De zomer loopt alweer op zijn einde en langzamerhand is iedereen weer terug van een welverdiende vakantie en weer begonnen aan het normale ritme van het werkzame leven of indien van toepassing het leven na het beroepsmatig werkzame leven. Gezien de leeftijdsopbouw van onze leden geldt dat voor velen van ons. Dat is vaak net zo druk en soms nog drukker dan voor het functioneel leeftijd ontslag. Velen zetten zich in allerlei functies in voor de samenleving. Daar moeten we vooral mee doorgaan, want op alle gebieden is er een steeds groter tekort aan vrijwilligers. Vrijwilligers die dringend noodzakelijk zijn om verenigingen en de maatschappij te laten functioneren. Maar ook om mensen te helpen die deze hulp dringend nodig hebben en soms moeilijk kunnen vinden. Ik vind het mooi om te zien hoe velen van u – actief dienend en post actief – zich ook inzetten voor onze vereniging, voor onze historische verzamelingen en het steunen van elkaar.
Dit jaar is er uitgebreid stilgestaan bij het einde van de Tweede Wereldoorlog 80 jaar geleden. De telkens weer indrukwekkende jaarlijkse herdenking bij het Indië monument in Den Haag op 15 augustus was daar het sluitstuk van. Op die datum capituleerde ook Japan en kwam er een formeel einde aan de Tweede Wereldoorlog formeel. Maar voor velen was dat zeker niet het einde van de ellende. De mensen in Indië die de verschrikkingen van de kampen, de krijgsgevangenschap en dwangarbeid hadden overleefd en alle militairen die vanuit Nederland naar Indië werden gestuurd, hadden tot en met 1949 nog steeds te maken met een oorlogssituatie.
Er zijn bibliotheken over volgeschreven. De discussie die telkens weer oplaait over wat daar gebeurd is blijft de gemoederen sterk bezig houden en is vaak nog zeer emotioneel beladen. Zeker in een periode waarin we na 80 jaar terugkijken op het einde van de oorlog komen al deze zaken weer langs in diverse documentaires en publicaties. Wat mij opvalt is dat de discussie zich telkens weer focust op het militaire optreden en de excessen die daarbij hebben plaatsgevonden. En daarop weer de vaak emotionele reacties van veteranen of degenen die namens hen spreken. Natuurlijk heeft het grote merendeel van de militairen hun taak op een normale manier, naar eer en geweten uitgevoerd. Maar we moeten ook vaststellen dat er dingen zijn gebeurd, die ook naar de maatstaven en wetten van die tijd, niet door de beugel konden. Het is juist goed om dat helder te benoemen. Dat doen we maar al te graag wanneer het andere landen betreft, maar naar ons zelf kijken is blijkbaar toch wat lastiger. Het is echter belangrijk om niet daarvan weg te kijken, we moeten ervan leren. In ieder (toekomstig) gewapend conflict – zie b.v. Oekraïne en Gaza – wordt je met vergelijkbare omstandigheden geconfronteerd. Zorg er dan voor dat je morele kompas goed staat afgesteld. Wat daarbij helpt is leren uit het verleden en zeker ons eigen verleden.
Zoals ik al zei, zie je heel veel discussie over het militaire optreden, maar in mijn ogen, opvallend weinig discussie over de wijze waarop de politieke leiding optrad in deze periode en de nasleep. Natuurlijk, er zijn excuses gemaakt aan onze veteranen en aan de Indonesiërs, maar soms bekruipt mij het idee dat het wel goed uitkomt dat de discussie telkens gaat over het militaire optreden. De geschiedenis leert dat de besluitvorming over de onafhankelijkheid van een voormalige kolonie ook heel anders kan verlopen. Ik kijk b.v. zelf met plaatsvervangende schaamte terug op de manier waarop wij onze Molukse medestrijders hebben behandeld toen zij noodgedwongen aankwamen in Nederland. Ondanks hun enorme staat van dienst werden zij niet opgenomen in de Nederlandse krijgsmacht, maar werden met hun gezinnen weggestopt in kampen. Dat had beslist anders gemoeten. Ik vraag mij dan af of er ook politici rond liepen met trauma’s uit die tijd. We kunnen het niet meer vragen, maar ik heb er weinig van teruggezien in alle informatie die voorbij kwam.

We staan – alweer – aan de vooravond van nieuwe verkiezingen. De politiek is momenteel geen toppunt van stabiliteit en dan druk ik me heel mild uit. Op het moment dat ik dit schrijf hebben de bewindslieden van NSC net hun ambt neergelegd en probeert men wat orde te scheppen in de politieke chaos. De dames en heren politici zijn wederom erg druk met zich zelf en zeer bekwaam en enthousiast om te vertellen wat anderen verkeerd doen. Dat is echter niet zo interessant. Vertel nu maar eens wat je zelf wel gaat doen om de grote problemen in Nederland aan te pakken. En die zijn er voldoende. De gemiddelde kiezer is slim genoeg om dan te bepalen wie ze de stuurknuppel in handen geven.
En die stuurknuppel moet dan wel met beleid worden gebruikt. Een paar voorbeelden tonen aan dat het nog niet zo gemakkelijk is om iets verder vooruit te kijken. Destijds vond minister Blok dat we het ministerie van Volkshuisvesting konden opheffen, want Nederland was af! Hoe ver kun je er naast zitten. Het grootste probleem in Nederland op dit moment is wonen. Nog maar enkele maanden voor de Russische inval in Oekraïne werd serieus nagedacht om diep te snijden in alle zware eenheden. Die hadden we immers niet meer nodig. Hoe anders staan we er nu voor. Dus pas op met snelle stuurbewegingen voor de mammoettanker van staat. Die gaat wel verder als de vaart er in zit. Je moet wel goed nadenken en op tijd sturen en daarbij niet te hard aan de stuurknuppel trekken.
Wanneer de huidige peilingen enigszins richtinggevend zijn voor de verkiezingen van 29 oktober zijn er minstens vier en mogelijk vijf partijen nodig om een nieuw kabinet te vormen. Je mag hopen dat ook de politiek iets leert van het verleden en er nu constructief de schouders er onder zet. We hebben er met z’n allen alleen maar baat bij.
Ik wens iedereen een mooie tweede helft van het jaar. Genoeg om naar uit te kijken!






















