaat-notaris in Amsterdam en slaagt erin een passende positie in de provincie te vinden. Dat het in Arnhem is moet hij op de koop toe nemen. Geen Facebook, geen Instagram, geen TikTok, geen Youtube, geen WhatsApp, geen X en geen LinkedIn, dus een hele uitdaging om sociaal geïntegreerd te raken als je helemaal niemand kent. Pogingen om via zijn Friese wortels onderdak te komen bij de Arnhemse Fryske Krite mislukken jammerlijk, niet de juiste tongval. Plan B behelst de locale VOA. Naar zeggen moet die bestaan en komt maandelijks bijeen in de Rotonde van Musis. Het eerste bezoek levert niets op, geen enkel VOA lid. Tweede bezoek levert ook niets op. Ten einde raad schrijft hij een brief aan de toenmalige Voorzitter van de VOA, Bgen. Dürst Britt, of deze bekend is met de problematiek in Arnhem. Er volgt een standaardantwoord uit het Handboek Generaal; Venemans, het probleem is mij ter ore gekomen, doe er wat aan! Om een lang verhaal kort te maken, in oktober ’65 vindt de wedergeboorte van de Afdeling plaats en de verhuizing van Musis naar de gezellige Bodega. Hoewel we niet meer groeien, bloeien doen we al 60 jaar en dat vieren we vandaag. En omdat onze gezellige Bodega na 60 jaar niet zo gezellig meer is en we eigenlijk wel iets speciaals willen voor ons jubileum, heeft onze secretaris Jaap Dekker gezocht en de locatie gevonden waar we thans te gast zijn; Het Fort aan de Buursteeg in Renswoude. Het geïntegreerde Bezoekerscentrum Grebbelinie biedt de gastvrijheid die we zoeken en combineert dat met een interessant (militair) museum, een boeiende rondleiding en een kundige, gastvrije staf. Nu ligt het Fort niet in Gelderland, maar in Utrecht. Daarom hebben we onze zielsverwanten uit de Afdeling Utrecht/Noord Holland verzocht deel te nemen aan de feestelijkheden. Het blijft hier niet bij, zelfs vanuit Rotterdam is er belangstelling!

Vanaf 14.00 uur stromen de gasten, 12 in getal, binnen in de Grebbelounge. Voorzitter Jan van Oosterbos heet eenieder welkom. En hoewel het een feestelijke aangelegenheid betreft, staat hij even stil bij de dalende ledentallen binnen de traditionele VOA Afdelingen. Alleen de Afdeling Actief Dienenden, de Gunners, ontsnapt aan deze trend. Het ziet er niet naar uit dat Gunners in grote aantallen door (willen) stromen naar de traditionele regionale Afdelingen. De stroom Reserve Officieren is na het afschaffen van de opkomstplicht in 1997 helemaal opgedroogd. Het ledental daalt dus, maar de behoefte aan verbinding zal zeker blijven. Vandaar dat het onontkoombaar zal worden voor de Afdelingen waar mogelijk samen activiteiten te organiseren. Je hebt per slot van rekening overal een kritische deelname massa nodig. Dat blijkt vandaag, maar eerder hebben we dat al gezien bij de Barbaravieringen. Tezamen met Utrecht/Noord Holland hebben we er de afgelopen jaren een geslaagd evenement van gemaakt.
Inmiddels zijn de welkomstdrankjes genuttigd en worden we verzocht naar het museum boven te gaan. Daar is een expositie ingericht over de Grebbelinie. Een voorlichter doet uit de doeken waar de linie voor bedoeld was, welke rol het Fort erin speelt en hoe de ontwikkeling over de jaren is verlopen. Het is nu de beurt aan de 2e voorlichter, Bert Rietberg. Hij zou ons meenemen op een wandeltocht van 1 uur door het 15 hectaren grote Fort en daar enkele oude verdedigingswerken, kazematten en bunkers laten zien. Zonder twijfel zouden wij deze tocht 60 jaar geleden moeiteloos hebben volbracht, maar nu ziet Bert toch wel enkele probleempjes met het doorkruisen van de spoorlijn, de hoogteverschillen en de tropische temperatuur. Als alternatief biedt hij aan ons aan de hand van originele zeer broze oorlogsexemplaren van
Dagblad De Telegraaf mee te nemen door de laatste oorlogsjaren. Een goed idee! De berichtgeving daarin is uiteraard zeer gekleurd, maar toch komen zaken als de invasie in Normandië aan de orde. In de loop van ’44 – ’45 blijkt overduidelijk dat er een papierschaarste ontstaat. Van 2 pagina’s gaat het naar 1 en daarna zelfs naar 1/2. Hoe weinig ruimte er ook is, in iedere krant staan steevast de beurskoersen uit New York en Tom Poes, de strip van Marten Toonder.

De tijd voor aperitief en diner is aangebroken. Eenieder geniet in een ontspannen sfeer, oude herinneringen worden (wederom) gedeeld. Na een laatste kopje koffie bedankt de Voorzitter iedereen voor zijn of haar aanwezigheid en wenst iedereen een behouden thuisreis.