Op woensdag 9 oktober 2025 is dienstplichtig sergeant der Artillerie Pieter Johan Timmerman met militaire eer herbegraven op de Erebegraafplaats op de Grebbeberg.
Timmerman diende als artillerist tijdens de meidagen van 1940 en nam deel aan de zware gevechten rond de Grebbeberg. Hij stond in dienst van de 3e batterij van de 3e afdeling van het 8e Regiment Artillerie en leverde vuursteun bij de verdediging van de Grebbelinie.
De herbegrafenis vond plaats in aanwezigheid van familieleden en leerlingen van de Petrusschool uit Nijmegen. De ceremonie werd ondersteund door personeel van de C-batterij van 41 Afdeling Veldartillerie, waaronder een draagploeg van het Korps Veldartillerie.
Sergeant Timmerman overleefde de strijd in 1940, maar werd in november 1944 alsnog slachtoffer van de oorlog. Tijdens de grote razzia in Rotterdam werd hij opgepakt en op transport gezet naar Duitsland. Onderweg raakte hij ernstig ziek en overleed op 18 november aan dysenterie in Blankenheim.
Zijn graf kon dankzij een nauwkeurige tekening in 1951 worden verplaatst naar Vlissingen. Nu, 81 jaar na zijn overlijden, heeft hij zijn laatste rustplaats gevonden tussen zijn kameraden op de Grebbeberg — op de grond waar hij vocht voor de vrijheid van ons land.
“Wij herbegraven hem hier, bij zijn kameraden van toen. Historische grond, waar hij zijn vuur gaf voor onze vrijheid. Dat hij mag rusten in vrede.”
Dienstplichtig sergeant Pieter Johan Timmerman Vandaag staan wij stil bij het leven en sterven van Pieter Johan Timmerman, werd geboren op 3 oktober 1917 te Schoondijke in Zeeuws-Vlaanderen, gestorven op 18 november 1944 aan de gevolgen van dysenterie die hij opliep tijdens zijn transport naar Blankenheim.
Ik wil allereerst de hier aanwezige familieleden van harte welkom heten. en de schoolklas van de Petrusschool uit Nijmegen.
Dank dat u hier vandaag aanwezig wilt zijn bij de herbegrafenis van dienstplichtig sergeant der Artillerie Pieter Johan Timmerman.

Allereerst zal ik kort ingaan op het ontstaan van de tweede wereldoorlog, de militaire dienstplicht die Pieter heeft vervult, de rol van hem en zijn eenheid in de meidagen van 1940 om af te sluiten met de omstandigheden die geleidt hebben tot zijn overlijden.
Ik neem u mee terug naar augustus 1939, toen Duitsland en de Sovjet-Unie een niet-aanvalsverdrag sloten: het Molotov- Ribbentroppact. In een geheime clausule verdeelden beide landen Polen. Op 1 september viel Hitler het land met veel machtsvertoon binnen. Groot-Brittannië en Frankrijk verklaarden daarop op 3 september Duitsland de oorlog. Drie weken later viel ook de Sovjet-Unie Polen binnen.
Nederland was in de eerste wereldoorlog neutraal gebleven en hoopte dat ook ditmaal de neutraliteit van ons land gehandhaafd zou blijven. Toch was men zich in Nederland bewust van de plannen van Nazi Duitsland, want op 28 augustus 1939 was men al begonnen met de eerste algemene mobilisatie van het Nederlandse leger, dat uiteindelijk over 300.000 manschappen beschikte. Enkele dagen voordat Hitlers troepen Polen binnenvielen, kondigde de Nederlandse regering op 24 augustus 1939 de voormobilisatie aan en werden 50.000 man onder de wapenen geroepen. Op 26 augustus 1939 werd gestart met het op oorlogssterkte brengen van de actieve regimenten. De mobilisatie was bedoeld om de verdediging voor een eventuele aanval voor te bereiden. Stellingen werden verstevigd en soldaten werden getraind. De mobilisatie had grote impact op duizenden jonge mensen die van hun privéplannen af moesten zien. Een tweede Algemene Mobilisatie zou plaatsvinden op 10 mei 1940.
Wie was Pieter Johan Timmerman. Over zijn jeugd is helaas niets bekend. Op zijn stamkaart valt bij zijn indiensttreding te lezen dat hij 1 meter 75,5 lang was, donkerblond en blauwe ogen. Verder had hij een slecht gebit, bijna alle kiezen waren gevuld waarvan enkele met zilver. Er is niets bekend over een vooropleiding. Op 1 maart 1937 komt Pieter op voor zijn dienstplicht. Initieel is hij voorbestemd voor een functie als stuksrijder, echter klaarblijkelijk valt hij zeer positief op en mag beginnen met een onderofficiersopleiding. Ook deze rond hij succesvol af en uiteindelijk wordt hij op 27 februari 1938 bevorderd tot dienstplichtig sergeant. Gelijktijdig gaat hij als vrijwilliger, formeel capitulant genoemd, een contract aan voor zes jaar. Hij wordt geplaatst binnen een afdeling Motorartillerie, initieel 8 RMA, later 9 RMA om uiteindelijk op 22 april 1940 ingedeeld te worden bij de nieuw gevormde 3e batterij van de 3e afdeling van het 8e Regiment Artillerie, onderdeel van de IVe (vierde) Divisie en gelegerd in de Arthur Koolkazerne in Ede. De 3e afdeling, waar de batterij deel van uitmaakt, is op dat moment al voor een deel gemotoriseerd. Naast rijwielen, motoren en auto’s, worden er uit alle hoeken van het land ook bijna 300 paarden voor de afdeling gevorderd. De 3 batterijen van III-8 RA zijn elk uitgerust met 4 houwitsers 15 lang 17.
