Nederlandse landeenheden moeten frequent grote tactische oefeningen met internationale deelname zoals FTX BISON DRAWSKO 2017 in Polen organiseren en leiden
Nederlandse landeenheden moeten frequent grote tactische oefeningen met internationale deelname zoals FTX BISON DRAWSKO 2017 in Polen organiseren en leiden

De consequenties van Multi-Domain Operations voor het Nederlandse landoptreden

Sinds de oorlog met Georgië in 2008 heeft de Russische Federatie (RF) haar strijdkrachten gemoderniseerd en een assertievere houding aangenomen. Dit resulteert in een toegenomen dreiging aan Europa’s flanken. De RF streeft haar politiek-strategische doelstellingen na door militaire en niet-militaire staatsmiddelen in te zetten, de zogenaamde hybride conflicten. De RF is daarbij bereid en in staat om haar krijgsmacht als onderdeel van het buitenlandbeleid in te zetten tijdens hybride conflicten. Voorbeelden hiervan zijn de annexatie van de Krim, het voortslepende conflict in Oost-Oekraïne en de Russische operaties in Syrië. Ook demonstreert de RF frequenter haar militaire capaciteiten in Europa en de Zwarte Zeeregio.

De Russische troepenbouw langs de Oekraiense grens in het voorjaar van 2021 leidde tot spanningen

De Russische hybride dreigingen en militaire acties zijn van invloed op de wijze waarop de NAVO en Nederlandse landeenheden, als onderdeel daarvan, zich voorbereiden op en grootschalige operaties uitvoeren in het Operations Theme Warfighting. Dit heeft invloed op doctrine, opleiden en oefenen. Noodzakelijke veranderingen aangezien competitie continu plaatsvindt en het risico op (snelle) escalaties naar crisis en conflict aanwezig is, zowel in Nederland als in de mogelijke operatiegebieden aan de randen van Europa.

Naast de RF zetten ook andere staten haar militaire middelen in om politieke doelstellingen te behalen. Azerbeidzjan heeft eind 2020 een succesvolle militaire operatie tegen Armenië in de Kaukasus uitgevoerd. De Volksrepubliek China moderniseert eveneens haar strijdkrachten en maakt haar ambities in Azië, onder andere jegens Taiwan, bij herhaling duidelijk. Dit zet ze kracht bij door militaire activiteiten in de Zuid-Chinese Zee en in de Himalaya. De Verenigde Staten schatten in dat China vanaf 2028 de belangrijkste gelijkwaardige tegenstander wordti.

Aangezien de RF in de komende jaren de meest waarschijnlijke tegenstander is, richt ik me op de Nederlandse brigade opererend in een internationale divisie tegen de RF tot 2028. Dit artikel beoogt enkele belangrijke observaties uit recente Russische militaire operaties en het mogelijke antwoord hierop, het Amerikaanse concept van Multi-Domain Operations (MDO), te delen. De auteur eindigt met een aantal aanbevelingen voor Nederlandse landeenheden.

De context: hybride conflicten

Hybride conflicten worden uitgevoerd door de gecoördineerde inzet van machtsmiddelen van de staat om politiek-strategische doelstellingen te behalen. De RF combineert bijvoorbeeld politieke druk, economische sancties, desinformatie en militaire activiteiten waarbij de verantwoordelijkheid van deze acties vaak onduidelijk blijft. De Russische inval in de Krim, mobilisaties en grote oefeningen aan de Oekraïense grens zijn voorbeelden hiervan. Tevens voert de RF cyber-aanvallen uit, geheime operaties in Europese landen, initieert het militaire acties buiten haar landsgrenzen, probeert het buitenlandse verkiezingen te beïnvloeden en critici te elimineren. Dergelijke acties creëren onduidelijkheid en wantrouwen in onze open maatschappijen.

Hybride activiteiten vinden tijdens de competitie- en conflictfase plaats maar met name onder de drempel van een openlijk conflict. Hierdoor vervaagt de lijn tussen vrede en oorlogii. Dit resulteert in een permanente staat van competitie waarin de krijgsmacht een van de machtsmiddelen van de staat is. Deze zet de RF in de competitiefase op verschillende manieren in. Bijvoorbeeld door het concentreren van troepen voor het uitvoeren van oefeningen om NAVO en Oost-Europese landen af te schrikken.

