Januari 1959 Hermannbunker Wrn Re bij registratie
Januari 1959 Hermannbunker Wrn Re bij registratie

MIJN VOA LEVEN

Mijn kennismaking met de Vereniging Officieren Artillerie was op 01 juli 1958, de dag waarop ik werd benoemd tot kornet bij het Wapen der Artillerie.

Barbaradiner 2008 Bernhardzaal PJK

Die dag begon eigenlijk normaal in het gebruikelijke ritme van de School Reserve Officieren der Artillerie met reveille, appèl en ontbijt, Maar daarna veranderde het plotsklaps toen wij, op dat moment nog dienstplichtig wachtmeesters titulair der Artillerie, naar de grote zaal van de Nieuwe Chassé kazerne werden gedirigeerd. Onze cursusleider, kap Van Den Akker sloot demonstratief de deuren met de woorden: “Ik heb twee opdrachten en deze deuren gaan niet open tot ik die opdrachten heb vervuld. Ten eerste, jullie leren het Artillerielied zingen. Ten tweede, jullie worden lid van de VOA.” Wij hadden tot dan toe van het een noch het ander gehoord maar anderhalf uur later gingen de deuren open; we konden het Artillerielied zingen en we waren lid van de Vereniging Officieren Artillerie want we hadden inmiddels geleerd dat de drie letters VOA daarvoor stonden. Wij mochten naar onze kamers om daar voor de eerste keer het dagelijks tenue aan te trekken en ons vanaf dat moment te beschouwen als kornet.

April 2016 Excursie naar Bevrijdingsmuseum Zeeland in Nieuwdorp

Tijdens de parate tijd waren we nog niet zo bezig met de VOA. Binnen de afdeling – voor mij was dat de 12e Afdeling in de legerplaats Oirschot – werden we ondergedompeld in de artillerie en buiten de afdeling in de legerplaats lieten we geen gelegenheid voorbij gaan om de lieden van andere Wapens en Dienstvakken ervan te overtuigen dat, als de Infanterie de koningin van het slagveld was, dan de artillerie toch de koning van het slagveld was want was het niet zo dat “the King puts his balls where the Queen wants them.”

Als je erop terug kijkt had de VOA het in die tijden toch wel makkelijk. Zowel in Breda op de SROA als in Ede op de SROLuA waren enkele enthousiaste officieren die aan het einde van de opleiding de kersverse kornetten er van overtuigden dat er geen leven – en toch zeker geen artillerieleven – mogelijk was zonder VOA.

Prinjesdag 2008 Uitleg door BtO

Na het afzwaaien kwam voor mij een korte periode van stilte rond de VOA en de artillerie met uitzondering van 4 december 1959 toen ik terug ging naar de 12e Afdeling om daar samen met op dat moment nog een heleboel oude bekenden Barbara te vieren. De verandering kwam toen ik tijdens een korte periode bij mijn eerste werkgever ontdekte dat “die het niet was” en overstapte naar Shell Internationale Chemie Maatschappij (SICM) waardoor ik in Den Haag belandde. Ik ontmoette daar Rob Ingenluyff, een jaargenoot van HTS Dordrecht en inmiddels luchtdoelartillerist, die voorstelde om mij bij de afdeling ’s-Gravenhage van de Vereniging Officieren Artillerie te introduceren die toen nog op de derde donderdag van de maand bij elkaar kwam op een burgerlocatie, Victory Monopole in de Venestraat als ik me goed herinner. Het was inderdaad echt introduceren want in een achterzaal stond in de diagonaal een lange tafel aan het hoofd waarvan de afdelingsvoorzitter, bgen b.d Spaich zetelde met naast zich de oprichter van de vereniging, bgen b.d Dürst Britt. Na het met de hakken tegen elkaar melden bij de heren met het noemen van naam en rang, kreeg je toestemming om aan het andere einde van de tafel plaats te nemen. Van daar uit moest je je dan maar langs de tafel omhoog zien te werken. Er was echter niet teveel interesse in het omhoog werken want aan dat einde van de tafel zat een hele groep gelijkgestemden en omdat massa nu eenmaal ook macht betekent, overstemden de geluiden aan het lage einde vaak die aan de rest van de tafel. Op kantoor werd toen al duidelijk dat de derde donderdag van de maand een bijzondere dag was. Dat was niet alleen door de artilleriedas die ik dan droeg maar ook omdat er geen sprake was van wat langer blijven – waar ik normaliter best toe bereid was – maar dat het die dag “tijd is tijd” was.

