Doelopsporing met UAS

Doelopsporing met UAS</p> <p>

Ontwikkelingen om ons heen maken duidelijk dat het gebruik van unmanned aerial systems (UAS) voor doelopsporing bittere noodzaak is. Enerzijds laten de huidige conflicten in de wereld zien dat het ongunstig is om voorwaarts te gaan zonder ogen in de lucht, anderzijds heeft het succesvol CD&E’en bij de verschillende brigades veel input gegeven om deze capaciteit daadwerkelijk in te regelen. In Sinte Barbara 4/2024 en 1/2025 is al ingegaan op UAS en het gebruik voor de vuursteun. In dit artikel worden enkele uitgangspunten benoemd voor het gebruik van UAS voor doelopsporing en worden huidige projecten op dit gebied geïntroduceerd.

UAS op zichzelf is niet alleen een vuursteun-aangelegenheid. De collega’s van andere kenniscentra en de Taskforce Drones zijn al ver met het ontwikkelen van concepten en het oprichten van capaciteiten. Dit leidt natuurlijk tot de vraag waar er een rol is weggelegd voor het DEC-JFS en vuursteuneenheden ten opzichte van het gebruik van UAS. Allereerst identificeren we een aantal aspecten waarop de UAS voor doelopsporing afwijkt van de UAS voor situational awareness (SA), intelligence, surveillance and reconnaissance (ISR) of strike. Allereerst zijn de specialisten in de vuursteunketen vaak dusdanig belast met taken dat het besturen van een UAV of het interpreteren van beelden er niet zomaar even bij gedaan kan worden. Het kost namelijk tijd en personeel om de UAS gereed te maken voor gebruik, te vliegen, beelden te interpreteren en deze informatie te vertalen naar een call for fire. Dit komt bovenop de andere taken in het gevecht zoals verplaatsen, het uitvoeren van battletracking en het bedienen van radio’s en optiek. Vervolgens is het, om effectief doelopsporing uit te voeren, van belang dat doelgegevens nauwkeurig genoeg zijn om hier vervolgens effect op uit te kunnen brengen. Daarnaast kan specifieke inzet van luchtsteun en vuursteun het gebruik van een laser target designator (LTD) vereisen. Binnen bureau DO&VSC hanteren we daarom twee uitgangspunten die met de introductie van UAS worden bevestigd. Allereerst moet de vuursteunketen in staat zijn doelopsporing uit te voeren met eigen systemen. Daarnaast moet de vuursteunketen in staat zijn eindgeleiding uit te voeren met doelgegevens vanuit de manoeuvre- of UAS-keten.

Naast bovenstaande aspecten en uitgangspunten worden hieronder de projecten met u gedeeld waar momenteel vanuit bureau DO&VSC aan gewerkt wordt ten aanzien van UAS.

AITAS

Zoals genoemd is werklast een serieuze barrière voor het gebruik van UAS, met name aan de voorzijde van de kogelbaan bij de FO-groepen. Om de werklast van het bedienen van een UAS te verlagen is begin 2025 gestart met het project Innoveren in Oorlog. Hierbij is een Deltaquad EVO voorzien van meerdere computervision modellen van TNO om automatisch de sensor aan te sturen en doelen te detecteren in zowel zichtbaar licht als infrarood. Om dit succesvol te integreren is gebruik gemaakt van de NEXUS software van Intelic. Daarnaast worden met deze software de missies van de UAS vergaand geautomatiseerd. Als deel van de voorziene eindgebruikers heeft 43 Gemechaniseerde Brigade dit project ondersteunt met directe gebruikersfeedback aan de ontwikkelaars. Daarnaast heeft de eenheid remote pilots en systemen geleverd tijdens maandelijkse vluchten met nieuwe versies en een succesvolle demo in juni 2025.

Momenteel wordt er een doorstart gemaakt voor de komende twee jaar onder de naam AITAS (automated intelligent target acquisition system). Hierbij wordt op twee sporen doorgegaan. We blijven snel innoveren door maandelijkse testvluchten op het ASK met zowel de Deltaquad EVO als de Height Technologies Martlet MI-2. Ontwikkelingsrichtingen zijn onder andere het verder ontwikkelen van de modellen, het kunnen produceren van nauwkeurige doelgegevens in EW-contested environment en het verder automatiseren van vluchtplanning. Daarnaast is voorzien om enkele systemen aan te schaffen voor gebruik door FO-groepen en de sensorpelotons van de beide afdelingen. Met deze systemen gaan selecte gebruikers vliegen tijdens oefeningen om feedback te kunnen leveren. Fighter Lion, Griffin Strike en de verschillende schietseries zijn voorbeelden van oefeningen waar AITAS zal worden ingebracht. Uiteindelijk zal de ontwikkeling van deze capaciteit moeten leiden tot de daadwerkelijke implementatie van het eindproduct bij de operationele eenheden.

