De laatste tijd komen er steeds meer positieve berichten in het nieuws over investeringen in onze Krijgsmacht. Groei lijkt weer een optie. Goed nieuws natuurlijk maar zijn we er hiermee?
In onze doctrine staat Militair Vermogen beschreven als een complex van een fysieke, mentale en conceptuele component. De makkelijkst te beïnvloeden component is vanzelfsprekend de fysieke. Dit is een kwestie van tijd en geld. Het oprichten van een tankbataljon is een kwestie van 50 tanks aanschaffen, de infra regelen en het personeel werven. Dat kost je een overzichtelijk aantal jaren en is in principe goed te doen.
Maar een tankbataljon is meer dan tanks, gebouwen en personeel. De uitdaging zit ‘m nu juist in dat meer. Dat is namelijk niet zo concreet, niet zo grijpbaar en ook niet “in de winkel” te koop. Dat meer overstijgt ook de Krijgsmacht en is in sterke mate afhankelijk van de Staat (hoe kijken onze bestuurders aan tegen een Krijgsmacht) en het Volk (zijn de Nederlanders bereid om in te schikken als het gaat om ruimte voor die Krijgsmacht. Volk, Staat en Krijgsmacht als drie-eenheid bepalen voor het grootste deel de mentale component van militair vermogen of “de bereidheid om te vechten”. Die bereidheid is niet iets van de militairen alleen. Als die bereidheid niet aanwezig is bij ons bestuur en bij de Nederlanders, dan is het voor een Krijgsmacht een vrijwel onbegonnen taak om die bereidheid te genereren.
Wat is die “Will to Fight” en hoe kunnen we die bevorderen? Er zijn heel veel onderzoeken gedaan naar de redenen waarom soldaten vechten. Al die onderzoeken komen eigenlijk altijd tot de conclusie dat “Volk en Vaderland” of “Roem” heel laag scoren. De soldaat vecht vooral om zelf te overleven en voor zijn naaste collega of buddy. Daarna komt nog de kleinere eenheid, zijn Groep of Stuk of peloton misschien nog de Batterij of de Afdeling maar dan houdt het snel op. Er lijkt dus een sterke relatie te bestaan tussen kameraadschap en de bereidheid om te vechten. Kameraadschap is iets anders dan vriendschap, het bestaat namelijk ook tussen mensen die je qua persoon of karakter misschien wel helemaal niet zo goed liggen. Kameraadschap wordt al bevorderd vanaf de initiële opleiding. Iedereen herinnert zich nog wel de instrumenten en de motto’s die onze instructeurs en de organisatie gebruikten: eenheid van tenue, iemand zijn handschoenen vergeten? Iedereen handschoenen uit, we laten niemand achter, de legeringskamer met 8 of 10 man, het IP-bivak, life-time-employment, de Eed of Belofte, etc. etc.
Helaas is Kameraadschap een schaars goed geworden als je kijkt naar de politiek en het bestuur (de Staat), ook in de maatschappij (het Volk) moet je het met een lampje zoeken. Zelfs in de Krijgsmacht is het niet meer vanzelfsprekend. Instrumenten als Life-time-employment en blok-bevorderingen zijn verdwenen en ook de Vorming van officieren en onderofficieren is min of meer vervangen door een hoogwaardige maar wel zeer individuele opleiding. Ik zie dit als zorgelijk omdat het een rechtstreekse relatie heeft met onze Bereidheid om te Vechten.
Naast de mentale en fysieke component van militair vermogen bestaat er ook nog de conceptuele. Dat is van de drie wellicht de moeilijkste om te begrijpen. Ook deze component is niet alleen van de Krijgsmacht. Ook Staat en Volk dragen hieraan bij.

Wat moeten we ons voorstellen bij de conceptuele component van militair vermogen? Je zou dit begrip heel goed kunnen vervangen door Militair Denken. Toegespitst op de Krijgsmacht gaat het dan over vragen als: waarom werkt verrassing? wat is het nut van een operationeel raamwerk? wat is vrijheid van handelen? Zijn achtergebieds-, nabije of diepe operaties geografisch of conceptueel bepaald? Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen het tactische, operationele en strategische niveau? Wat is het verschil tussen JOINT en verbonden wapens? Waarom is sneuvelen belangrijk?
Dit zijn in hoge mate filosofische vragen die echter essentieel zijn om over na te denken om het begrip bij operationele besluitvorming te verdiepen.
Ook Volk en Staat dragen bij aan de conceptuele component van militair vermogen. Te denken valt dan aan vragen als: hoe geven we vorm aan de drie-eenheid Volk, Staat en Krijgsmacht. Die drie-eenheid was tijdens de Koude Oorlog heel erg duidelijk. Niet alleen omdat toe de dienstplicht nog bestond maar ook omdat Staat en Volk-breed een hele duidelijke perceptie van dreiging bestond. Militairen in het straatbeeld, kazernes, militaire colonnes, straaljagers, borden met Schietterrein Levensgevaarlijk waren normaal en niemand keek er van op. Ook de reden dat we een Krijgsmacht nodig hadden werd breed gedragen maar ook begrepen.
Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie besliste de Staat al vrij snel dat er sprake was van vredesdividend. Onze grote en machtige Krijgsmacht werd binnen no-time gereduceerd tot een schim van wat het ooit was. De dienstplicht werd opgeschort waardoor de natuurlijke band tussen Volk en Krijgsmacht verdween. Defensie verdween uit het straatbeeld.
Ook de redenen waarvoor de Krijgsmacht kon worden ingezet veranderden. De eerste Hoofdtaak, verdedigen van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, werd breed gezien als achterhaald. De wereldvrede was immers uitgebroken….. De Krijgsmacht werd gezien als een klein chirurgisch instrument dat expeditionair kon worden gebruikt om stabiliteit te brengen in conflictgebieden ver van Nederland. Hierbij mochten eigenlijk geen slachtoffers vallen dus de geweldsinstructies en de bewapening waarmee onze soldaten op pad gingen waren zeer beperkend.
Wat bleef was het verguizen van militairen na terugkeer van een missie. Er waren natuurlijk wel slachtoffers gevallen, helaas was de stabiliteit niet gebracht, collateral damage was niet voorkomen kortom, voldoende redenen om de militairen de schuld te geven.
Om terug te komen op de initiële vraag: is meer geld onze redding? Het antwoord is tweeledig, ja, fysieke groei van de Krijgsmacht is heel belangrijk. Maar het antwoord is ook nee, het is niet genoeg. Een krijgsmacht kan alleen bestaan en functioneren binnen de drie-eenheid Volk, Staat en Krijgsmacht. Modieuze concepten als Whole of Society en Weerbaarheid zeggen dat in feite ook. Als Volk en Staat zowel mentaal als conceptueel niet bijdragen aan het militair vermogen dan kunnen we er nog twee keer zoveel extra miljarden in stoppen, het gaat nooit wat worden…
Massa, Volume en Voortzettingsvermogen
Vertellen maar een deel van het verhaal
Trouw, Gehoorzaam en onderworpen, de rest
Die rest is niet goedkoop, want dat zijn wij…
– TEUN TZU –






