Daarnaast heeft de RF Anti Access Area Denial (A2AD) bastions langs de flanken van Europa gecreëerd hetgeen beveiliging creëert. De A2AD-systemen wapensystemen worden steeds nauwkeuriger, sneller, trefzekerder en lethaler door de koppeling met sensoren. Voorts ondersteunt het pro-Russische strijdgroepen in Oekraïne met artillerie en logistiek. Bovendien voert de RF cyber-aanvallen uit om vitale infrastructuur in een Europees (doorvoer)land te ontregelen. Informatie Operaties (IO) ondersteunen deze activiteiten ter versterking van de effecten.

Mocht afschrikking niet het gewenste effect hebben of een situatie kan of moet worden uitgebuit, dan is de RF in staat om snel van competitie te escaleren naar een conflict met gebruik van openlijke militaire eenheden. Dit bleek bijvoorbeeld tijdens het conflict in Oost-Oekraïne waar Russische eenheden tactische situaties uitbuiten. De RF zet sterk in op Unmanned Aerial Systems (UAS), artillerie, air and missile defence, Cyber en Elektronische Activiteiten (CEMA)iii en IO. Hierna volgen per capaciteit enkele observaties met aanvullingen uit het optreden van Azerbeidzjan tegen Armenië.

UAS

Een effectieve wijze van doelen lokaliseren en uitschakelen is het gebruik van UAS in combinatie met lange drachtartillerie. Hierdoor kon de RF vanaf haar grondgebied artillerie inzetten gebruik makend van UAS opererend boven Oost-Oekraïne. Waar de UAS in dit conflict nog met name als sensor voor de artillerie werd gebruikt, zette Azerbeidzjan in de oorlog tegen Armenië dit middel effectief in verschillende rollen in. Als sensor voor de artillerie, als bewapende UAS met geleide wapens en als suicide drone. UAS kunnen vele uren boven vijandelijk gebied opereren ten behoeve van beeldopbouw en doelopsporing. Niet alleen gelijkwaardige tegenstanders zetten UAS in, ook near-peer opponents en niet-statelijke actoren doen dat. Drones, zoals UAS vaak worden genoemd, zijn online te koop voor redelijke prijzen. Hierdoor kunnen ook terroristische organisaties vrij gemakkelijk de beschikking krijgen over deze middelen. Op internet zijn handleidingen te vinden om zelf een drone te fabriceren. IS zet(te) met succes bewapende en suicide drones in Irak en Syrië in. Deze droneproliferatie is een gevaarlijke ontwikkeling en vraagt om tegenmaatregelen.

Artillerie

Een veelgebruikte effector is artillerie en de RF zet deze massaal in om concentraties van eenheden uit te schakelen en het is in staat om nauwkeurige vuren af te geven om high pay off targets zoals commandoposten, artillerie- en luchtverdedigingseenheden te vernietigen. Tevens is de letaliteit en dracht van de Russische artillerie toegenomen en beschikt het over loitering munitions en goede doelopsporingsmiddelen zoals UAS en radars. Dit leidt tot een uitgebreider operatiegebied aangezien de RF op grotere afstand doelen kan onderkennen en aangrijpen met raketartillerie. Dit betekent dat NAVO-eenheden mogelijk al in de verplaatsing naar of in het achtergebied onderkend en aangegrepen kunnen worden. Camouflage, spreiding en maskering zijn van levensbelang. Mask or die…… De Russen in Oekraïne en Azerbeidzjan tegen Armenië koppelden sensoren effectief aan effectoren (sensor-to-shooter) om statische, bewegende en gecamoufleerde doelen aan te grijpen. De vele filmpjes op YouTube tonen de indrukwekkende effectiviteit hiervan aan.

