Foto 1 Straatbeeld met een paneel met anti-Nederlandse propaganda We don’t like the Dutch. 1945  (Bron Beeldbank NIMH)
Foto 1 Straatbeeld met een paneel met anti-Nederlandse propaganda We don’t like the Dutch. 1945 (Bron Beeldbank NIMH)

Leo Piek

Terwijl na de capitulatie van Japan in Nederlands-Indië, losgeslagen, criminele bendes jacht maakten op alles wat Belanda was, werden aan de andere kant van de wereld vele jonge kerels in dat verre Vaderland uit hun bestaan gerukt om die andere, onbekende landgenoten te hulp te komen. Dat, terwijl zij net zelf een oorlog hadden overleefd.

Het was feest in Huize Piek in die rustige straat van het slaperige stadje Noordwijk aan het Noordzeestrand. Leo Piek werd achttien jaar èn zijn moeder was levend teruggekomen uit het verslagen Duitsland. Vader had voedselbonnen gespaard, zodat ze aan een rijk gedekte tafel een vrolijk feestje konden vieren. Ook de andere, speciale, gasten, de drie Joodse dames uit Amsterdam hadden eten en drinken meegenomen. Tot een paar maanden geleden zaten zij hier ondergedoken en kwamen vieren dat hun redster haar dappere daden ook had overleefd.

Zij had haar arrestatie te danken aan een buurman, die in het staartje van de oorlog, toen zij onder invloed van het succes onverschilliger werden, in de gaten kreeg dat er naast hem Joden werden verstopt en de moffen had ingeseind.

Gelukkig had Leo daar op tijd lucht van gekregen en wist hij de dames op het nippertje in het holst van de nacht weg te helpen glippen, en ze uit handen van de Joden jagers te houden. Mama werd wel meegenomen. Zij was niet op tijd met het opruimen van de sporen, werd door de moffen gearresteerd en naar Duitsland gedeporteerd.

Gelukkig kwam de bevrijding net op tijd en konden ze die avond van 7 september 1945 met zijn allen het einde van alle ellende vieren. Leo zat vol wilde plannen. Hij was erin geslaagd aan de arbeitseinsatz te ontkomen en had in de afgelopen winter diverse tochten naar de boeren in het oosten en noorden gemaakt om aardappelen te halen. Op zijn gammele fiets midden in de nacht door de vrieskou. Eerst was het afzien vanjewelste, bevroren vingers en tenen, in het pikkedonker over de kop slaan en alle aardappelen op de tast weer terug zien te vinden. Die ijskoude wind! Die griezelige bomen, die als vingers van de dood tegen de nachtelijke hemel afstaken. De constante angst tegen een moffenpatrouille aan te lopen.

Het was zwaar… het was heerlijk… hij was ervan gaan houden. Die pijn in de benen die alsmaar sterker werden en steeds minder pijn deden, waardoor hij steeds harder en langer kon fietsen.

De oorlog was afgelopen, maar in Huize Piek geen blijdschap… die werd overschaduwd door de zorg om Mama die ergens in een Duitse gevangenis zat. De nazi’s hadden er geen boodschap aan dat zij vrouw en moeder was. Misschien pleitte dat in dit geval juist tegen haar. Een vrouw die een paar Joden voor hen verstopte! Daar konden ze geen begrip voor opbrengen.

Gelukkig kwam al snel het bericht dat ze het goed maakte en onderweg was naar huis. Wat een feest was dat! Dat nieuws van die agent in burger! Toen Mama terug was probeerden ze hun ontwrichte leventje weer op te pakken en Leo begon plannen te maken voor later. Hij was handig, wat hij met zijn ogen zag konden zijn handen maken. En hij hield van sport. Al van jongs af zat hij op de turnvereniging in de stad en hield ervan om al die oefeningen weer onder de knie te krijgen. Stiekem miste hij de spannende nachtelijke fietstochten en daarom bleef hij dat doen… maar nu met een koplamp voorop. En na een paar weken niet meer ’s nachts maar overdag.

Eigenlijk zou hij wel wat willen doen met deze vaardigheid, want er was niemand van zijn vrienden die hem op de fiets kon bijhouden en Leo begon te sparen voor een racefiets. Tot iemand in de stad een worstelvereniging begon en hij nieuwsgierig een keer ging kijken en aan een proefles mee mocht doen, en ontdekte dat deze sport hem helemaal op het lijf was geschreven. Je had geen dure fiets nodig of allerlei turnmateriaal, nee, een tegenstander was genoeg. De beresterke Leo Piek droomde van een carrière als wielrenner, maar had voorlopig een sport gevonden waar hij zich helemaal in kon uitleven en de toekomst lachte hem tegemoet.

