Eigen-troepen-nabij
Eigen troepen nabij

Drones horen bij de Artillerie…

Sinds tientallen jaren, eigenlijk al sinds het begin van mijn carrière in 1982, staat de Krijgsmacht er weer wat beter op. Investeren in veiligheid en defensie wordt door het hele politieke spectrum omarmd als één van de grote uitdagingen van deze tijd. De weerbaarheid van de bevolking, inclusief noodpakketten is niet meer voor zonderlingen maar wordt langzamerhand gemeengoed.

Een ideale situatie, zou je verwachten, voor een Wapen wat enorme klappen heeft gekregen zoals de Artillerie. Helaas blijkt daar in de praktijk nog niet zoveel van. Prachtige reportages over oprichtings-ceremonieën van afdelingen ten spijt. Waar zit dit in? Waarom missen we als Veldartillerie de financiële en vooral de conceptuele boot?

Wie in oude jaargangen van de Sinte Barbara, de Defensiekrant of een ander militair getint medium duikt, herkent het beeld meteen: de Veldartillerie was ooit een van de grootste, meest invloedrijke wapens. Of zoals mijn eerste commandant placht te zeggen “Een groot en machtig Wapen”. Tijdens oefeningen en in de operationele doctrine gold een heilig adagium: Artillerie is nooit in reserve. Het wapen was permanent gekoppeld aan manoeuvre-eenheden, vormde de essentiële randvoorwaarde voor operationeel tempo en was tegelijk het breekijzer én de ruggengraat van elk optreden. Vuursteun stond gelijk aan effect, aan garantie, aan voortgang.

Maar vandaag? Het Wapen dat ooit het kloppende hart van de landmacht vormde, is tot een schaduw van haar roemruchte verleden gereduceerd. Met het verdwijnen van vrijwel alle Afdelingen Veldartillerie, het verlies van transportcapaciteit en onderhoudscapaciteit en daarmee logistieke zelfstandigheid, het reduceren van de personele omvang waardoor 24/7 optreden onmogelijk werd en vooral, het opheffen van vuursteunorganisaties voor de hogere tactische en operationele niveaus waardoor regeneratie van capaciteit vrijwel onmogelijk werd, is niet alleen het aantal artilleriestukken geslonken, de hele vuursteunstructuur is verdampt. En juist in dat stelsel zat de kennis en ervaring, daar zat de mogelijkheid om na te denken over innovatie, daar zat het echte fundament van onze vuurkracht.

Het technologische geloof

In beleidsdocumenten klinkt het optimisme. Dankzij precisiegranaten, lange dracht en “personeelsarme” wapensystemen zou de Artillerie van nu evenveel kunnen bereiken als de 20 Afdelingen van toen. Systemen als Excalibur of de hightech Pzh zouden massaliteit kunnen vervangen. Precisie als vervanger voor volume. Dracht als oplossing voor het gebrek aan massa. Het klinkt modern, efficiënt, toekomstbestendig. Maar het is ook een enorme denkfout.

Drones horen bij de Artillerie…

De realiteit van moderne conflicten, van Nagorno-Karabach tot Oekraïne maar ook de verschrikkelijke verwoesting van Gaza, laat zien dat precisievuur geen vervanging is voor permanente, gelaagde, robuuste vuursteun. Precisiegranaten zijn waardevol, maar niet schaalbaar. Ze vullen aan; ze vervangen niet. Precisie schakelt doelen uit maar Artillerie is vooral een oppervlaktewapen dat terrein ongeschikt maakt voor een tegenstander waardoor vrijheid van handelen voor onze manoeuvre ontstaat.

De conceptuele leegte

Misschien wel de grootste erosie zit niet in het verlies van een groot aantal schietbuizen, maar in de commandovoering en vuursteun-coördinatie. Waar deze voorheen op meerdere hogere tactische en operationele niveaus bestond, divisie, legerkorps, JFC zijn ze grotendeels verdwenen of kunnen niet meer gevuld worden met adequaat personeel. Juist deze niveaus moeten de verbinding leggen tussen manoeuvre, inlichtingen, luchtsteun en grondgebonden vuursteun. Juist deze niveaus zijn verantwoordelijk voor de Opleiding en Training van de lagere tactische niveaus in hoger verband.