Najaar 1990 Een van jullie stond uit de richting

Over die das – de officiersdas van het Wapen – valt ook nog wat bijzonders te vertellen. Om die te bemachtigen ging je naar Van Den Heuvel aan het Toernooiveld en betrad wat schoorvoetend deze zaak waar de upper ten van Den Haag zich in het nieuw stak. De onberispelijk geklede heer Van Den Heuvel toonde je met enig ceremonieel de das maar kopen en meenemen ging niet vanzelf. Zijn twee vragen waren: “Mijnheer is officier der Artillerie ?” en: “Van welk jaar is mijnheer ?” Daarna kwam van onder de toonbank het haat-en-nijd boek tevoorschijn en pas nadat de heer Van Den Heuvel daarin je gegevens had gecontroleerd, kon de aankoopprocedure worden afgerond.

Korte tijd later maakte ook Shell Nederland Raffinaderij (SNR) kennis met deze afwijking toen Rob Ingenluyff en ik daar tegelijk voor een trainingsstage belandden. Ze konden op SNR in het kader van het trainingsprogramma verzinnen wat ze wilden, op de derde donderdag van de maand verlieten we ver voor het toegestane uur de raffinaderij want we wilden ons stipt om 17.00 uur melden in de Haagse bijeenkomst.

Die bijeenkomsten werden in de daar op volgende periode overigens gehouden op diverse militaire locaties zoals de mess van het HKKLu, de mess van de Frederikkazerne, de mess van de Prinses Julianakazerne en – dat was de mooiste periode – de mess van het Interservice Officiers Centrum (IOC) En dan was er natuurlijk de Bernhardzaal van de Prinses Julianakazerne waar het Barbaradiner werd gehouden voor alle

artillerie-officieren van het garnizoen en die in die jaren hard nodig was om het aantal deelnemers te kunnen herbergen. De mess van het IOC was op de eerste verdieping van het gebouw van Sociëteit De Witte aan het Plein en we verkeerden daardoor dus automatisch “in Haagse kringen”. De oudere leden van de VOA waren vrijwel allemaal lid van De Witte en zij begonnen de derde donderdag van de maand in de ochtend op de begane grond met koffie, krant, sherry en lunch om zich al ruim voor vijf uur te nestelen in een kring rond de schoorsteenmantel van de grote messzaal. Als wij van de werkende klasse dan binnen kwamen, moesten we proberen in die kring in te breken of er buiten een plaatsje vinden. Geen nood; aan het eind van de lange bar vormde zich een nieuwe kring die door Ed Rijsdijk al snel werd aangeduid als de kring van opstandige luitenants, kapiteins of majoors (dit naarmate we door de rangen opklommen) Die kring werd zo exclusief dat, als zich een nieuweling meldde die door Ed werd begroet met de opmerking dat eerst ballotage moest plaats vinden. De uitnodiging om te verplaatsen naar de eetzaal voor de avondmaaltijd werd zo vaak als een storende onderbreking van het samenzijn ervaren dat messbediende Ko met het voorstel kwam van een biefstukje met spiegelei met het bord op schoot. Dat werd een traditie waardoor de bijeenkomst niet langer nodeloos werd verstoord.