Tot die krantenkop in de kiosk hem tegemoet schreeuwde;

‘IN NEDERLANDS-​INDIË GEEN VREDE!’

De Jappen waren weliswaar verslagen, dat wist hij, maar nu werden onze landgenoten belaagd door Sukarno en zijn moordenaarsbende. Het bericht raakte Leo. Hoe kan dat nou? Het was toch vrede? En waar waren de mannen van die vrouwen dan?

Hij kocht die krant en las hoe het in elkaar zat. Hoe daar in het Nederland aan de andere kant van de wereld vrouwen en kinderen werden vermoord, verkracht en belaagd door extremisten. Het gevoel van een paar maanden geleden kwam in volle hevigheid bij hem boven. Dat gevoel van onvrijheid, angst, onderdrukking. Daar was hij net van bevrijd, maar kon het zich nog heel goed invoelen, hoe bang, verdrietig en vooral boos hij was geweest toen ze zijn moeder weghaalden.

DAT MAG NOOIT MEER GEBEUREN! Daar zou hij wat aan doen! Hij was niet voor niets zo sterk!

Hij vond uit dat er vrijwilligers werden gevraagd om zo snel mogelijk naar Indië te gaan om die weerloze landgenoten te beschermen. Zijn moeder hield hem niet tegen, begreep dat dat onbegonnen werk was en Leo meldde zich aan. Gelijk na opkomst werd hij naar Engeland ingescheept voor een militaire opleiding, gevolgd door een chauffeursopleiding. Hij zou naar Indië gaan als vrachtwagenchauffeur, een zwaar groot stuur in zijn sterke armen, honderden paardenkrachten onder zijn kont, de droom van iedere jongen zoals hij.

Een paar maanden later kwam hij op Tandjong Priok aan land en begon zijn gevaarlijke werk voor de Aan- en afvoertroepen van de KL. Vele van zijn collega’s sneuvelden door snipers en bermbommen. Leo Piek had een zesde zintuig en wist steeds levend van iedere rit terug te komen, met een beetje hulp van ene Tukitjo.

Tukitjo redt soldaat Leo Piek.

 

Tukitjo was de Javaanse naam van de Indische jongen Leo Marks. Nadat hun vader door de Jappen gevangen was genomen koos zijn Javaanse moeder ervoor haar kinderen Javaanse namen te geven, zodat zij meer kans hadden de oorlog te overleven. De Jappen hadden daar geen boodschap aan en stopten hen toch in een concentratiekamp. Zijn moeder, broertjes en zusje in Ambarawa en Tukitjo kwam in een klein kamp terecht in de bergen van Java. Daar werd hij bevrijd door het Indonesische leger-in-oprichting en trad bij hen in dienst als monteur/wapenhersteller.

Ten tijde van de besprekingen in Linggadjati had zijn eenheid de taak te zorgen voor de veiligheid van de Indonesische deelnemers. De vergadering liep op niets uit en de eenheid van Tukitjo verhuisde naar de voet van de Goenoeng Slamet, ongeveer veertig kilometer ten zuiden van de kustplaats Tegal. Tukitjo werd monteur in het onderhoudspeloton en hielp de vooral Japanse legertrucks en andere voertuigen rijdende te houden.

Het was een onrustige, ingewikkelde periode, waarin zijn eenheid meer oorlog voerde met de Sabilillah dan met buitenlandse vijanden. Sabilillah waren islamitische strijders die Indonesië niet alleen wilden bevrijden van de Nederlanders, maar tegelijkertijd moslimstaat wilden maken en iedereen die er anders over dacht als vijand beschouwden, landgenoot of niet.

Een paar maanden later resulteerden de onderhandelingen in Linggadjati toch in een akkoord, maar in plaats van orde en rust laaiden de gevechten juist weer op. De Hollanders zetten de aanval in met hun ‘Operatie Product’, en veroverden in een paar dagen tijd grote delen van Java op het Indonesische leger. De troepen van Sukarno waren nog maar amper wakker of een ‘staakt-het-vuren’ werd afgekondigd en nieuwe besprekingen volgden tussen de vrijheidsstrijders en hun bezetter en een grens werd afgesproken, een ‘demarcatielijn’, waarachter de twee legers zich zouden terug trekken. Zo kreeg de eenheid van Tukitjo ook opdracht om zich terug te trekken op stellingen bij Wonosobo.

