FTX BASTION LION
Bravo Batterij neemt deel aan de eerste brigade-oefening in acht jaar tijd.
De integratie 41 Afdeling Artillerie binnen 13 Brigade Combat Team (BCT) in een fullcom vuursteunrelatie kenmerkte zich de afgelopen twee jaar met name door het deelnemen van de afdeling aan computer-assisted en command post exercises. Fire Units (FU) van vuurmondbatterijen werden daarbij gesimuleerd middels computersoftware.
Dit jaar kwam daar verandering in en gingen vuursteuneenheden mee de “mat” op. Ter voorbereiding op de onderbevelstelling van 41 Afdeling Veldartillerie onder 13X per 1-1-2027 en om te kunnen voldoen aan lopende NFM-verplichtingen, CLAS organiseert samen met 13BCT en in nauwe samenwerking met OOCL vanaf 2025 eens per jaar een grote LION-oefening. Eén van de doelstellingen daarvan is het trainen met de “ketens” van OOCL-eenheden binnen 13BCT. Om dat zo realistisch mogelijk te doen is het van belang dat alle eenheden die deel uit maken van 13BCT tijdens inzet samen trainen. De laatste brigade-FTX waar vuursteuneenheden, samen met Combat, CS en CSS eenheden op een vergelijkbare manier geïntegreerd optraden was FTX BISON DRAWSKO in 2017. Zodoende durf ik te stellen dat deelname van 41 Afdeling Artillerie aan FTX BASTION LION (BALI) op Training Area GuZ ALTMARK geen overbodige luxe was. De Bravo Longhorn Batterij (Bt) nam deel aan deze oefening van grofweg 4 april t/m 25 april 2025. Het FTX-gedeelte bestond uit twee runs van twee keer vier dagen. Run 1 zou plaatsvinden in brigadeverband en run 2 was bedoeld voor eigen training onder leiding van de batterij. Deelname was nuttig en noodzakelijk. Niet alleen voor ons eigen optreden, het trainen in realistische verbanden en de samenwerking met manoeuvre en andere enablers, maar met name om mee te gaan in de mindset van 13BCT.
De kernelementen van deze mindset, zoals herhaaldelijk geformuleerd door C-13BCT Bgen Kooij, bestaan (zonder aanspraak op volledigheid) uit: snelheid, eenvoud en het gevecht winnen. In navolgende secties zal ik toelichten hoe de Bravo Bt hieraan invulling heeft gegeven tijdens FTX BALI. Ik wil de lezer daarbij een impressie geven van onze ervaringen en de volgende vraag beantwoorden: Kunnen wij mee met de mindset van 13BCT?


Snelheid
Het eerste element snelheid is van belang voor de brigade om in voorkomend geval de AOR te kunnen bezetten voordat de vijand in staat is dit te doen. De brigade ontbeert namelijk de slagkracht om gebieden en/of steden te heroveren. Snelheid genereren realiseert men allereerst door alle wielvoertuigen via de weg naar het gebied van inzet te laten verplaatsen. Tijdens FTX BALI hield dit in dat er verschillende roadmoves vertrokken vanuit heel Nederland naar ALTMARK. Op zich niet zo bijzonder, ware het niet dat dit voor ons de eerste roadmove van dergelijke proporties (een kleine 400km van de LTK naar ALTMARK) met Boxers en Fenneks bevatte. Na 12 uur rijden op vrijdag 4 april kwam de colonne zonder kleerscheuren aan op de Staging Area, Kamp Planken nabij ALTMARK. Na kort settelen ging de eenheid direct door met de voorbereiding op “Run 1”, die maandag 7 april aan zou vangen. Anders dan anders gebeurde dit direct al in een Hoofdtaak-1 setting; omgehangen op de base, slapen in tenten, realiseren van onderbevelstellingen en snelle commando- (COVO) en besluitvorming om tijdswinst te boeken. De tweede manier om snelheid te maken in de filosofie van 13BCT is zodoende door het COVO-proces drastisch in te korten. Zes uur hanteert de brigade daarbij als richtlijn. Twee link-ups met ondercommandanten en een rehearsal zijn hierin de belangrijkste factoren.