Het is tijdens deze plaatsing dat sergeant Timmerman ingezet wordt tijdens de meidagen van 1940. Op 9 mei wordt de batterij van Pieter gealarmeerd en op 10 mei in de vroege ochtend rond 03.30 uur verplaatsen zij zich richting de Grebbelinie tussen Veenendaal en Rhenen. Om 07.00 uur krijgen ze het bericht dat Duitsland Nederland is binnengevallen, het ergst denkbare scenario is realiteit geworden. Op deze eerste oorlogsdag wordt de batterij niet ingezet, maar vanaf 11 mei worden zij meermaals betrokken bij de verdediging van de Grebbelinie. Tot driemaal toe brengen ze vuur uit en vanaf 17.00 uur wordt er ook van Duitse zijde teruggevuurd. Ook op 12 mei wordt de batterij een aantal malen ingezet, maar het hoogtepunt is de inzet op 13 mei. Vanaf Nederlandse zijde wordt een tegenaanval voorbereid en zoals gebruikelijk wordt dit gestart met inleidende beschietingen door de artillerie. De beschietingen treffen de gewenste doelen, echter de tegenaanval door de Infanterie wordt afgeslagen en de eenheden trekken zich langzamerhand terug. In plaats van doorgaan met vuren komt het bevel om de stukken onklaar te maken en de batterij te verplaatsen. Initieel gaan ze naar Elst, op 14 mei trekken ze door tot achter Vreeswijk. Hier ontvangen ze het bericht van de capitulatie en wordt de afdeling verplaatst naar Benschop. Als gevolg van het bevel van de bezetter tot demobilisatie wordt twee maanden na de capitulatie, op 14 juli 1940, Pieter met groot verlof gestuurd. Een jaar later, op 16 juli 1941, trouwt hij met Janna Veenendaal en op 17 mei 1942 wordt hun zoon Johan Pieter Frederik geboren. Voor zijn optreden tijdens de meidagen in 1940 is hem postuum het Mobilisatie Oorlogskruis toegekend op 29 november 2024. Die heb ik mogen uitreiken.
Na zijn inzet in de meidagen is Pieter gaan werken bij de politie. Onduidelijk is of dit de staatspolitie was of de gemeentepolitie in Rotterdam, het laatste is het meest aannemelijk. Vanuit de familie weten we dat hij het niet helemaal goed op had met de bezetters en klein verzet pleegde.
8000 Duitse militairen zetten op 9 november 1944 in Rotterdam en Schiedam pleinen, bruggen en wegen af. Ook het openbaar vervoer en telefoonverkeer wordt stilgelegd. Op 10 en 11 november 1944 vindt in Rotterdam en Schiedam de grootste razzia, genaamd Aktion Rosenstock, plaats die de bezetter heeft gehouden tijdens de tweede wereldoorlog. Ongeveer 52.000 van de 70.000 mannen tussen de 17 en 40 jaar oud worden weggevoerd om ingezet te worden bij de Arbeitseinsatz. Vanwege zijn functie had Pieter hiervan vrijgesteld moeten worden, dat valt ook te lezen uit het bevel van de Duitse Weermacht. Helaas voerden de Duitsers dit keer hun eigen bevel niet zo nauwgezet uit. Alle mannen die ze aantroffen werden afgevoerd, eventuele bewijzen van vrijstelling zouden wel gecontroleerd worden nadat met in Duitsland was aangekomen. De informele reden van het afvoeren van de mannen was dat de Duitsers alle weerbare mannen uit West-Nederland wilde verwijderen om te voorkomen dat deze uiteindelijk in verzet zouden kunnen komen. Op 11 november wordt ook Pieter opgepakt en op transport gesteld naar Blankenheim in Duitsland. Vanuit de trein schrijft Pieter nog diverse brieven aan Janna. Deze zijn gelukkig bewaard gebleven binnen de familie. Hieruit weten we dat de trein onder andere stil heeft gestaan in ’t Harde en dat het Rode Kruis hier nog hulp heeft geboden. Ook weten we dat hij in het gezelschap was van een collega van de gemeentepolitie Rotterdam, deze collega weet echter te ontsnappen uit de trein, maar zal uiteindelijk ook komen te overlijden. Pieter zelf raakt ziek tijdens het transport en bij aankomst in Blankenheim is hij overleden aan de gevolgen van dysenterie. Hij wordt in Blankenheim begraven, gelukkig maakt iemand een tekening van de graflocatie waardoor hij in 1951 herbegraven kan worden in Vlissingen. Ondanks dat er in 1959 toestemming gegeven wordt om Pieter te herbegraven op het Ereveld in Vlissingen wordt dit niet uitgevoerd.
Na de oorlog hertrouwd Janna niet, wel krijgt zij een tweede zoon in 1946. De beide zoons zijn vandaag aanwezig, net als de kleinkinderen van Pieter.
Vandaag zijn we dan bijeen om sergeant Pieter Johan Timmerman te herbegraven bij zijn kameraden uit de meidagen van 1940. Historische grond omdat hij hier in de omgeving heeft gevochten. Dat hij mag rusten in vrede.






