Maar daar voelden de Islamieten niets voor. Zij wilden geen grondgebied prijsgeven alleen maar omdat Sukarno dat had afgesproken en de onderlinge oorlog laaide op toen zij probeerden de terugtrekkende TNI-troepen tegen te houden, waardoor de absurde zich voordeed dat de eenheid van Tukitjo kreeg van pas uit Nederland overgekomen Hollandse soldaten om zich een weg door de linies van de Darul Islam te vechten.

Bij één van die gezamenlijke optredens reed Tukitjo met zijn reparatiewagentje achter een colonne TNI trucks aan. Hij was in opperbeste stemming, zijn maten hadden vanmorgen voor hem gezongen, stilletjes, want het was oorlog met de Darul Islam en hij zou vanavond misschien zijn familie terugzien.

Met die gedachte zag hij om de bocht een Nederlandse legertruck in de berm staan. Hij had duidelijk pech en liep gevaar in handen te vallen van de moslims. Tukitjo stopte achter de wagen en vroeg wat er aan de hand was. Er was een steekas gebroken, de wagen kon niet verder en de jonge soldaten waren in paniek omdat het krioelde van de islamieten. De chauffeur zag dat hij met een monteur te maken had en vroeg of hij raad wist. Voor het eerst in lange tijd hoorde de jonge Marks weer Nederlands spreken en zijn hart maakte een sprongetje, deze soldaten waren dus zijn vijanden en tegelijk zijn landgenoten. Volledig in verwarring dook hij onder de truck en zag wat het euvel was. Hij had toevallig een reserve as van dit soort in de achterbak liggen, maar die zouden ze zelf ook wel eens nodig kunnen hebben.

Zou hij deze Nederlanders helpen? Wat als hij het niet deed? Waren ze opgewassen tegen die bloeddorstige moslims? Hij kwam onder de wagen vandaan en stond tegenover de chauffeur. Een jongen net iets ouder dan hij, in een gevechtspak van de vijand, een klein mannetje want hij was maar ietsje groter dan hij, en behoorlijk gespierd, een sterke knaap dus, met een boksersneus, dus niet zomaar iemand, eerlijke blauwgrijze ogen keken hem smekend aan…

‘Ik heb toevallig zo’n as achterin liggen’, zei hij in langzaam Nederlands, moeite met het vinden van de juiste woorden, de eerste Nederlandse woorden in zoveel jaren. Het gezicht van de Hollander klaarde op.

‘Jongens, hou de boel in de gaten… we gaan de wagen repareren.’ Samen liepen ze naar het servicewagentje en groeven de as onder alle andere reservedelen uit. Een grote krik leek in de sterke handen van die Hollandse soldaat een speelgoed dingetje. Hij plaatste het apparaat en begon de truck omhoog te krikken terwijl Toekitjo naar de cabine liep om te controleren of de handrem goed was aangetrokken, wat natuurlijk het geval was. Hij liet een paar blonde jongens grote stenen als extra veiligheid voor en achter de wielen leggen en begon samen met de chauffeur aan de reparatie van het vijandelijke voertuig.

Na een half uurtje gezamenlijk zwoegen zat de nieuwe as eronder en konden ze allemaal doorrijden. Bezweet en onder het vuil en smeer stonden de twee vijanden naast de truck.

 

 

‘Bedankt… hoe heet je eigenlijk?’

 

‘Ik heet Tukitjo… en jij?’

 

‘Leo… Leo Piek… bedankt Tukitjo… dit zal ik niet snel vergeten.’

Tukitjo hoorde iets bekends, hoorde zijn eigen naam maar liet niets merken.

‘Graag gedaan Leo Piek… ga nu maar gauw verder… de Darul Islam komt eraan.’

 

De jonge kerels schudden elkaar de hand en renden naar hun voertuigen om er als een haas vandoor te gaan.

Tukitjo had uiteraard geen idee dat hij met deze ridderlijke daad misschien wel het leven van zijn broertje Guus en zusje Stans had gered.

Dick van Geffen

 

Toen Dick van Geffen zich meldde op de Snijderskazerne te Nijmegen, klommen op datzelfde moment aan de andere kant van de wereld mensen uit een Japanse legertruck, wier levens hij zou redden.

Daar stonden ze met zijn vieren. Uitgespuugd door de vrachtwagen en pijn in de botten die nergens door vlees werden beschermd. Het schokken en stoten op de houten soldatenbankjes had vooral Mama Augustine zeer gedaan. De truck reed weg en zij moest met haar kinderen Dolf, Stans en Guus maar zien of ze onderdak konden vinden daar in dat Bersiapkamp in het dorpje Tambi in de bergen bij Wonosobo op Java. Zij werden opnieuw opgesloten.