Laser Target Designator

Bij de inzet van close air support (CAS) kan gebruik gemaakt worden van munitie met semi-active laser eindgeleiding. Dit heeft als voordeel dat het nauwkeurig kan worden ingezet in een GPS-denied environment. Momenteel hebben tactical air control parties (TACP) de beschikking over een grondlaser op driepoot. Binnen het DEC-JFS identificeren we de behoefte om een LTD vanuit de lucht in te kunnen zetten, om hiermee de effectieve afstand van TACPs te vergroten en blootstelling door line-of-sight inzet van de laser te voorkomen. Hierin is het DEC-JFS niet de enige. Samen met het Korps Mariniers en het NLD AGOS Centre of Expertise (CoE) wordt momenteel bezien hoe we dit kunnen verwerken in de organisatie om deze essentiële capaciteit toe te voegen. Gedacht wordt aan de verwerving van een quadcopter met LTD die op voertuigen vervoerd kan worden en ingezet waar nodig.

Beelden vanuit UAS

Naast het gebruik van ‘eigen’ UAS voor doelopsporing is het van belang dat de vuursteunketen in staat is om eindgeleiding uit te voeren met doelgegevens vanuit de manoeuvre- of UAS-keten. Hiervoor zijn in het verleden al succesvolle experimenten uitgevoerd, onder andere door het NLD AGOS CoE. In samenwerking met de Taskforce Drones wordt nu onderzocht hoe gerealiseerd kan worden dat de FO en JTAC de videobeelden van UAS binnen kunnen krijgen op end-user devices om vervolgens eindgeleiding uit te voeren.

Procedures met UAS

De aanschaf van innovatief of andersoortig materiaal is niet voldoende om capaciteit te bouwen. Naast de projecten rondom hardware wordt gewerkt aan een document waarin beschreven wordt hoe UAS kunnen worden ingezet voor doelopsporing. Hierbij is het van belang dat de grote hoeveelheid aan sensoren in de lucht effectief gebruikt kunnen worden, ook wanneer een remote pilot niet is opgeleid als all arms observer (AAO). Gedacht moet worden aan het gebruik van specifieke procedures en richtlijnen wat betreft nauwkeurigheid van de gebruikte optiek en systemen.

FO niv V UAS

Een gelaagd vuursteunsysteem is belang om op elk niveau gewenste effecten te kunnen bereiken. Dit vertaald zich in gelaagde effectoren, maar niet minder in gelaagde sensoren. Op dit moment is er een leegte op het bataljonsniveau. De opkomst van UAS biedt hierin kansen. Binnen het DEC-JFS loopt momenteel een onderzoek naar het toevoegen van een extra FO-groep op het bataljonsniveau, specifiek gericht op het optreden met UAS. Deels met eigen sensoren, deels met de sensoren van de op te richten UAS-pelotons bij de infanteriebataljons.

Slot

Met dit artikel hebben we u een introductie gegeven van ontwikkelingen binnen bureau DO&VSC op het gebied van UAS. Binnen de verschillende eenheden zien we veranderende en verschillende visies op de rol van de FO. Om met een kritische blik te kunnen blijven kijken naar het werkveld is het van belang dat deze visies gedeeld en gehoord worden. Hieruit volgt de volgende stelling ter discussie:

Gezien de grote groei in kwaliteit en kwantiteit van sensoren in de manoeuvre- en UAS-lijn moet de rol van de FO volledig verschuiven naar het effectief inzetten van vuursteun op basis van deze gegevens. Hierbij is het niet meer nodig dat de FO wordt uitgerust met eigen, specifieke sensoren voor doelopsporing.

Het zal opvallen dat bovenstaande stelling niet de visie en uitgangspunten vertolkt zoals in het artikel beschreven. Desondanks blijft het van belang om uitersten tegen elkaar af te blijven wegen. Ik kijk uit naar uw reactie(‘s).

Namens Bureau DECJFS DO&VSC, Kap van Nifterik

Reacties mogen naar sintebarbara@mindef.nl. Richtlijn is maximaal een half A4.

Andere artikelen

Login ledengedeelte VOAWEB