Die werkende klasse benutte de bijeenkomsten overigens ook voor het bespreken van andere onderwerpen dan de artillerie vooral als we ontdekten dat er raakpunten bij het werk waren. Zo kon ik mijn collega materials and corrosion engineers op kantoor langs mijn neus weg vertellen dat de in aanbouw zijnde Julianabrug op Curaçao was ingestort door een naar foutje bij laswerkzaamheden tijdens de montage en dat omdat een van de mensen van de bouwfirma een Haags mede VOA lid was. Er werd zelfs aan werving gedaan. Ik had namelijk kennis gemaakt met Cas Robbe die vertelde dat hij aan een verandering van baan toe was en wat hij tot dan toe had gedaan. Toen dan ook mijn baas op kantoor zuchtte dat ons groepje aan uitbreiding toe was omdat hij met al die nieuwe chemie projecten het werk niet meer kon bijhouden, noemde ik hem de naam van Cas. Mijn baas vroeg om Cas eens uit te nodigen en binnen enkele weken was Cas een naaste collega.

Ook op een andere manier werd er tijdens de bijeenkomsten aan werving gedaan. De Inspectie der Artillerie was nog gevestigd in Den Haag en de indelingsofficier maj. Bril was een regelmatige bezoeker van de bijeenkomsten die hij vaak benutte om de mobilisabele afdelingen te vullen of aan te vullen. Zo strikte hij bij de borrel voor het Barbaradiner 1965 in een klap een BtC, een AfdMTO en een AfdTMDO.

Na de intrede van Cas op kantoor was de aanwezigheid van twee artilleristen in een kleine groep vooral duidelijk op de derde donderdag als we onze officiersdas droegen, zo duidelijk dat Rob Taylor, een jonge Engelse collega die een trainingsstage bij ons liep, dan constateerde: “Jee, it’s boozing up time again.”

Toen de uitbreidingsgolf bij Shell Chemie wat begon te luwen vond men dat ik maar eens aan de praktijk moest proeven en na enig heen en weer gepraat ging ik naar Shell Nederland Raffinaderij. Puttend uit mijn ervaringen tijdens de trainingsstage kostte het me weinig moeite om ook daar mijn omgeving ervan te doordringen dat wat er ook mocht gebeuren – en er gebeurde op Pernis nog wel eens wat – de derde donderdag heilig was en men er rekening mee diende te houden dat ik dan tijdig verdween om me stipt om vijf uur voor de bijeenkomst in Den Haag te kunnen melden. Een versterkende factor daarbij was dat Cas inmiddels voor enkele jaren op Pernis was geplaatst en samen stonden we nog sterker.

Terug in Den Haag na zo’n 3 jaar werd het allemaal weer een stuk eenvoudiger en dat temeer omdat mijn hoogste baas, de Coördinator Chemical (DCC want denk niet dat afkortingen alleen bij Defensie bestaan) belangstelling had in mijn artilleristenbestaan. Na elke oefening of cursus moest ik op maandagmorgen bij hem een kopje koffie komen drinken om te vertellen hoe het was geweest. Het sprak dan ook vanzelf dat hij mijn officiersdas op de derde donderdag met een brede glimlach begroette.

Het karakter van de Haagse bijeenkomsten veranderde met de tijd want het verschijnsel “bijeenkomst met voordracht” deed zijn intrede. Tijdens de bijeenkomsten in maart en november hield een spreker van buiten of een eigen lid een voordracht over een voor hem aandachtsonderwerp. Zo kon het gebeuren dat militaire en burgeronderwerpen elkaar afwisselden. Zelf heb ik daarbij “De Slag om de Schelde” gepresenteerd vooral omdat ik me ergerde aan de weinige aandacht die deze voor het verloop van WO2 toch zo belangrijke slag bij de talloze herdenkingen kreeg. Tien jaar later heb ik dat nog eens herhaald omdat de toen wel gepresenteerde herdenkingsprogramma’s mijns inziens een scheef beeld gaven. Om mijn standpunt te ondersteunen heb ik daarom ook nog een excursie naar het Bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp georganiseerd. Ook de lichte noot werd niet vergeten want naar aanleiding van een opmerking over de vermeende drank- en seksorgie tijdens Carnaval heb ik, gekleed in het traditionele tenue met boerenkiel, rode zakdoek en gordijn, een voordracht gehouden over de “Berregse Vastenavend”, daarbij verwijzend naar tradities waarvan er enkele teruggaan tot in de Middeleeuwen. Maar het summum was toch wel de voordracht van Kees Rietveld over “Het kazerneleven voor WO2” met alle bijbehorende trompetsignalen waarbij die signalen werden geblazen door zijn zoon Boni Rietveld. Er is zelfs een dvd van maar die is niet in de handel verkrijgbaar. Opvallend was dat bij die bijeenkomsten vaak leden verschenen die niet tot de groep van vaste bezoekers behoorden.