Air and missile defence

Tevens beschikt de RF over een effectief en geïntegreerd systeem van sensoren, radars, ballistische raketten, gelaagde luchtverdediging versterkt met lange drachtartillerie, EW en Cyber. Dit resulteert in een vrijwel ondoordringbare laag welke toegang tot een bepaald gebied ontzegt. Dergelijke A2AD-systemen stellen de Russen in staat om tot honderden kilometer doelen te lokaliseren en aan te grijpen. Op strategische locaties zijn deze A2AD-bastions momenteel ontplooid; in het noorden van Scandinavië, in Kaliningrad, op de Krim en op Russische bases aan de Syrische Middellandse Zeekust. Voor de NAVO is dit een serieuze uitdaging aangezien deze systemen eventuele toekomstige militaire operaties kunnen beïnvloeden, beperken of zelfs verhinderen. Zo wordt de strategische verplaatsing van bijvoorbeeld de Very High Readiness Task Force (VJTF) naar de Baltische Staten in geval van een conflict met de RF een fors probleem. Vanwege de effectieve dracht van deze systemen begint dit zelfs al op het grondgebied van NAVO-bondgenoot Polen. Bovendien is luchtoverwicht vanwege deze A2AD-dreiging in de eerste fases van het conflict niet meer vanzelfsprekend.

CEMA

Hybride conflicten vinden plaats in een zogenaamde contested and denied omgeving waar tegenstanders het elektromagnetisch spectrum en satellieten kunnen storen en beïnvloeden. De RF beïnvloedt en beperkt onze navigatiesystemen hetgeen leidt tot een verminderd, of helemaal geen, gebruik van navigatie. Bovendien wordt het gebruik van GPS-geleide artilleriemunitie door deze verstoringen onbetrouwbaar en onmogelijk. Daarnaast zet de RF veelvuldig elektronische oorlogvoering (Electronic Warfare – EW) in om onze communicatiesystemen af te luisteren en te storen. Tijdens het conflict in Oost-Oekraïne verhinderde de RF radiocommunicatie met EW wat de Oekraïners dwong om onbeveiligde mobiele telefoons te gebruiken. Deze signalen werden gepeild en gevolgd door artillerievuur leidend tot verliezen aan Oekraïense zijde. Betrouwbare en beveiligde communicatiesystemen en het kunnen blijven opereren met verstoorde verbindingen zijn essentieel.

Information Operations (IO)

Een belangrijk element van de Russische hybride conflicten is de informatiecampagne om de percepties van staten, groepen en individuen te beïnvloeden. Zowel in het operatiegebied als in het Westen en in de RF zelf. Om dit te bereiken creëert de RF valse berichten, deelt het doelbewust desinformatie, ontkent het betrokkenheid en legt het acties van de NAVO als agressie uit. Hiermee wil de RF onduidelijkheid en onzekerheid creëren bij westerse besluitvormers en beleidsmakers, binnen de NAVO en de betrokkenen samenlevingen om een gecoördineerde actie te vertragen.

Samenvattend

UAS, artillerie, air and missile defence, CEMA en IO zijn van doorslaggevend belang en de RF zet deze veelvuldig in een hybride conflict in. De Russen koppelen effectief sensoren aan effectoren, met name UAS i.c.m. lange drachtartillerie waardoor het operatiegebied vergroot. A2AD leidt tot het verminderd of in zijn geheel niet beschikken over luchtsteun tijdens het ‘naar binnen vechten’ terwijl cyber en EW de effectiviteit onze communicatie- en navigatiesystemen verminderen. Bovendien beïnvloedt een informatiecampagne de percepties en hinderen subversieve elementen ons thuisfront en de strategische verplaatsingen naar het operatiegebied. Met alle gevolgen van dien. De NAVO en de NAVO-landen moeten zich voorbereiden op het uitvoeren van grootschalige operaties tegen een gelijkwaardige tegenstander. Een die in staat is NAVO-troepen in meerdere domeinen uit te dagen, zowel in het operatiegebied, de strategische verplaatsing ernaartoe als in de thuislanden.

De RF dwingt met haar acties de NAVO om zich te richten op Major Joint Combat Operations. Nederlandse landeenheden moeten deze ontwikkeling volgen om te kunnen opereren in een internationale context tegen de RF. En te winnen. Het Amerikaanse leger ontwikkelde het MDO-concept als mogelijk antwoord op de hybride acties van de RF.