Voor het eerst kwamen we op batterijniveau (en lager) in aanraking met dit versnelde COVO-proces. Het zal u niet verbazen dat dit gepaard ging met de nodige uitdagingen. Allereerst is het wenselijk dat commandanten op lagere niveaus al op de hoogte zijn van de algemene vijandplaat en de situatie eigen troepen. Over het algemeen verstrekt de brigade deze informatie al in Nederland. Na de 1e Link-up met C-13BCT schetste de afdelingscommandant samen met de afdelingsstaf hoe het manoeuvregevecht grofmazig ging verlopen met daarin de rol van de vuursteun . Na deze link-up konden we op batterijniveau alvast aanvullende Situational Awareness opbouwen op de kaart. Met name door ingetekende AMA’s, TAI’s, belangrijke routes e.d. te bekijken. Deze meeting duurde ongeveer twintig minuten en ondanks dat veel coördinerende bepalingen ontbraken, hadden we in voorkomend geval alvast voorwaarts kunnen gaan naar onze uitgangspositie in de eerste AMA. Op de zaterdagavond, een aantal uur na de 1e link-up, vond de daadwerkelijke bevelsuitgifte van de afdeling naar de batterij plaats. Hier konden we mee uit de voeten. We kwamen er vooral achter dat specialisten zoals vuurleiders en vuurregelaars, verbindingspersoneel en logistiekelingen elkaar nog meer moeten op zoeken tijdens het commandovoeringproces om zoveel mogelijk informatie te kunnen verwerken in korte tijd. Als commandanten alles centraal aanlopen en wachten op backbriefs loop je snel uit de tijd en mis je uiteindelijk informatie. Het verder uitwerken van een eigen SOP op afdelingsniveau ter aanvulling op bestaande handboeken en Tactics, Techniques en Procedures (TTPs) is daarbij van belang voor de detailafstemming tussen de verschillende niveau’s.
Eenvoud
In de nacht van maandag 7 april “rolde” de Bravo Bt van de base af richting het afwachtingsgebied in de AOR. Eén van de aspecten die we deze oefening met name naar voren moesten laten komen was het “simpel houden van ons optreden”. Dit voorkomt dat we te veel afwijken van de kern van ons optreden en daardoor focus verliezen. Kortom, we zagen onszelf genoodzaakt het grondbeginsel van militair optreden eenvoud toe te passen. Nou is dat voor ons Artilleristen in beginsel niet zo moeilijk omdat we simpel gezegd moeten kunnen blijven schieten. Dat doen we door onze TTP’s toe te passen. Experimenteren was daarbij toegestaan en zelfs noodzakelijk maar wel binnen bovenstaande context. Hoe kan ik zo lang mogelijk ongezien blijven in mijn hide of Tactical Assembly Area? Hoe zorg ik voor behoud van command & control ondanks dat mijn eenheid zo veel mogelijk verspreid moet staan in verband met de heersende drone-dreiging? Hoe zorg ik voor voldoende voortzettingsvermogen om vuursteun te kunnen blijven leveren en minimaliseer ik tegelijkertijd bewegen in de AMA? Vragen die je gedwongen wordt te stellen in deze omstandigheden.
Onze corebusiness op batterijniveau is zorgen dat de Fire Unit (FU) kan blijven schieten. Voortzettingsvermogen in de breedste zin van het woord staat dus onder andere bovenaan de prioriteitenlijst. Een van de grootste voordelen van deze oefening was het trainen met onderbevelstellingen van B&TCo en 431 Herstelpeloton. We hadden twee wissellaadsystemen (WLS) bij ons en een sectie met vier voertuigen, waaronder een pantserrupsberger (PRB), van het herstelpeloton. Daarmee waren we voor een groot deel zelfvoorzienend v.w.b. herstelwerkzaamheden en de op- en afvoer van met name munitie. In het kader van trainen van de “ketens” moesten we op batterijniveau nadenken over de herbevoorrading van het vuurmondpeloton via KLV dumplocaties in de AMA. Een van de dumplocaties was ingegraven door eenheden van 41 Pantsergeniebataljon in een zogenaamd T-Slot. Dit zorgde ervoor dat twee guns gelijktijdig gedekt konden herbevoorraden.
