Onderstaande betreft een vertaling door DEU XO Ltcol M. Sedelies
Inleiding
Tijdens de Koude Oorlog beschikte de Duitse artillerie in de jaren tachtig over meer dan 40.000 functies. De artillerie omvatte destijds ongeveer 80 eenheden met meer dan 1.000 stukken geschut en circa 400 raketartilleriesystemen. Met de heroriëntatie van de Bundeswehr op stabilisatieoperaties in het buitenland werd dit krijgsmachtdeel teruggebracht tot minder dan een tiende van zijn oorspronkelijke omvang.
Binnen de structuur “Heer 2011” waren er in 2010 nog iets meer dan 3.000 militairen bij de Duitse artillerie werkzaam. Als belangrijkste wapensystemen waren er nog slechts 100 Panzerhaubitzen 2000 en 36 MARS 2-raketartilleriesystemen beschikbaar. Dit moet in de toekomst aanzienlijk veranderen.
Uitgaande van het principe “Manoeuvre follows Fire” zijn de Duitse landstrijdkrachten van plan hun eigen vuursteuncapaciteiten aanzienlijk uit te breiden. Hiermee moet het mogelijk worden de verkennings- en vuurcapaciteiten van de tegenstander te onderdrukken en daarmee de manoeuvre van eigen eenheden mogelijk te maken.De artillerie speelt daarbij een belangrijke rol. Ook in de toekomst moet zij een belangrijke drager zijn van het gevecht in de diepte.
Om deze taak te kunnen uitvoeren, zal de Duitse artillerie binnen de toekomstige structuur beschikken over extra functies, eenheden, wapensystemen en capaciteiten. Hoe deze uitbreiding er precies uit zal zien, is momenteel nog niet publiekelijk vastgesteld, omdat de toekomstige structuur nog niet door het Duitse ministerie van Defensie is goedgekeurd. Toch heeft de Duitse landmacht al verschillende details gepubliceerd en zijn andere gegevens via diverse bronnen bekend geworden.
Deze informatie maakt het mogelijk een globaal beeld te schetsen van de geplande materieelprojecten.
Drones, raketten en granaten
Bij de verdere ontwikkeling van de vuursteuncapaciteiten zet de Duitse landmacht zowel in op klassieke vuursteunmiddelen, zoals buis- en raketartilleriesystemen, als op nieuwe categorieën van effectors, waaronder bewapende drones, loitering munitions en kruisvluchtwapens.
Afhankelijk van hun specifieke capaciteiten moeten deze effectors elkaar aanvullen en daarmee een op maat gemaakte vuursteun mogelijk maken.
Vuursteunopdrachten zoals het verblinden en/of onderdrukken van de vijand of het snel bestrijden van gebiedsdoelen zullen ook in de toekomst vooral door klassieke artilleriesystemen effectief kunnen worden uitgevoerd.
Bij de bestrijding van puntdoelen, met name in de diepte van het operatiegebied, zullen daarentegen steeds vaker drones en mogelijk ook kruisvluchtwapens worden ingezet.
Ontwikkeling van de ‘buisartillerie’
Na een voorbereiding van meerdere jaren heeft de Bundeswehr in december 2025 met ARTEC GmbH, een joint venture van Rheinmetall en KNDS Deutschland, een raamovereenkomst gesloten voor de productie en levering van maximaal 500 RCH 155-wielhouwitsers.
Tot nu toe zijn echter slechts 84 systemen definitief besteld. Vier daarvan dienen als test- en demonstratiesystemen. Volgens goed geïnformeerde bronnen zullen de 80 serievoertuigen tussen 2028 en eind 2030 aan de Duitse landmacht worden geleverd.
Daarnaast zou er behoefte bestaan aan nog ongeveer 100 tot 150 RCH 155-systemen. Volgens waarnemers zouden deze nog dit jaar of volgend jaar kunnen worden besteld.
RCH 155
Met de RCH 155 krijgt de Bundeswehr voor het eerst een artilleriesysteem dat, indien noodzakelijk, ook tijdens het rijden vuur kan uitbrengen.
Het wapensysteem is voor de Bundeswehr inmiddels geen onbekende meer. Aan de Duitse Artillerieschool worden al meer dan een jaar Oekraïense militairen met het systeem opgeleid.
In deze periode heeft de Duitse artillerie de sterke en zwakke punten van de RCH 155 ten opzichte van de Panzerhaubitze 2000 uitvoerig kunnen bestuderen.