Het was mei 1946 en al een jaar vrede in Nederland. De moffen waren verslagen en Dick van Geffen had daar zijn steentje aan bijgedragen. Nu moest hij zijn dienstplicht vervullen en meehelpen aan de bevrijding van dat andere deel van Nederland, want daar was het nog volop oorlog. Dick was een kritische jongeman, een zelfstandig denker die overal een mening over had, zo ook over onze koloniën in de tropen.

Dick had net de oorlog meegemaakt, waarbij hij en zijn landgenoten hadden gevochten om onder het juk van de bezetters uit te komen en wist als geen ander hoe het voelde om onderdrukt te worden in je eigen land. Daarom begreep hij volledig waarom Sukarno en zijn volk onder het juk van de Nederlanders uit wilden komen.

Dat zijn eigen land zo gemakkelijk onder de voet was gelopen door de moffen was de schuld van die ‘heren’ politici, die dachten weer net zo gemakkelijk weg te komen als vijfentwintig jaar daarvoor. Dick zag al vroeg in dat de mensen die het voor het zeggen hadden in de politiek van een bepaald slag waren. Dat waren lieden die het achter de elleboog hadden. Die met mooie praatjes hun kiezers lieten geloven dat zij alles deden uit landsbelang terwijl voor hen eigenlijk maar één ding gold; ikke, ikke, ikke…

Zij waren meesters in het inpakken en verbergen van het echte motief in prachtige volzinnen over hun nobele nep doelen. Het ging de smiechten om de stemgerechtigden te plezieren en ervoor te zorgen dat zij hun stem uitbrachten op hèm en zijn partij. Heerlijk, dat pluche en de vergoeding die daar tegenover stond. Daar kon je maximaal van leven met een minimale inspanning. Dick wist ook wel dat er uitzonderingen waren, mensen die echt de politiek bedreven uit idealisme en de intrinsieke motivatie het land en zijn bevolking te dienen. Maar ernaar gevraagd kon hij er geen noemen. Ja, af en toe leek een nieuwkomer uit het juiste hout gesneden, ging bombastisch tekeer tegen alles wat er misging in het land en de wereld, leek zich het lot van de minderbedeelden echt aan te trekken en leek zeer oprecht.

Maar zodra het pluche het achterwerk omsloot verdwenen die idealen als sneeuw voor de zon en paste de nieuwkomer zich razendsnel aan zijn nieuwe habitat aan. De kwaliteiten die bestuurders moesten bezitten om zoiets groots als een land te besturen, waren significant anders dan de kwaliteiten die nodig waren om een plaatsje in de politieke top te verkrijgen, om tot de elite te behoren en beleid te mogen of beter ‘moeten’ maken.

De opoffering, oprechte dienstbaarheid en zelfverloochening gekoppeld aan strategisch inzicht in een zich snel ontwikkelende wereld met overal grote gevaren op de loer, stonden een carrière in de politieke slangenkuil in de weg. Zodoende kwamen er wetmatig de verkeerde figuren bovendrijven die de macht kregen om een land te besturen.

Dat was in de ons omringende landen al vaker gebleken, met de laatste keer desastreuze gevolgen, dat was in ons landje niet anders! Alleen sluwe eigenheimers bereikten de top.

De jonge Dick van Geffen kon diverse bewijzen aandragen voor zijn zienswijze, waarin hij niet de enige was, maar die vooral werd gedeeld door nette mensen die hard werkten om hun gezin te onderhouden en geen zin en tijd en talenten hadden om overal tegen te schreeuwen.

Eén van de duidelijkste voorbeelden van onkunde was in zijn ogen wel het feit dat Nederland zijn defensie hier te lande èn in de tropen zo had laten versloffen. De elite zag de gevaren niet omdat zij bezig waren met hele andere zaken. Ja, als het mis ging bezaten zij over de talenten om de schuld bij anderen te leggen en zelf buitenschot te blijven. Daar waren zij zo goed in, dat zij ondanks alles aan de macht bleven en de verkeerde situatie maar bleef voortduren.

Hoe geweldig het democratische systeem ook was, het werd uitgevoerd door mensen. En diegenen die sluwer en crimineler waren dan de rest, wisten de zwakke punten van dit op zich goede systeem te vinden om boven te komen drijven door ‘goed’ gebruik te maken van die systeemfouten.