Hoewel niet helemaal chronologisch verantwoord, wil ik hier toch noemen de twee bijeenkomsten per jaar met de collega’s van de VOC, voor alle duidelijkheid de Vereniging Officieren Cavalerie en niet die andere VOC waarover we niet meer mogen praten. In februari was de VOA gastheer waarbij niet werd afgeweken van onze vaste ritus van een drankje en een vanuit de centrale keuken opgevoerde maaltijd. In september was de VOC gastheer met een lunch, eerst enkele jaren in de stijlvolle Pulchri Studio en later in de gedistingeerde Haagsche Sociëteit, beiden gelegen aan het deftige Lange Voorhout. Vooral tijdens de voorzittersperiode van Willem Loos was dat steeds een genot omdat Willem in zijn tafelspeech steevast de cavaleristen verweet dat ze de artilleristen tijdens de Slag van Waterloo in de steek hadden gelaten om dan tot slot voor te stellen om, voor zover dat al niet in de noordduitse laagvlakte was gebeurd, het nu ter plaatse af te drinken en er zeker tot de volgende ontmoeting niet weer over te beginnen. Ik spreek hier in de verleden tijd want door Corona en bestuurswisselingen bij beide verenigingen is het niet tot een herstart gekomen. Pikante noot is misschien dat het bij één poging is gebleven om ook de marechaussee als – toch ook – bereden Wapen er bij te betrekken omdat de heren van God’s eigen Wapen het kennelijk beneden hun waardigheid vonden.

Ook tijdens de voorzittersperiode van Willem Loos deed de jaarlijkse bijeenkomst met dames zijn intrede. Enkele leden hadden er al vaak op aangedrongen omdat een paar andere afdelingen bijeenkomsten hadden met de dames erbij en zij daar thuis steevast op werden aangesproken, waarop Willem concludeerde: “Dames moet kunnen, één keer per jaar.” Maar het werd dan wel “buiten spelen” want de bijeenkomsten werden gecombineerd met een kleinere of grotere excursie omdat we vonden dat onze thuisbasis typisch van de mannen moest blijven.

Vermeldenswaard is zeker ook het bezoek aan de saluutbatterij als die tijdens Prinsjesdag staat opgesteld in de Koekamp. Na een opwarming in de poffertjestent stonden we – en staan we nog steeds – dan stipt op tijd bij de batterij om het eerste schot te zien afgaan. En dan was het verder stoer doen als het overige publiek telkens weer schrok van de knal van het afgaande schot want dat was toch voor een echte artillerist maar een knalletje.