Ook het samenspel op afdelingsniveau t.a.v. het wisselen van lege voor volle flatracks met daarop vooraf vastgelegde samenstellingen van standaard laadeenheden munitie (SLEMs) was hier onderdeel van. Tevens hebben we bijgedragen aan het beproeven van de herstelketens. We kwam erachter dat we “te veel” bij ons hadden. Dat vergrootte niet alleen onze footprint onnodig, maar zorgde ervoor dat het herstelpeloton zelf geen middelen meer overhield voor grotere reparaties in het achtergebied. Een PRB en aanvullende torenherstel-capaciteit op batterijniveau is wel wenselijk. Hiermee vergroten we onze zelfredzaamheid en minimaliseren bewegingen in en buiten de AMA’s. In deze kunnen we het beginsel eenvoud dus vrij snel verder implementeren. Ook de medische ketens zijn veelvuldig getraind met behulp van een GNK afvoerploeg die was ingebed bij de Alfa Batterij. Afvoer van NONEX WIA’s, KIA’s en POW’s trainden we tot aan brigadeniveau. Soms zagen we personeel 12 uur lang niet terug omdat ze alle (administratieve) stappen van de medische afvoerketen doorliepen. Gebrekkige C4I en daardoor spaak lopende communicatie met onderbevelgestelde eenheden (met name van B&TCo) blijft één van de grootste knelpunten. Oplossingen zijn gezocht van FM9200 in de Scania, tot gebruik van PRR’en en runners. Het blijft behelpen op dat gebied. Om ons stafgebied niet te groot te maken en daarmee zichtbaar voor met name Drones, kozen we voor twee locaties: één voor ons organieke stafelement en een aantal honderden meters uit de buurt het element van de onderbevelstellingen. Los van de gebrekkige onderlinge verbinding, was dat een prima concept.
De randvoorwaarden waren zodoende ingeregeld om onze vuursteuntaken optimaal uit te kunnen voeren. De meest prominente vuursteuntaak van de Bravo Bt was het ondersteunen van de verdedigende opstellingen van het Duitse 391 Battlegroup (BG) en in het veroveren van oefendorp SNOGGERSBURG door 17 en 42BG. Het gehele vuursteunsysteem, incl. FO’s van de BGs, werkte daarbij dusdanig samen dat de vijand in het oord volledig was uitgeschakeld na de inleidende beschietingen. Ondanks het hoge simulatie-gehalte gaf dit wel aan dat de afdeling in staat is de slagkracht van de brigade significant te vergroten en daarmee bij te dragen aan een succesvol verloop van de operatie.


Het gevecht winnen
Het gevecht winnen klinkt goed als je een effectieve bijdrage hebt kunnen leveren aan het vernietigen van een aanvalsdoel. Zo simpel was het echter niet. Om inzetbaar te blijven moesten we regelmatig uit onze comfortzone stappen. We moeten daarbij weer wennen aan lange tijd stil staan zonder dat er continu vijandelijke activiteiten zijn. Als er wel wat gebeurde, hielp vaak late en gebrekkige informatievoorziening niet mee voor het behoud van SA. Toch moesten we scherp blijven en onze taak blijven uitvoeren. Dit zorgde regelmatig voor uitdagende situaties doordat er daadwerkelijk tanks en infanteriegevechtsvoertuigen door onze AMA heenreden, gepaard met close air support, van zowel eigen als vijandelijke troepen. Door snel en adequaat op veranderde omstandigheden te reageren konden we onze pelotons op tijd laten verplaatsen om inzetbaar te blijven. “Even” een nieuwe TAA betrekken was echter geen vanzelfsprekendheid doordat het qua omvang beperkte brigadevak vol zat met neveneenheden. De meesten waren herkenbaar als eigen troepen, sommige Duitse voertuigen van 391BG waren dat niet. Na de eerste run volgden, onder andere ingegeven door het tragische overlijden van soldaat Delano Minten van 42BLJ, meerdere dagen waarbij het scenario doorliep maar de focus lag op voorbereiden van run 2 en evalueren. We bleven dus wel gewoon te velde wat het verhogen van de kennis omtrent jezelf inzetbaar houden voor een langere periode dan weer ten goede kwam.