Volgens bronnen binnen de Duitse krijgsmacht biedt de wielhouwitser vooral op de weg en in licht terrein mobiliteitsvoordelen ten opzichte van de Panzerhaubitze.
Ook het feit dat het systeem met slechts een tweekoppige bemanning kan worden bediend, wordt gezien als een voordeel gezien de algemene personeelsproblematiek binnen de Bundeswehr.

Op het gebied van bescherming en vuurkracht – met name dankzij de grotere munitievoorraad – en bij mobiliteit in zwaar terrein haalt de RCH 155 echter niet volledig het prestatieniveau van de Panzerhaubitze 2000.
Daarom blijft er binnen de Duitse landmacht kennelijk behoefte bestaan aan een zware rupsbandartilleriecapaciteit.
Luitenant-generaal Heico Hübner, plaatsvervangend inspecteur van de Duitse landmacht en commandant van de Militaire Basisorganisatie, verklaarde in april tijdens een parlementaire bijeenkomst van de Förderkreis Deutsches Heer e.V. dat de Duitse landmacht aanvullende Panzerhaubitzen 2000 zal ontvangen.
Volgens goed geïnformeerde bronnen zou het daarbij gaan om ongeveer 50 extra systemen.
Als deze plannen worden gerealiseerd, zou de Duitse landmacht beschikken over ongeveer 150 tot 160 Panzerhaubitzen 2000. Bijna de helft daarvan zou worden uitgevoerd in de gemoderniseerde A4-configuratie.
Van deze systemen zijn inmiddels 25 exemplaren in bestelling of levering. Zij dienen onder meer als vervanging voor de 22 Panzerhaubitzen 2000 die aan Oekraïne zijn geleverd.
Waarnemers sluiten echter niet uit dat, afhankelijk van de definitieve toekomstige structuur, aanvullende behoefte aan Panzerhaubitzen kan ontstaan.
Panzerhaubitze 2000 A4
De Panzerhaubitze 2000 A4 beschikt onder meer over een versterkte geschutskoepelbescherming.
In de A4-uitvoering beschikt het systeem onder andere over een gemoderniseerde computerarchitectuur, inclusief een ballistische computer, een nieuw koelsysteem en een nieuw zicht- en observatiesysteem voor de bestuurder.
Volgens de beschikbare informatie zullen ook de reeds in gebruik zijnde systemen naar deze standaard worden gemoderniseerd. Het beschermingsniveau is ten opzichte van de eerdere Panzerhaubitze 2000 A1 eveneens verhoogd.
Een uitgebreider moderniseringspakket voor de Panzerhaubitze 2000, die naar verwachting nog meerdere decennia in Duitse dienst zal blijven, is pas voor de jaren 2030 voorzien.
Daarbij wordt onder meer gedacht aan een modernisering van het laadmechanisme en een verdere automatisering van het artilleriesysteem. Hierdoor zou de bemanningssterkte mogelijk kunnen worden verminderd.
Ook een vervanging van het huidige kanon door een L60-kanon zou in dit verband kunnen worden overwogen.
Ontwikkeling van de raketartillerie
Naast de buisartillerie zal ook de Duitse raketartillerie aanzienlijk worden uitgebreid.
Het belangrijkste wapensysteem van de toekomstige raketartillerie moet het momenteel in kwalificatie zijnde EuroPULS, ook aangeduid als MARS 3, worden.

Volgens goed geïnformeerde bronnen wordt nog eind dit jaar of begin volgend jaar een raamovereenkomst verwacht met de in oprichting zijnde EuroPULS GmbH, een 50:50-joint venture van KNDS Deutschland en Elbit Systems.
Deze overeenkomst zou betrekking hebben op ongeveer 500 MARS 3-systemen.
Daarvan zou Duitsland volgens de huidige plannen ongeveer 200 raketartilleriesystemen definitief willen bestellen. Waarnemers sluiten echter niet uit dat de bestelling in meerdere fasen zal worden uitgevoerd.
Rakettensysteem EuroPULS / MARS 3
Het MARS 3-raketartilleriesysteem is zo ontworpen dat het naast verschillende typen artillerieraketten ook kruisvluchtwapens en loitering munitions kan lanceren.
De MARS 3 moet de stand-offcapaciteit van de Duitse artillerie naar een nieuw niveau tillen.
Naast langeafstandsraketten met een bereik van ongeveer 150 kilometer moet ook loitering munitie worden aangeschaft. Hiermee zou de bestrijding van puntdoelen op afstanden van ongeveer 300 kilometer mogelijk worden.