Een vast programmapunt van de Haagse afdeling waren de regelmatige bezoeken aan de schietserie in Munster Süd. Dat was geen probleem zolang de Nederlandse artillerie nog enige omvang had en meerdere afdelingen tegelijk in het schietgebied waren zodat we een ruime keuze hadden. Bij een van die bezoeken maakten we zo kennis met de juist ingevoerde MLRS ofwel de “grid killer”. De op die momenten nog niet b.d.-ers trokken bij die bezoeken hun GVT aan om de onderdelen die werden bezocht duidelijk te maken dat ze nog niet helemaal waren uitgefaseerd. En daarom konden we ook misprijzend kijken toen bij een demonstratie spoedstellingname met uitwerkingsvuur van een batterij M109 van de Duitse Patenabteilung van de 41e tot tweemaal toe een uitbijter viel. Bij de BBQ ’s avonds bekende hun AfdC in kleine kring en enigszins beschaamd dat een van de stukken 15 duizendsten uit de richting had gestaan. Overigens, als we na een bezoek een batterijstel ling wilden verlaten, werd het vertrek steevast vertraagd omdat voorzitter Willem Loos eerst losgeweekt moest worden als hij bij een van de stukken in druk gesprek was met de kanonniers. Toen de Nederlandse artillerie tot één afdeling was teruggebracht, die niet alleen moest bijdragen aan uitzendingen maar ook op andere locaties ging schieten, werden de bezoeken omgezet in jaarlijkse excursies waarbij de leden bij de keuze een grote inbreng hadden en waar tot hun grote vreugde vaak ook de dames aan konden deelnemen. Door contacten met het politieke wereldje konden we ook enkele malen een bezoek brengen aan het hart van de Nederlandse democratie; de Tweede Kamer. Bij een daarvan was er in het begin van de middag plotseling enorme journalistieke belangstelling maar al snel ontdekten we dat die niet onze groep gold maar Hirsi Ali, die juist op die dag haar vertrek uit de Nederlandse politieke wereld bekend maakte.

Voor mij ging op een gegeven moment het alleen maar genieten over in het mee dragen van verantwoordelijkheid. Hoewel het de Haagse bestuursleden vrij stond om zelf de duur van hun bestuurslidmaatschap te bepalen, greep toch van tijd tot tijd het lot in als een bestuurslid wegens zijn burgerbaan werd overgeplaatst. Zo nam ik begin 1993 het secretariaat over van Hans van der Vrugt die naar het zuiden van het land werd overgeplaatst. Een onderdeel van de werkzaamheden vormde het schrijven van verslagen van de bijeenkomsten voor publicatie in Sinte Barbara wat ik met plezier deed maar wat enkele jaren later gevolgen zou hebben.

Niet veel later ontstond – wat wij zouden gaan noemen – een Haagse onderafdeling. Ferry Einthoven, Joop Buitenhuis en Free Hoek hadden de gewoonte om op de derde donderdag voorafgaand aan de VOA bijeenkomst op de garnizoensschietbaan Waalsdorp onderhoud schietvaardigheid met pistool te plegen. Toen ik begin 1994 bij SICM met vervroegd pensioen ging, werd ik prompt uitgenodigd om toe te treden tot dat groepje. Wij vertelden daar klaarblijkelijk tijdens de bijeenkomsten zo enthousiast over dat het groepje begon te groeien en de deelnemers tot aanschaf van eigen wapens over gingen. Een overijverige BBW politie-ambtenaar eiste medio 1995 dat voor dat laatste een vereniging nodig was waarop op 26 januari 1996 de Militaire Schietvereniging “De Kanonnier” het daglicht zag. De vereniging bestaat nog steeds en schiet traditiegetrouw nog steeds onder andere op de derde donderdag van de maand en hoewel er wat wildgroei is ontstaan, is de vereniging in meerderheid nog steeds artilleristisch. In 2002 werd de vereniging het gebruik van de garnizoensschietbaan Waalsdorp ontzegd maar sindsdien is zij tot wederzijdse tevredenheid te gast bij de Koninklijke Scherpschuttersvereniging Oranje Nassau. Voor de leden nog mooier omdat de schietbanen enkele honderden meters dichter bij gebouw 147 van de Frederikkazerne liggen.