Het mogelijke antwoord: Multi-Domain Operations (MDO)

De dreiging van de RF, waarbij het in staat is om in meerdere domeinen effecten te sorteren, vraagt een intensievere samenwerking tussen NAVO en de NAVO-landen in de domeinen land, lucht, maritiem, cyber, ruimte en de informatie-omgeving en het elektromagnetisch spectrum (EMS). Het MDO-concept biedt opties om deze dreigingen te mitigeren en vindt meer en meer acceptatie binnen NAVO. Ook het Ministerie van Defensie onderkent het belang van multi-domein en geïntegreerd optreden in de Defensievisie 2035. Vanzelfsprekend moet MDO gecoördineerd ingezet worden met alle tot de staat ter beschikking staande machtsmiddelen.

MDO synchroniseert alle domeinen, de informatie-omgeving en het EMS om maximale effecten te sorteren en een overwicht te creëren, gunstige posities te bemachtigen en winsten te consolideren. In kort is het doel van MDO om essentiële capaciteiten van de RF operationeel te verzwakken teneinde de A2AD-paraplu te kunnen penetreren en de artillerie en luchtverdediging te vernietigen. Dit is een randvoorwaarde om het luchtwapen in staat te stellen luchtoperaties uit te voeren en landformaties te laten naderen, de aanwezige Russische capaciteiten te verslaan en terug te kunnen keren naar de competitiefase op betere voorwaarden. Om dit te bereiken moet iedere sensor (van ieder domein) snel gekoppeld kunnen worden aan iedere effector (kinetisch of niet-kinetisch) om de gewenste effecten te creëren. Command and Control, begrip van de situatie, snelheid van denken/handelen en interoperabiliteit van systemen zijn essentieel.

Het Amerikaanse leger zet bovenstaande in vijf stappen weg om tijdens de competitie- en de conflictfase de politiek-strategische doelen te behalen. Deze zijn:

  • concurreer, teneinde het situationeel begrip te verbeteren en afschrikking;
  • penetreer, om de A2AD operationeel te verzwakken;
  • desintegreer, om handelingsvrijheid te realiseren en tactische manoeuvres te faciliteren;
  • buit uit, teneinde de doelen te bereiken;
  • herconcurreer, consolideer de winsten en keer terug naar de competitie op betere termen.

Competitie

In deze fase verbeteren landeenheden de gereedheid en interoperabiliteit, o.a. door demonstraties van capaciteiten en grootschalig te oefenen in een multinationale context. Bij voorkeur vinden deze oefeningen plaats langs de flanken van NAVO om de eensgezindheid van de alliantie te tonen en de RF af te schrikken. Dergelijke oefeningen moeten in het teken staan van Warfighting en bieden een mogelijkheid om MDO tegen een gelijkwaardige tegenstander onder gesimuleerde operationele omstandigheden te oefenen. Alleen dan komen kritieke tekortkomingen in doctrine, capaciteiten en tactieken naar voren. Ter versterking van het effect van grootschalige oefeningen is een informatiecampagne van belang om de opinies van de tegenstander en het thuisfront te beïnvloeden. Tegelijkertijd vinden inlichtingenvoorbereidingen plaats om het begrip van de operationele omgeving te vergroten en indicatoren te identificeren welke op een mogelijke escalatie kunnen wijzen. Een verbeterd operationeel begrip stelt eenheden in staat om sneller en gerichter te reageren in geval van crisis.

Daarnaast is weerbaarheid in de Nederlandse maatschappij nodig en is het zaak om vitale installaties zoals onze infrastructuur fysiek en digitaal te beveiligen. Het is immers aannemelijk dat in geval van een crisis de RF subversieve acties in ons land onderneemt om de versterking van NAVO-troepen te verhinderen. Een veilig thuisland is nodig voor het kunnen uitvoeren van de strategische verplaatsing naar het operatiegebied, draagt bij aan het voortzettingsvermogen en is een voorwaarde om invulling te geven aan de doorvoerfunctie als Nederland voor troepen uit Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten door ons land.

