Een wat bonte verzameling auto's rijdt op woensdagochtend de Legerplaats bij Oldebroek op. Achter het stuur ondernemers, directeuren en leidinggevenden uit de regio. Sommigen hebben geen idee wat hen de komende drie dagen te wachten staat. Een paar uur later is van het verschil tussen hen weinig meer te zien. Overall aan, oude bilaminaatjas erover, rugzak op de rug. En de telefoon? Die is ingeleverd. Drie dagen geen digitale afleiding. Terug naar de basis.
De metamorfose, zoals de organisatie het noemt, is voltooid.
Voor collega's op de Legerplaats is het inmiddels misschien een bekend beeld. Tweemaal per jaar meldt zich een groep van maximaal dertig ondernemers en leidinggevenden voor het driedaagse Ondernemersbivak. Dat doen we inmiddels voor het vierde jaar. Samen met VNO-NCW Midden biedt de artillerie mensen uit het bedrijfsleven een bijzondere inkijk in de militaire keuken. Drie dagen lang worden ze ondergedompeld in de mores én de sores van het militaire bestaan.
Wat op het eerste gezicht misschien vooral lijkt op een stevige leiderschapstraining, heeft een serieuze achtergrond.
Het initiatief ontstond enkele jaren geleden bij het Vuursteuncommando. De artillerie had van de Commandant Landstrijdkrachten de opdracht gekregen om fors te groeien. Dat bleek gemakkelijker gezegd dan gedaan. De arbeidsmarkt bood nauwelijks ruimte en ook Defensie viste in dezelfde vijver als veel civiele werkgevers. Er werd langs allerlei lijnen gezocht naar nieuwe mogelijkheden om mensen aan de organisatie te verbinden. Er kwam zelfs een eigen recruitmentteam.
Zeker voor functies als vrachtwagenchauffeur, monteur en planner is Defensie bepaald niet de enige organisatie die mensen zoekt. Tegelijkertijd werken bij bedrijven in onze omgeving precies de mensen met de kennis en vaardigheden waar ook de artillerie behoefte aan heeft.
Daar ontstond een vrij eenvoudige gedachte: als we elkaar nodig hebben, moeten we elkaar eerst leren kennen.
Onder de toenmalige commandant van het Vuursteuncommando, kolonel Michel Roelen, ontstond samen met onder anderen toenmalig chef-staf luitenant-kolonel Geert-Jan Heidenkamp, majoor Michael Mastenbroek en reserveofficier luitenant-kolonel Frank van Roozendaal het idee om de verbinding met het bedrijfsleven veel actiever op te zoeken. Mastenbroek speelde daarin vanaf het begin een belangrijke aanjagende rol.
In diezelfde periode werd vanuit de artillerie ook de nek uitgestoken voor een ander nieuw initiatief. De eerste lichting van wat toen nog het Gap Year heette en inmiddels het Dienjaar is, kreeg binnen de artillerie een plek. Vijftien jonge mensen konden zo instromen en ervaring opdoen binnen Defensie. Het paste bij dezelfde gedachte: als de traditionele wegen niet voldoende mensen opleveren, moeten we bereid zijn nieuwe wegen te bewandelen.
Via VNO-NCW Midden werd vervolgens een heel andere doelgroep bereikt: ondernemers en leidinggevenden uit Gelderland, Overijssel, Utrecht en Flevoland. Niet door ze met een PowerPointpresentatie in een zaaltje te vertellen wat Defensie allemaal doet, maar door ze drie dagen mee te nemen in onze wereld.
En dan ook echt meenemen.
Na de metamorfose begint het programma vrijwel direct. Er zijn lessen kaart en kompas, touwknopen, oriëntatie en kaartlezen. Er wordt te voet verplaatst, 's avonds volgt een kaartleesoefening en uiteraard hoort ook een wachtregeling erbij. Slapen gebeurt overigens gewoon in de harde infra op de site. Het is tenslotte een ondernemersbivak en geen selectie voor het KCT.