Ook ik heb in mijn subalterne periode schamper gedaan over de “fossielen” van de Veldartilleriegroep en de Lka die in hun blauwe KP-autootjes langs de schietstellingen reden om ons te bekritiseren. Later begreep ik dat hun operationele rol waarschijnlijk een stuk belangrijker was dan ik op dat moment kon bevroeden.

Extra vuurmonden klinkt leuk en zijn óók noodzakelijk maar veel belangrijker is het inrichten van die hogere niveaus. Dat voorkomt ook de intellectuele drain van hoger vuusteunpersoneel dat nu noodgedwongen de loopbaan moet voortzetten buiten het eigen Wapen.

Drones horen bij de Artillerie…

Command & control binnen vuursteun is complexer dan bij welk ander wapensysteem ook. Het concept van Verbonden Wapens wordt vooral gedragen door de vuursteuncoördinatie. Daar worden manoeuvre, vuursteun en hindernissen in tijd en ruimte en op basis van de opdracht en het oogmerk met elkaar in verband gebracht en afgestemd.

Zonder deze componenten is artillerie blind, traag en kwetsbaar. Juist daarom hadden we vroeger een uitgebreide vuursteunorganisatie. Niet omdat het kon, maar omdat het moest.

De huidige gedachte dat “intelligente systemen” dit kunnen vervangen, dat sensoren automatisch doelen aanleveren, dat vuursteun digitaal vanzelf integreert, is aantrekkelijk, maar naïef. Technologie ondersteunt, maar organiseert niet. Commandovoering blijft mensenwerk, het is vooral een Kunst en zeker een cultuur.

Drones horen bij de Artillerie.

Opvallend genoeg ligt er een kans die perfect aansluit bij de artillerie: drones.

Drones horen bij de Artillerie…

De hoofdtaken van de grondgebonden vuursteun zijn nog altijd Nabijsteun, Steun in de diepte en Grondwapensysteembestrijding. Die hoofdtaken hebben wellicht een andere betekenis gekregen in het “nieuwe” gevechtsveld maar conceptueel gezien staan ze nog fier overeind. We moeten er alleen een nieuwe invulling aan geven. Nabij en Diep betekenen wat anders dan in de mooie geëchelonneerde doctrine van onze voormalige tegenstander het Warsaw Pact. Maar ook toen gingen ze veel meer over het bevechten van de vrijheid van handelen dan over geografische afstanden.

Juist in dat gevecht om de vrijheid van handelen kunnen drones een cruciale rol spelen. Als we de effecten van drones zien op het gevechtsveld in Oekraïne dan zien we dat de mobiliteit van manoeuvre onder druk staat, grote verbanden zijn kwetsbaar en er is een “niemandsland” ontstaan tussen de strijdende partijen. Waar hebben we dat eerder gezien…. Ook toen als gevolg van een aantal technologische innovaties.

De inzet van drones is heel erg te vergelijken met de inzet van grondgebonden vuursteun. De uitdagingen van doelopsporing, targeting, coördinatie met de manoeuvre, veiligheid eigen troepen, allemaal zaken die ons op het lijf geschreven zijn. Hoe kan het dan toch dat de drones langzaam verdwijnen richting andere onderdelen van de Krijgsmacht en zelfs het gevaar lopen om als separaat Wapen te worden gezien. De Task Force is al opgericht…..

De Artillerie lijkt nog steeds te lijden aan innovatieve moed. Een oude kwaal, we lijken soms te lang te blijven leven in het verleden. We zijn niet brutaal genoeg om naar voren te stappen en ons zaken toe te eigenen die onomstotelijk bij ons horen. We blijven “kruidenieren op het BESVA-veldje”.

Mijn oproep zou zijn aan alle Artilleristen die er toe doen om onze schroom om gigantisch te groeien af te werpen. Niet meer denken in termen van wat haalbaar is in onze perceptie. Denk in ambitie en maak ons inderdaad weer dat GROTE EN MACHTIGE WAPEN!

Andere artikelen

Login ledengedeelte VOAWEB