Gunners, lezers van Sinte Barbara,
Op het moment van schrijven van deze column staan we aan de vooravond van diverse relevante ontwikkelingen. Landelijk worden op Prinsjesdag de budgetten voor de komende periode bekend gemaakt, wat randvoorwaardelijk is om keuzes in investeringen vast te leggen in een Defensienota. Defensie was al aan het groeien en zal nog verder (moeten) groeien om te kunnen beschermen wat ons dierbaar is. Dit vraagt zowel iets van onszelf, maar ook van onze omgeving. In deze column daarom aandacht voor twee onderwerpen, bestuurlijke aandacht en reorganisatie.
Bestuurlijke aandacht
Zowel de groei van Defensie als de recente natuurbranden in Nederland en daarbuiten maken dat er veel bestuurlijke aandacht is voor de ‘fysieke leefomgeving’. Dit leidt tot diverse bezoeken aan de locatie ’t Harde doordat daar veel samenkomt. Deze bezoeken helpen om zaken inzichtelijk en tastbaar te maken voor de bestuurders. Denk hierbij aan oefenruimte, vergunningen, effecten van innovatie, balans met de natuur, veiligheid voor de omgeving, maar ook infrastructurele vraagstukken. De bezoeken lopen uiteen van lokale bestuurders die o.a. beter beeld willen krijgen bij de maatregelen n.a.v. de brand, tot een recent bezoek van de Minister van Defensie om meer beeld te krijgen bij oefenmogelijkheden en beperkingen en in hoeverre de wet op de defensiegereedheid hierbij gaat helpen.

Het is belangrijk dat wij dit soort bezoeken faciliteren. Enerzijds om uit te leggen wat wij doen, waar het goed loopt en waar wij vastlopen. Anderzijds ook om het gesprek aan te gaan, te horen waar zorgen bij bestuurders liggen en te identificeren waar gezamenlijke kansen liggen. Er is steeds meer maatschappelijk bewustzijn dat de weerbaarheid in Nederland omhoog moet. Dat helpt. Het is belangrijk dat wij als organisatie ook het bewustzijn hebben en houden dat wij deel zijn van de maatschappij en dat er wederzijdse belangen en afhankelijkheden zijn.
Reorganisatie
Sinds de Defensienota 2022 wordt gewerkt aan het multiproject Versterken Vuursteun. Belangrijke mijlpalen uit het verleden zijn de groei naar twee afdelingen en het inbedden van nieuwe capaciteiten als raketartilllerie en sensorcapaciteit binnen deze afdelingen. We naderen nu een paar nieuwe belangrijke mijlpalen van dit traject. Ik noem er twee. Op het moment dat u dit leest heeft net, per 1 oktober 2026, de omvorming van het Vuursteuncommando (VustCo) naar het Opleidings- en Trainingscentrum Artillerie (OTC Art) plaatsgevonden. Dit is meer een interne reorganisatie waarbij met name de vuursteunschool en de staf reorganiseren. Hier zal dan ook geen grotere externe communicatie over volgen.

De tweede en grotere stap volgt op 1-1-2027. Op dat moment worden de twee operationele afdelingen losgekoppeld van het OTC Art: 41 Afdva gaat naar 13 lichte brigade en 11 Afdra gaat naar 43 gemechaniseerde brigade. Daarmee beschikken de brigades weer over hun eigen brigade afdeling artillerie. Gelijktijdig wordt het OTC Art omgehangen van het Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL) naar het Opleidings- en Trainingscommando (OTCO). Dit is een belangrijke stap waar begin 2027 dan ook meer externe aandacht aan zal worden besteed. Kern daarbij is de brigades weer over hun eigen artillerie capaciteit beschikken waarmee zowel hun gevechtskracht als hun zelfstandigheid vergroot wordt. De afdelingen blijven overigens fysiek in ’t Harde.
Deze twee mijlpalen zijn belangrijk. Tegelijkertijd moeten we niet in de valkuil trappen te denken dat we klaar zijn. Er zijn nog voldoende aandachtspunten in de opbouw van de beide afdelingen en de nieuw opgerichte capaciteiten. Dit moet nog worden ingeregeld. Veel daarvan is al gepland, maar kost tijd. Hier geld een combinatie van druk houden en geduld hebben. Daarnaast wordt ook doorgekeken naar verdere groei. Besluitvorming hierover loopt deels nog. In een volgend nummer zal meer aandacht worden besteed aan zowel de omhanging van de eenheden als de doorgroei.






