ConflictV

Het belangrijkste doel is om de Russische essentiële capaciteiten te verzwakken, en na de penetratie van de A2AD-paraplu de artillerie en luchtverdediging te vernietigen, te naderen met landeenheden en de tegenstander uit te schakelen. Zoals beschreven vereist dit een benadering die alle domeinen integreert om snel iedere sensor te koppelen met iedere effector om maximaal effect te bereiken.

Landeenheden voeren MDO uit in vier echelons: het theaterleger, een operationeel hoofdkwartier (zoals een NATO Joint Force Command), het corps (zoals 1GNC en US V Corps) en de divisie. Deze laatste twee voeren de diepe operatie uit om artillerie, luchtverdediging en C2 uit te schakelen en zo de randvoorwaarden voor het gevecht van de brigades te creëren. De divisie is het centrale niveau dat, onder leiding van een corps, MDO uitvoert en brigades aanstuurt. Deze brigades voeren het nabijgevecht van de divisie om Russische landeenheden te verslaan. Brigades moeten in staat zijn om effecten van alle domeinen, met name artillerie, luchtsteun, EW, cyber, ruimte en lucht, tijdens tactische operaties tegen een gelijkwaardige tegenstander te integreren. Naast deze effectintegratie kunnen brigades toegewezen capaciteiten integreren in hun optreden.

Naast de integratie van effecten door de snelle koppeling van sensoren aan effectoren, de Amerikanen noemen dit convergence, is tijdens het MDO-conflict een aantal activiteiten van belang. Ten eerste zijn voorwaarts gepositioneerde eenheden van belang, zoals de enhanced Forward Presence in Litouwen, en expeditionaire eenheden met het vermogen om over grotere afstanden te manoeuvreren. Zowel naar als in het operatiegebied. Ten tweede, met eenheden die de capaciteit hebben om onafhankelijke manoeuvres uit te voeren en de effecten van alle domeinen te integreren. Denk hierbij aan artillerie, luchtsteun, luchtverdediging en CEMA. Onafhankelijke manoeuvre vereist opdrachtgerichte commandovoering en goed opgeleide ervaren commandanten. Ten derde, met de koppeling van iedere sensor aan iedere effector door coördinatie van een C2-element. In aanvulling op concentratie van middelen is de plaatselijke en tijdelijke concentratie van effecten uit alle domeinen een grondbeginsel in MDO.

Conclusie

De huidige dreiging van UAS i.c.m. artillerie dwingt landeenheden om verspreid te opereren en tegelijkertijd het vermogen te hebben om effecten uit alle domeinen te kunnen concentreren, de A2AD-paraplu te verzwakken, artillerie en luchtverdediging uit te schakelen, tactische activiteiten uit te voeren om de opponent te verslaan. Het Amerikaanse concept van MDO is een mogelijk antwoord op de hybride dreigingen en legt de focus weer op grootschalige gevechtsoperaties met de divisie als centraal element. De brigades voeren in dit kader het nabijgevecht van de divisie, met een eigen diepe operatie op brigadeniveau. Om te winnen tegen een gelijkwaardige tegenstander als de RF, is het zaak dat aan de ene kant de Landmachtstaf MDO met onze strategische partners valideert en integreert. Aan de andere kant moeten Nederlandse brigades MDO oefenen, commandanten daarin opleiden, capaciteiten versterken en nieuwe ontwikkelen, interoperabiliteit verbeteren en een beter begrip van de dreiging vormen. De effecten van lucht- en raketverdediging, cyber en informatie-operaties op brigadeniveau vereist verdere studie.

Hoewel MDO zich primair richt op (de diepe operatie van) het corps en de divisie, beïnvloedt het de operaties op brigade-niveau v.w.b. doctrine, uitrusting en tactieken. Een herziening is nodig om de transitie naar MDO-inzetbare brigades te maken. Want op dit moment zijn Nederlandse brigades niet toegerust en niet getraind om MDO tegen een gelijkwaardige tegenstander uit te voeren en te winnen. Om wel succesvol te zijn, is het zaak te starten met de transitie naar MDO. Beginnend met het vergroten van de kennis, het verbeteren van de interoperabiliteit en oefenen onder Duitse en Amerikaanse leiding. Wanneer er meer financiële ruimte is, volgt de versterking van capaciteiten.