Het struisvogelbeleid van de jaren dertig lag ten grondslag aan de eenvoudige overrompeling van ons landje in Europa en van onze prachtige koloniën. We waren als weerloze dodo’s. De gevolgen waren vernietigend. Die troffen de elite echter niet, want tot de groep eigenschappen om goed voor zichzelf te zorgen behoorde ook het talent om een ontsnappingsroute klaar te hebben. Zij wisten altijd als ratten het zinkende schip op tijd te verlaten, ook weer onder het piepen van allerlei vaderlandslievende teksten om de echte slachtoffers, hun kiezers, zand in de ogen te strooien en de schuld bij anderen te leggen, zo dacht Dick.

Zo zat Nederland, nadat onze beschermheren ons hadden bevrijd, in een situatie waarin het zelf niet in staat was soldaten op te leiden en moest het gebruik maken van de faciliteiten die de Britten ons boden. Natuurlijk zagen de verantwoordelijken nú wel dat het nodig was je bezit te beschermen, en natuurlijk werden als reactie op de enorme miskleunen met paniekvoetbal de nodige maatregelen getroffen, maar een basis ontbrak omdat de fouten fundamenteel waren. Voor de verdediging van het moederland zelf was de noodzaak om versneld een weermacht op te bouwen niet echt nodig, in de koloniën werd die noodzaak wèl dubbel en dwars gevoeld.

Daar werden de landgenoten afgeslacht door de inheemse bevolking, die dachten dat kolonialisme geen rechtvaardige manier was om als volken met elkaar om te gaan.

En Dick vond dat ze daarin volkomen gelijk hadden. Dat vond hij al toen hij als scholier op de MULO zat en die mening werd alleen maar versterkt in de tijd dat hijzelf onder de moffen tirannie gebukt ging. De strijdmacht die nodig was om de Sukarno’s in hun hok terug te jagen en om de vrouwen en kinderen tegen hen te beschermen, wás er niet. Die was al in de jaren dertig wegbezuinigd, waardoor de Jappen met twee vingers in de neus de ontzettend rijke buit van Nederland kon afpakken en waardoor nu alle overgebleven weerbare mannen in concentratiekampen waren uitgehongerd en nauwelijks in staat waren één van de oude, van de Engelsen gekregen geweren, omhoog te houden.

Maar dat deden ze wel! En waren ook zeer succesvol! Maar dat was slechts te danken aan hun bezorgdheid om geliefden, hun vaardigheden, taaiheid en liefde voor hún vaderland, dat níét aan de Noordzee lag, maar daar in de tropen.

Ondanks het ‘geweldige’ geopolitieke beleid van hun zogenaamde vaderland! Helaas waren zij dankzij dat beleid met véél en véél te weinig. Daarom waren er reeds bataljons Oorlogsvrijwilligers gestuurd om hen te helpen en werd er in Nederland onder stoom en kokend water een leger op de been gebracht om de elite hun speeltje en hun melkkoe, de Gordel van Smaragd, terug te laten winnen op de extremisten, de terroristen en pemuda’s en peloppers die om hen onbegrijpelijke redenen niet inzagen dat zij toch veel beter af waren als Nederland daar de baas bleef.

Met enorme tegenzin gaf Dick van Geffen gehoor aan de oproep van het Ministerie van Oorlog. De drie jaar gevangenisstraf trok hem echter minder aan en natuurlijk was het nodig om al die vrouwen en kinderen te bevrijden uit handen van die vrijheidsstrijders. Bovendien beloofde het een avontuur van ongekende proporties te worden en het belangrijkste, hij was geen mietje.

Zo zocht en vond hij de motivatie om er maar het beste van te maken en werd hij door zijn officieren geselecteerd voor de onderofficiersopleiding. In Nijmegen werden de basisvaardigheden aangebracht en op de kaderschool in de Harskamp op de Veluwe zou de jonge van Geffen verder worden opgeleid tot sergeant. Al snel kreeg hij te maken met de rare dingen in een Nederlands leger. De basisopleiding in Nijmegen werd uitgevoerd door kader dat onmiddellijk na de oorlog in Engeland op Britse leest was opgeleid. Zodoende zaten er bij de exercitie nogal wat verschillen met de rest van het Nederlandse leger. Dick moest in de Harskamp dus allereerst de verkeerde dingen afleren om nieuwe aangeleerd te krijgen. Zonde van de tijd vond hij dat en heel dom dat er niet op hoger niveau werd vastgesteld welke exercitie er voor het hele leger zou gelden. Dat zou het functioneren van het leger als geheel ten goede komen, want de eenheden stonden toch niet op zich!

 

Andere artikelen

Login ledengedeelte VOAWEB
X