Dat laatste is belangrijk. Het bivak is nadrukkelijk geen Kamp van Koningsbrugge. Het gaat niet om afbeulen of kijken wie fysiek de sterkste is. De fysieke belasting is er wel, maar heeft een functie. Een beetje vermoeidheid, tijdsdruk en af en toe een lege maag blijken namelijk uitstekende omstandigheden om te ontdekken hoe iemand daadwerkelijk samenwerkt en leidinggeeft.
Vanaf het eerste moment gelden daarom drie eenvoudige regels. Afspraak is afspraak. Tijd is tijd – waarbij de deelnemers snel leren dat vijf minuten voor tijd militaire tijd is. En als iets niet goed is gegaan, dan doen we het opnieuw.
Die drie regels blijken drie dagen lang verrassend bruikbaar.
Op donderdag verschuift het zwaartepunt steeds verder naar leiderschap en commandovoering. Daarbij wordt gebruikgemaakt van dezelfde uitgangspunten die we binnen Defensie hanteren. Opdrachtgerichte commandovoering speelt daarin een belangrijke rol. Deelnemers ontdekken dat de verschillen tussen een militaire opdracht en een bedrijfsplan soms kleiner zijn dan gedacht. Wat is het doel? Wat moet er gebeuren? Waarom doen we dit? Wie is waarvoor verantwoordelijk? En vooral: hoeveel ruimte geef je iemand om zelf te handelen wanneer de omstandigheden veranderen?
Op de hindernisbaan worden die principes vervolgens een stuk minder theoretisch. De deelnemers krijgen opdrachten, moeten een plan maken, krijgen te maken met groepsprocessen en ervaren hoe het is om leiding te geven aan mensen die ze twee dagen daarvoor nog niet kenden. Ook de W5H komt voorbij: wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe.
Later die dag volgt de gang naar de Knobbel. Daar neemt de chef-staf van het Vuursteuncommando de groep mee in het verhaal van de artillerie. Wat gebeurt er eigenlijk allemaal voordat ergens een granaat op een doel terechtkomt? Hoe ziet die keten eruit? Welke mensen en middelen zijn daarvoor nodig? Voor veel deelnemers is het de eerste keer dat ze echt zien hoe technisch en organisatorisch complex moderne vuursteun is.
En dan komen de vragen vanzelf.
De donderdagavond is traditioneel wat socialer. In de Kruithofbar kan onder het genot van een drankje worden nagepraat. Wanneer de deelnemers zich daarna mentaal voorbereiden op de zoveelste verplaatsing te voet, staat er doorgaans een vrachtwagen klaar voor de terugreis. Na anderhalve dag is de waardering voor gemotoriseerd transport dan opvallend groot.
Vrijdagochtend komt alles bij elkaar.
Eerst korvee. Ook dat hoort erbij. De slaaplocaties en gebruikte ruimtes worden weer netjes opgeruimd en overgedragen. De deelnemers blijken daarbij doorgaans opvallend gemotiveerd om hun tijdelijke onderkomen keurig achter te laten. Ook dat blijkt na drie dagen onderdeel van de militaire mores te zijn geworden.

Daarna volgt de afsluitende opdracht: Missie Barbara.
De groepen krijgen een bevelsuitgifte, wijzen hun groepscommandanten en plaatsvervangers aan en moeten vervolgens zelf de missie voorbereiden. Alles uit de voorgaande dagen komt terug: plannen, kaartlezen, communiceren, leidinggeven, samenwerken en omgaan met tijdsdruk.
Er is uiteraard ook een operationeel einddoel. Ergens bevindt zich een metalen kist die moet worden opgespoord en veiliggesteld. Wat erin zit, weten de deelnemers op dat moment nog niet. Dat is onderdeel van de missie.
Pas wanneer de kist uiteindelijk is gevonden, volgt de beloning: de felbegeerde fles Barbara Bitter.