Aanbevelingen

MDO legt de nadruk op grootschalige joint en combined gevechtsoperaties tegen een gelijkwaardige tegenstander. Duidelijk is dat Nederlandse brigades expert moeten worden in het gevecht van de verbonden wapens en de diepe operatie op brigadeniveau. Immers, de diepe operatie creëert de randvoorwaarden voor het nabijgevecht. Sensoren en effectoren decimeren de tegenstander dusdanig dat deze niet meer in samenhang kan optreden. Verkenningseenheden, UAS en artillerie met loitering munitions zijn uitermate geschikt hiervoor. De in mijn ogen belangrijkste aanbevelingen licht ik hieronder verder toe.

Doctrine

Om de ontwikkelingen op het gebied van MDO bij te houden is het zaak aan kennisontwikkeling te doen en de doctrinaire gevolgen van MDO, A2AD, EW, IO en cyber te analyseren. Nadenken kan direct en in het kader van “als je niet aan tafel zit, sta je op het menu” nemen stafofficieren van de Landmachtstaf en kenniscentra deel aan internationale fora om MDO te verbeteren en de Nederlandse standpunten in te brengen. Op basis van deze internationale ontwikkelingen, moeten nationaal de consequenties van MDO voor het brigade-optreden in divisieverband worden uitgewerkt en na validatie geïntegreerd in doctrine. Vanwege de integratie van onze brigades in Duitse divisies is het advies om dit gezamenlijk met Kommando Heer uit te voeren. In het verlengde hiervan, onderzoek tevens de opties om de Duitse divisies, met daarin een Nederlandse brigade optredend, te voorzien van divisietroepen als (raket)artillerie, lucht- en raketverdediging en logistiek.

Organisatie

Om snel te kunnen reageren op opkomende crises is het raadzaam om al tijdens de competitiefase aan beeldopbouw te doen. Voer continue inlichtingenvoorbereidingen van de operationele omgeving uit om begrip van o.a. de tegenstander te vergroten. Richt de Environment Cells en de uitwisseling van informatie hierop in. Train dit. Om op basis van deze informatie effectief MDO te kunnen uitvoeren, moet de Landmacht beschikken over MDO-inzetbare brigades. Naast manoeuvrebataljons bestaan deze uit verkenning t.b.v. Intelligence Surveillance Reconnaissance (ISR) en het vinden en aangrijpen van doelen voor de artillerie met UAS. De dreiging en de inzetmogelijkheden van de UAS en de drachtvergroting met de hogere nauwkeurigheid van de artillerie doen het belang van de diepe operatie toenemen. Richt de brigade in op het voeren van de diepe operatie met UAS t.b.v. de brigadeverkenners i.c.m. een Afdeling artillerie met sensoren, grondwapensysteembestrijdingscapaciteit en batterijen voor het diepe en nabijgevecht van de brigade. Tevens moet de brigade kunnen optreden met eigen (organieke) luchtverdediging, EW, tactische cyberteams en IO-capaciteit.

Hoewel in dit artikel buiten beschouwing gelaten is het verbruik van munitie en brandstof in grootschalige gevechtsoperaties hoog. Daarnaast moet rekening worden gehouden met hoge aantallen gewonden die zorg behoeven. Om het voortzettingsvermogen te garanderen is robuuste logistiek met voldoende voorraden klasse I t/m V en transport- en herstelcapaciteit essentieel.

Training

Voer tactische oefeningen op brigadeniveau uit, bij voorkeur onder leiding van een Duitse of Amerikaanse divisie als Higher Control. Dit draagt bij aan het vergroten van de gereedheid, afschrikking aan de RF en het voorwaarts positioneren van eenheden tijdens de competitiefase. Integreer IO om het strategische effect te versterken. Om iedere Nederlandse brigade te kunnen oefenen in MDO op NIV VI is het raadzaam om dergelijke grote oefeningen iedere vier jaar uit te voeren. Op deze manier blijft de Landmacht tevens MDO gereed. Koppel deze oefeningen aan de VJTF(L) 2027 samen met Duitsland en Noorwegen om MDO-gereedheidsdoelstellingen te hebben. Temeer omdat de NAVO geen tactische oefening voor de VJTF in het stand-up year meer organiseert en leidt. De NAVO-oefening TRIDENT JUNCTURE 2018 was de laatste en de organisatie hiervan is nu aan de NAVO-landen zelf.