De inzet van deze wapensystemen en capaciteiten is structureel voorzien op divisie- en korpsniveau.
Voor het daadwerkelijk benutten van deze grotere stand-off capaciteit is echter ook een krachtige verkenningscomponent noodzakelijk.
Deze capaciteit moet naar verwachting mede door onbemande systemen worden gerealiseerd. Volgens goed geïnformeerde bronnen wordt binnenkort de start verwacht van een competitie voor een verkenningsdrone met een groot bereik en een lange verblijfsduur boven het operatiegebied.
Andere elementen voor doelopsporing en doelidentificatie in de diepte worden gevormd door grondgebonden verkenningseenheden en r inlichtingen- en verkenningsmiddelen.
Het Aufklärungs- und Wirkverbund
Op brigadeniveau zullen loitering-munition-systemen daarentegen worden ingezet binnen het zogenoemde Aufklärungs- und Wirkverbund (AWV), oftewel het geïntegreerde verband voor verkenning en effecten met onbemande systemen.
Met deze capaciteit moet een brigade in staat worden gesteld doelen binnen haar verantwoordelijkheidsgebied met onbemande systemen te verkennen en vervolgens met loitering munitions te bestrijden.
Met het AWV introduceert de Duitse landmacht voor het eerst een capaciteit waarmee door kunstmatige intelligentie ondersteunde dronezwermen en droneverbanden in complexe operationele scenario’s kunnen worden ingezet.
Een kerncomponent van de huidige uitvoeringsfase van het AWV is de door AI ondersteunde commandovoeringssoftware Command & Control Unmanned Management System Bundeswehr (C2-UMS Bw).
Daarnaast beschikt het systeem over het reeds binnen de Bundeswehr ingevoerde luchtgebonden verkenningssysteem FALKE, gebaseerd op de Vector-verkenningsdrone van Quantum Systems.

Als effectcomponent worden momenteel verschillende loitering-munition-systemen voor de middellange afstand gekwalificeerd:
De brigadeartillerie zou daarmee beschikken over zowel klassieke buisartilleriecapaciteiten als de capaciteiten van het AWV.
OWE 500+
Naast het AWV en de buis- en raketartillerie moet de Duitse artillerie beschikken over een verdere langeafstandscapaciteit voor aanvallen in de diepte.
Als primaire wapensysteemcapaciteit op korpsniveau krijgt deze mogelijkheid een belangrijke rol bij de operationele gevechtsvoering.
De ontwikkeling vindt momenteel plaats onder de benaming One Way Effector 500 Plus (OWE 500+).
Volgens eerdere berichtgeving wordt door Duitsland hierbij kennelijk een tweesporen aanpak gevolgd, met zowel een nationale als een internationale ontwikkelingscomponent.
De effectors moeten goedkoop en in grote aantallen snel kunnen worden geproduceerd.
Hiermee moeten de Duitse strijdkrachten in staat worden gesteld een vijandelijke luchtverdedigingsarchitectuur te verzadigen en doelen op meer dan 500 kilometer diepte nauwkeurig te bestrijden.
Waarnemers verwachten dat de toekomstige Duitse artilleriestructuur uiteindelijk over maximaal drie batterijen met deze capaciteit zou kunnen beschikken.
Samenvatting
Na uitvoering van de verwachte aanschafbesluiten en de instroom van de nieuwe systemen beschikt de Duitse artillerie over capaciteiten die de vuursteunmogelijkheden van dit krijgsmachtdeel zowel kwalitatief als kwantitatief aanzienlijk zullen versterken.
Een groot deel van deze nieuwe capaciteiten zou al vóór 2030 operationeel kunnen worden.
De ontwikkeling betekent daarmee een fundamentele verandering voor de Duitse artillerie.
De toekomstige kracht van de Duitse artillerie zal niet uitsluitend worden bepaald door het aantal houwitsers en raketwerpers, maar vooral door de integratie van sensoren, commandovoering, buisartillerie, raketartillerie, loitering munitions en langeafstandseffectoren in één geïntegreerd netwerk.
Het uitgangspunt “Manoeuvre follows Fire” krijgt daarmee opnieuw een centrale plaats binnen de Duitse landstrijdkrachten.
De artillerie moet de tegenstander in de diepte kunnen verkennen en bestrijden, diens verkennings- en vuurcapaciteiten kunnen onderdrukken en daarmee de voorwaarden scheppen voor het succesvolle manoeuvreren van eigen grondtroepen.






