Het nemen van verantwoordelijkheid ging voor mij van afdelings- naar landelijk niveau toen in 1998 de redactiecommissie van Sinte Barbara terugtrad en de uitnodiging om redactielid te worden mij wel aanstond. De redactiecommissie met Rob Peters, Giel Massy, Aart van der Giessen – tot diens vroege overlijden – en mijn persoontje als eindredacteur, knutselde in de volgende jaren zes maal per jaar een Sinte Barbara in elkaar in perfecte samenwerking met Richard Nowakowski en zijn kleine staf van Compact Drukwerken in Lanaken. Bijkomend voordeel van die vestigingsplaats was dat de jaarlijkse evaluatiebijeenkomst daardoor steevast kon worden beëindigd in Maastricht. De diverse vernieuwingen die wij doorvoerden werden niet altijd enthousiast maar meestal wel met humor ontvangen; getuige de opmerking van Willem Loos tijdens een algemene vergadering dat hij met de overgang van A5 naar A4 formaat nu het blad niet meer kon lezen liggend in bed in de stabiele zijligging. Bij een banaal bezwaar tijdens de algemene vergadering van 2009 voelde de redactiecommissie zich niet gesteund en beëindigde per direct en bloc haar werkzaamheden.

Al dat geschrijf bracht voor mij ook mee deelname aan jubileumactiviteiten zoals in 1998 bij het vijftigjarig bestaan waarbij ik als speciale opdracht had de organisatie van een fototentoonstelling samen met het Legermuseum. De tentoonstelling “De Nederlandse Artillerie na 1945” reisde langs een aantal artilleriegarnizoensplaatsen om te eindigen bij de grote viering in Oldebroek. In 2003 was ik mede-auteur en eindredacteur van het boek “De Reserve Officier der Artillerie”. Naast het werk bracht dat een heleboel plezier mee omdat veel oude herinneringen weer opkwamen zowel bij mijzelf als bij de leden die voor het boek werden geïnterviewd.

Het verenigings- en vooral het afdelingsleven kabbelde rustig voort met eigenlijk als enige “hick up” in 2010 de sluiting van Prinses Julianakazerne waar we onze bijeenkomsten hadden. Na een korte verkenning konden we zonder veel problemen onze verwisselstelling betrekken in gebouw 147 van de Frederikkazerne om van daar uit onze opdracht te blijven uitvoeren. Daaraan kwam abrupt een einde toen Corona – of zo u wilt Covid-19 – toesloeg en alle faciliteiten werden gesloten. Ook toen de pandemie wat luwde bleef de Frederikkazerne nog enige tijd niet toegankelijk maar door de goede contacten van medebestuurslid Teun van der Plas konden we een aantal malen uitwijken naar het MJLC (Majoor Jan Linzel Complex) in Den Haag-Ypenburg. Het was weliswaar verder weg en moeilijker bereikbaar maar de harde kern wilde elkaar toch ontmoeten en nam die bezwaren voor lief. Voor mij persoonlijk bracht die periode een vertrek met stille trom met zich mee want toen ik besloot dat per september 2021 de tijd was gekomen om mijn functie van secretaris over te dragen aan Martin Rauwé, kon dat alleen met een e-mail bericht aan de Haagse leden en een officieel bericht aan het landelijk bestuur. In het begin van 2023 konden we weer terug naar het vertrouwde gebouw 147 waar we door de mensen van Paresto werden ontvangen of we niet weg waren geweest maar waarbij ik toch vond dat we maar niet meer aan een verlate viering van mijn afscheid moesten beginnen.

Een schok kreeg ik nog bij het Barbaradiner 2022 dat nog in het MJLC werd gehouden. Omdat Bram Schulte wegens familieomstandigheden onverwachts was verhinderd, kreeg ik tijdens de borrel vooraf van het Comité van Voorbereiding te horen dat ik de oudst aanwezige was en daarom werd geacht de met die hoedanigheid gepaard gaande verplichtingen te vervullen. Na enigszins te zijn bijgekomen van de schrik realiseerde ik me dat 65 jaren VOA voorbij waren gevlogen.

Andere artikelen

VETERANEN

VETERANEN Nederland kent in totaal ongeveer 130.000 militaire veteranen. Deze groep bestaat uit ongeveer 100.000

Lees verder »
Login ledengedeelte VOAWEB