Zelfredzaamheid
Doordat we als PzH-eenheid vaak met name op groepsniveau op onszelf zijn aangewezen, was het vergroten van zelfredzaamheid het grootste speerpunt voor de tweede run. De focus lag daarbij op niveau 2. De Alfa en Bravo Bt bundelden daarbij hun krachten om samen iets op te tuigen. Dit mondde uit in vier thema’s die ieder een halve dag in beslag zouden nemen: TTPs niv II, degraded ops, uitbouwen hide & bergingscasuïstiek. Guns van beide batterijen vormden daarbij buddyparen en doorliepen onder leiding van een gemengde OTE-organisatie alle events in 48 uur tijd. De guncrews leerden daarbij onder andere procedures om te kunnen blijven schieten in een denied environment, of elkaar zonder ODB-steun af te kunnen slepen en het sluitstuk te heffen voor onderhoud. Dit is noodzakelijk omdat in een HT-1 setting de specialist (techneut, verbindelaar etc.) niet altijd bij het voertuig met gebreken kan komen. De zelfredzaamheid op niveau 1 en 2 moet daarom omhoog. We hebben tijdens de tweede run de basis gelegd om dit aspect verder uit te bouwen voor toekomstige oefeningen. De samenwerking met de Alfa Batterij willen we daarbij zeker bestendigen. Kruisbestuiving is belangrijk en opent onze ogen voor andere zienswijzen en goede ideeën. Na afloop van run 2 op 15 april stelden alle eenheden op nabij de CP locatie van de afdeling. Hier maakten we ons op voor de verplaatsing via Munster, Kamp Trauen waar we nog een week zouden verblijven voor onderhoud en uitvoeren CEAG (voertuigontsmetting varkenspest). Om uiteindelijk op 25 april terug te keren op de LTK.
Conclusie
Concluderend kan ik stellen dat we als Artilleristen en Longhorns hebben bijgedragen aan een succesvol verloop van deze brigade-oefening. We hebben als vuursteuncommunity aangetoond onze hoofdtaak dusdanig te kunnen vervullen dat we een meerwaarde zijn voor het brigade-optreden. Dat vermoeden hadden we al wel, maar is nooit eerder onder leiding van 13BCT op deze manier tijdens een FTX beoefend. Bevestiging hiervan biedt dus hoop voor de toekomst. Aangezien dit voor velen de vuurdoop was, valt er nog een hoop te leren. Op het gebied van snelheid, met name door efficiënter met onze tijd voor COVO om te gaan, elkaar op te zoeken en terug te vallen op een SOP. Eenvoud toepassen lukte aardig. We moeten dit echter ook in onze eigen trainingen blijven toepassen en niet verzanden in utopische scenario’s of exotische drills die we tijdens HT-1 inzet nooit gaan toepassen. We moeten ook zoveel mogelijk en daar waar het kan de samenwerking met onze neveneenheden en ketenpartners blijven opzoeken. Op deze manier kunnen we zo realistisch mogelijk trainen, van elkaar leren en een fundament voor ons optreden bouwen. De eerste stap om mee te gaan in de mindset van team Oirschot is dus wat mij betreft gezet. We kunnen mee in hetgeen de brigade van ons vraagt als we op deze manier samen blijven trainen.






















