Nieuws

BIJEENKOMST 4 FEBRUARI 2016

Het betreft hier het leven van Harry Edmund Martinson, een Zweed.

Harry Edmund Martinson werd op 6 mei 1904 als enige jongen in een gezin met 7 kinderen geboren. Toen hij 6 jaar was overleed zijn vader en daarna emigreerde zijn moeder naar Amerika, hem verweesd achterlatend.

Tijdens een moeilijke jeugd op het Zweedse platteland werd hij opgenomen in een weeshuis en daarna in een adoptiegezin. Daarna zwierf hij niet alleen in Zweden rond, maar op 16-jarige leeftijd doolde hij als matroos over de wereld, waaronder India en Brazilië. Bovendien kreeg hij ongelukkigerwijze ook nog op 23-jarige leeftijd TBC. Toch ontwikkelde hij zich in de eerste helft van de 20ste eeuw tot een geliefd schrijver en geleerde en werd hij in 1947 als 15e lid toegelaten tot de Zweedse Academie.

Daarna ontsproot het ene na het andere literaire product aan zijn geest en pen.

Een greep uit zijn werken:

1929    Spookschip

1929    Brulboei in de Zuiderzee

1935    Autobiografische roman: De brandnetels bloeien

1937    Pijlstaarten en langpootmuggen

1948    De weg naar Klockrijk

1956    Aniara, een ruimte epos, het grootste gedicht in de Zweedse taal

1974    Nobelprijs voor de literatuur

Ondanks zijn roem en beroemdheid liep zijn leven toch tragisch af want in 1978 pleegde hij zelfmoord.

 

Tot slot droeg onze spreker enkele stukken voor uit zijn eigen vertaling van de ‘De Brulboei’:

Het is een heel gewone brulboei, verankerd in het westelijk deel van de Zuiderzee. Ik zou een sprookje over haar kunnen schrijven. Zoals zij daar lui voor zichzelf neuriënd in de avonddeining staat; ik zou haar met haar geklonken heupen kunnen laten schommelen en over haar vermeende leven vertellen of ik zou haar de zon laten oproepen om in zee te zinken.

Zij is een heel gewone brulboei, gebouwd in Leiden en op een lichter over de Rijn verscheept en verankerd hier in het westelijk deel van de Zuiderzee. Haar fabrikant is een kleine werfeigenaar in Leiden, die naast eigenaar van een boeienwerf ook uien teelt.

Het lijkt een grote gedachte, want de brulboei daar buiten op de Zuiderzee lijkt een grote ui van staal met een luchthoorn in de afgesneden stengel. Enz.

Na deze plastische taal die de toehoorders ook nog ruimte liet voor eigen gedachte en interpretatie, daalde ons gezelschap weer met beide voeten op aarde. Deze voeten hadden we ook nodig want Jan Sikkens en Johan van Ballegooij boden het gezelschap een drankje aan.


Terug
23-02-2016 Categorie: Oldebroek