Historische collectie KVA

Contactgegevens

Historische Collectie Korps Veldartillerie
Legerplaats bij Oldebroek
Eperweg 149 8084 HE ’t Harde
Telefoon: 0525 657310
Email reserveren: hckvaoldebroek@gmail.com
Email overig: artilleriemuseum@mindef.nl
Website: www.nederlandsartilleriemuseum.nl

Aanspreekpunten:
Voorzitter: Bgen der Art bd Bart Rosengarten
Secretaris: Lkol der Art bd Frits Dürst Britt

Opening:
Maandag t/m vrijdag van 13:00 uur tot 17:00 uur.
Feestdagen gesloten.
Zie de website voor eventuele wijzigingen.

Achtergrond

De Historische Collectie Korps Veldartillerie (HCKVA) is als het voormalige Nederlands Artilleriemuseum (NAM) 65 jaar geleden begonnen als munitieverzameling maar is zich in de loop van de jaren 70 gaan ontwikkelen als een collectie die de historie en ontwikkeling van de Nederlandse artillerie in beeld bracht. Daarin zijn de volgende historische feiten van belang. In 1677 werd het Korps Artillerie opgericht. Het Korps Artillerie was in eerste instantie een statische, aan vesting gebonden, eenheid, die de mogelijkheid had belegeringsgeschut uit te brengen. Pas in de tweede helft van de 18e eeuw werd een onderscheid gemaakt naar veld-, vestings-, belegerings- en kustartillerie. Het Korps Rijdende Artillerie is in 1793 opgericht en komt niet voort uit eenheden van de Nederlandse artillerie. In 1818 vond een reorganisatie plaats, waarbij voor het eerst werd gesproken over de functie van veldartillerie. De samenstelling van de artillerie werd toen een korps rijdende artillerie, vier bataljons veldartillerie en zes bataljons vestingartillerie. Pas in 1876 worden drie divisies met elk een regiment veldartillerie geformeerd. Vanaf dat moment is de functionaliteit “veldartillerie” ook gevangen in de naamgeving van de eenheid. Na verdere reorganisaties ontstaan uiteindelijk acht regimenten veldartillerie, die tot de capitulatie in mei 1940 de kern van de bereden artillerie vormen. Naast de drie in 1876 geformeerde regimenten veldartillerie blijven er drie regimenten vestingartillerie bestaan, later uit reorganisatie aangevuld met een vierde regiment dat in 1913 wordt omgenummerd tot een regiment kustartillerie. Uiteindelijk komt uit de vestingartillerie de luchtdoelartillerie voort, wat resulteert in de oprichting van het Korps Luchtdoelartillerie in 1922. Opvallend is dat in deze tijd de regimenten bereden- of veldartillerie niet in een korps veldartillerie zijn ondergebracht; het blijven zelfstandige regimenten. Het Korps Veldartillerie wordt in 1974 opgericht bij Koninklijk Besluit van 26 augustus, door het samenvoegen van de Regimenten Veldartillerie “Van Essen”, “Prins Frederik” en “Prins Maurits”. In dat Koninklijk Besluit wordt gesteld dat het Korps Veldartillerie de oprichtingsdatum 11 januari 1677 zal blijven herdenken, als datum waarop het Korps Artillerie blijvend in het Nederlandse leger werd georganiseerd.

Met de oprichting van het Nederlands Militair Museum (NMM) in december 2014 en als gevolg van het vigerend museaal beleid van Defensie is niet langer sprake van het Nederlands Artillerie Museum (NAM), maar van de HVKVA, naast de historische collecties van het Korps Rijdende Artillerie (HCKRA) en de grondgebonden luchtverdediging (HCGLVD). Wel zet de HCKVA het collectiebeleid van het NAM voort in die zin dat zij zich niet alleen richt op de geschiedenis van het Korps Veldartillerie, maar op die van de gehele Artillerie. De HCKVA wil dus een totaalbeeld bieden van de historie en ontwikkeling van de Nederlandse artillerie, zonder zich te begeven op het terrein van de HCKRA en HCGLVD, die met hun collecties, documentatie en expertise de geschiedenis van respectievelijk de Grondgebonden Luchtverdediging en het Korps Rijdende Artillerie in beeld brengen.

De HCKVA voldoet nog aan de ICOM-definitie van een museum en heeft dus nog de status van “geregistreerd museum”. Ondanks de veranderingen in de omgeving acht het bestuur van de HCKVA het wenselijk die status te handhaven. Zij acht het van belang de historie van de (veld)artillerie in beeld te brengen en de informatie daarover ook beschikbaar te stellen voor bezoekers van buiten Defensie. Het bestuur gaat er daarbij van uit dat die doelstelling het best kan worden gerealiseerd door te handelen overeenkomstig de geldende museale normen en door in nauwe samenwerking met andere culturele instellingen en vergelijkbare particuliere instanties een zo hoog mogelijke graad van professionalisering na te streven. Die doelstelling krijgt mede gestalte door een voortdurende vernieuwing en aanpassing van de expositie en de introductie van moderne informatievoorzieningsmiddelen.

Login ledengedeelte VOAWEB
X