Beoefen MDO op brigadeniveau tegen een gelijkwaardige tegenstander die beschikt over A2AD-capaciteit. Zorg ervoor dat UAS, de inlichtingen-, vuursteun-, herstel-, medische en logistieke ketens worden getraind. Ook in de diepe operatie. Train met radiostilte, codewoorden en het optreden zonder GPS om operationeel inzetbaar te blijven in een omgeving waarbij onze verbindings- en navigatiesystemen worden beïnvloed.

Luchtoverwicht is niet meer vanzelfsprekend en de inzet van vijandelijke UAS is waarschijnlijk. Dit betekent dat landeenheden hun kennis van All Arms Air Defence en dan met name Counter-UAS moeten vergroten. Camouflage, spreiding en maskering toepassen ter voorkoming van onderkenning en uitschakeling is essentieel. Dit geldt ook voor de commandoposten. Deze moeten vanwege de vijandelijke lucht- en peildreiging hoog mobiel worden teneinde C2 te kunnen blijven uitvoeren.

Het is aannemelijk dat de RF ook de situatie in ons thuisland en tijdens de strategische verplaatsing negatief beïnvloedt. De aanname dat onze havens, vliegvelden, stations, logistieke communicatielijnen en overige kritieke infrastructuur veilig zijn, is niet waarschijnlijk. Beoefen daarom de strategische verplaatsing in samenwerking met civiele autoriteiten om procedures af te stemmen en installaties te beveiligen.

Materieel

Interoperabiliteit heeft topprioriteit zoals C-1GNC in zijn evaluatie van de NAVO-oefening TRIDENT JUNCTURE 2018 aangaf. Goede communicatie in spraak en data is een randvoorwaarde voor de uitwisseling van orders en bevelen, het snel koppelen van sensoren aan effectoren en het verbeteren van het gedeeld begrip. Schaf beveiligde en betrouwbare communicatiesystemen aan die interoperabel zijn met andere krijgsmachtonderdelen en onze strategische partners. Reeds gememoreerd moeten de brigades uitgerust worden met loitering munitions en UAS t.b.v. ISR en TA. Het op niveau krijgen van de logistieke voorraden met o.a. brandstof, munitie, medicijnen, reservedelen en transportcapaciteit is tevens van belang om het voortzettingsvermogen voor MDO te garanderen.

Leiderschap

Tijdens MDO voeren landeenheden onafhankelijke manoeuvres uit onder hoge druk wat veel vraagt van militaire leiders. Focus de opleiding en training van commandanten nog meer op opdrachtgerichte commandovoering, kansen zien, initiatief nemen en handelen binnen het oogmerk van de hogere commandant. Integreer dit in opleidingen, seminars en oefeningen en deel observaties en lessen breed binnen de Landmacht.

Personeel

De komende jaren ontwikkelt MDO van concept naar doctrine. Naast de noodzakelijke Nederlandse denkkracht, is het aan te bevelen om in een internationale omgeving praktijkervaring in MDO op te doen. Plaats daarom Nederlandse stafofficieren in het hoofdkwartier van Amerikaanse corps, Duitse divisiestaven en strategische en operationele hoofdkwartieren van de NAVO. Regel ook het delen van deze ervaringen in.

Ter afsluiting

De dreiging van hybride conflicten en MDO vragen om Nederlandse aandacht en betrokkenheid. Echter, de transitie naar MDO-inzetbare landeenheden, inclusief de daarvoor benodigde logistieke, medische en verbindingssteun, vergt tijd, inspanning en investeringen. In hoeverre dat te realiseren is, hangt af van de beschikbare financiële ruimte en politieke wil. De noodzaak om onze capaciteiten structureel te ontwikkelen en te versterken om internationaal militair relevant te blijven, is duidelijk. Dat begint met het vergroten van kennis over MDO, interoperabiliteit te verbeteren en te oefenen.

Andere artikelen

Login ledengedeelte VOAWEB
X