Daarna keert de groep terug naar de site. Uitrusting inleveren, omkleden en dan is het moment daar waarop de ondernemers weer ondernemers worden. De afsluiting is vanzelfsprekend artilleriewaardig. Het artillerielied klinkt en samen met de commandant van het Vuursteuncommando wordt teruggekeken op drie intensieve dagen.
Daarmee zou het verhaal kunnen eindigen. Maar juist wat ná die drie dagen gebeurt, maakt het Ondernemersbivak interessant.
De bedoeling was vanaf het begin namelijk breder. Natuurlijk wilden we ondernemers laten kennismaken met militair leiderschap. Maar we wilden ook de verbinding tussen Defensie en de samenleving versterken. Mensen uit de regio die dagelijks langs onze kazernes en oefenterreinen rijden, laten zien wat er achter die hekken gebeurt. En tegelijkertijd onderzoeken waar bedrijfsleven en Defensie elkaar kunnen helpen.
Dat begint inmiddels tastbare resultaten op te leveren.
Een van de bedrijven waarmee via het Ondernemersbivak een intensieve relatie is ontstaan, is ROVA. Het afvalinzamelingsbedrijf beschikt over mensen met kennis en vaardigheden die ook voor Defensie interessant zijn. Tegelijkertijd leeft binnen het bedrijf de wens om vanuit maatschappelijke verantwoordelijkheid bij te dragen aan vrede en veiligheid.
Vanuit die gedeelde gedachte ontstond een volgende vraag: waarom zouden medewerkers niet bij hun eigen werkgever kunnen blijven werken en tegelijkertijd reservist kunnen zijn?

Dat klinkt eenvoudiger dan het organisatorisch is. Toch is precies dat idee de afgelopen periode verder uitgewerkt. Samen met onder andere de Bestuursstaf wordt gewerkt aan een model dat is geïnspireerd op het Britse concept Sponsored Reserves. Op het moment van schrijven worden de laatste juridische en organisatorische stappen gezet. ROVA moet een van de eerste bedrijven worden waarmee deze nieuwe vorm van samenwerking daadwerkelijk wordt ingericht.
Daarmee ontstaat iets wat vier jaar geleden nog vooral een idee was: civiele werkgevers en Defensie die niet alleen met elkaar praten, maar daadwerkelijk mensen en expertise met elkaar kunnen verbinden. En wanneer het model werkt, kan het ook worden toegepast bij andere bedrijven. Thales is een van de partijen waarmee naar vergelijkbare mogelijkheden voor de artillerie wordt gekeken.
Dat is misschien wel de belangrijkste opbrengst van vier jaar Ondernemersbivak.
Natuurlijk zijn er inmiddels tientallen ondernemers die thuis een goed verhaal vertellen over drie dagen bij de artillerie. Mensen die hebben ervaren dat vijf minuten voor tijd echt iets anders betekent dan precies op tijd. Die weten hoe het voelt om midden in de nacht wacht te lopen, hoe lastig kaartlezen ineens wordt wanneer je moe bent en waarom een goede bevelsuitgifte ook in een bedrijf verrassend nuttig kan zijn.
Maar belangrijker is het netwerk dat in die jaren is ontstaan. Ondernemers die Defensie beter begrijpen, ambassadeur zijn geworden en soms daadwerkelijk met ons gaan samenwerken. Bedrijven die nadenken over wat bijdragen aan vrede en veiligheid voor hen concreet kan betekenen. En voor de artillerie ontstaan nieuwe mogelijkheden om mensen, kennis en capaciteit aan de organisatie te verbinden.
Daarmee blijkt de investering van tweemaal drie dagen per jaar inmiddels veel meer op te leveren dan alleen een geslaagd bivak.
In oktober staat de volgende editie alweer gepland.
Dus mocht u tussen 21 en 23 oktober in de omgeving van de Legerplaats een groep wat onwennig kijkende mannen en vrouwen in overall en bilaminaatjas zien rondlopen: geen zorgen.
Waarschijnlijk zijn het gewoon ondernemers.
En vrijdag weten ze waarom vijf minuten voor tijd militaire tijd is.






















