sneller-dan-het-vuur-01

Sneller dan het vuur

Natuurbrand op de Doornspijkse Heide bij het Artillerie Schietkamp (ASK), 29 april 2026, ontstaan tijdens een militaire springoefening en aangewakkerd door droogte en harde wind.

De ochtend van woensdag 29 april 2026 begon voor mij ontspannen. Ik was de auto aan het inpakken voor een korte vakantie met mijn gezin richting het oosten van het land. We waren van plan rond 11.00 uur op onze vakantiebestemming te zijn. Door wat kinderstrubbelingen, drie keer zelfs, liep het vertrek iets uit.

Geen probleem. Het is vakantie. Tijd genoeg, geen haast. Achteraf bleek juist dat die extra tijd ruimte gaf om te handelen.

Een telefoontje onderweg

Rond 11.22 uur brak er na een springoefening in een springput op de Doornspijkse Heide van het ASK een grote natuurbrand uit. Vrijwel direct kwamen bij de meldkamer in Apeldoorn grote aantallen 112-meldingen binnen vanuit verschillende plaatsen op de Veluwe. Mensen zagen grote rookpluimen, maar konden vaak niet precies aangeven waar de brand zich bevond. Aanvankelijk ontstond daardoor het beeld dat er meerdere natuurbranden tegelijk woedden, onder andere bij Epe, Emst en Nunspeet. De meldkamer kreeg in korte tijd honderden telefoontjes te verwerken. Tegelijkertijd speelde er al een agrarische brand in de regio. De druk op de centralisten was daardoor extreem hoog. Normaal gesproken werken in de vroege dienst zes centralisten op de meldkamer in Apeldoorn. Omdat er die dag toevallig een oefendag was, konden extra centralisten snel worden ingezet. Uiteindelijk waren zestien centralisten betrokken bij de incidentafhandeling.

Iets na half twaalf werd ik vanuit het ASK gebeld met de vraag of ik nog in de buurt was en naar de kazerne kon komen. Ik reed inmiddels in Zwolle, net van de snelweg af. Ik kon snel een U-bocht maken en keerde terug richting het incident. Vrijwel tegelijkertijd belde de dienstdoende civiele taakcommandant. Hij was inmiddels ook onderweg en vroeg of ik al een eerste beeld kon geven. Ook wilde hij weten of er luchtsteun nodig was en of het Fire Bucket Operationeel Team (FBO) moest worden gealarmeerd.

Ik vertelde hem dat ik onderweg was en dat ik de rookkolom inmiddels op de A28 duidelijk kon zien. Mijn eerste inschatting was dat we geen tijd te verliezen hadden. Daarom vroeg ik direct naar alles wat beschikbaar was, met een rotorblad en een Bambi Bucket kon vliegen en richting het ASK kon komen voor mogelijke inzet.

Extreem brandgedrag

De omstandigheden waaronder de brand ontstond, waren uitzonderlijk. De natuur was extreem droog en de luchtvochtigheid zeer laag. Daarbij stond er een stevige oostenwind. Gras, heide en andere vegetatie waren volledig beschikbaar om te branden. Dronebeelden lieten later zien hoe extreem het brandgedrag was. Op meerdere plaatsen ontstonden vrijwel gelijktijdig vuurhaarden. Binnen enkele minuten groeiden deze samen tot één grote brand.

Na ongeveer zes minuten was al circa drie hectare afgebrand. De brand breidde zich vervolgens met ongeveer één tot twee hectare per minuut uit. Door vliegvuur ontstonden nieuwe vuurhaarden tot ruim tweehonderd meter voor de oorspronkelijke brand. Voor Nederlandse omstandigheden was dit extreem en uitzonderlijk brandgedrag.

De eerste inzet

Defensiebrandweer van het ASK was als eerste ter plaatse. De On Scene Commander ASK vroeg bij aankomst via de meldkamer om verdere opschaling en ondersteuning door meerdere pelotons van de civiele brandweer. De eerste tactiek was klassiek, een offensieve kopaanval. Het doel was om de brand aan de voorzijde zo snel mogelijk af te stoppen. Al snel werd duidelijk dat dit niet voldoende was. De brand ontwikkelde zich sneller dan wij hem konden bestrijden. Vliegvuur sprong honderden meters vooruit en op verschillende plaatsen ontstonden nieuwe vuurhaarden. Daardoor werd de situatie vrijwel direct onbeheersbaar.

We moesten keuzes maken. Er werden duidelijke inzetdoelen afgesproken. De civiele eenheden trokken zich terug richting de flanken. Onze focus kwam maximaal op het front te liggen. Daar wilden we met zoveel mogelijk slagkracht en water het vuur afremmen. De eerste uitruk bracht ongeveer 20.000 liter water effectief op de kop van de brand. Het effect was zichtbaar, maar slechts tijdelijk. De brand werd vertraagd, maar niet gestopt.

Aankomst aan het vuurfront

Op dat moment kwam ik zelf aan bij UGS 3, ter hoogte van de Eperweg/Prins Frederikweg. Toevallig stopte daar ook een politieauto. Ik kon instappen en werd vanaf de achterbank door de politie langs de rechterflank van de brand geëscorteerd. De brand bewoog zich inmiddels over een rechterflank van ongeveer 1.500 meter.

Tijdens mijn eerste verkenning zag ik de rookkolom extreem snel groter worden. De brand breidde zich op meerdere fronten door vliegvuur tegelijk uit. Een paar honderd meter voor het vuur stapte ik uit. Ik stond daar in mijn vakantiekleding: slippers, korte broek en een blouse. Dat duurde gelukkig niet lang. Collega’s pikten mij op en voorzagen mij van uitrukkleding, portofoons en water. Vanaf dat moment kon ik mijn rol daadwerkelijk oppakken.

Een tweede poging

We brachten opnieuw structuur aan in de inzet. Rust bewaren was daarbij misschien wel één van de belangrijkste opdrachten. In een situatie waarin het vliegvuur sneller beweegt dan mensen en voertuigen kunnen reageren, is overzicht essentieel.

We maakten een snelle omtrekkende beweging en kozen voor een tweede tactische inzet. Het doel was om opnieuw grip te krijgen op de aanstormende kop. We besloten de brand niet blind op de huidige kop te blijven bestrijden. Als de brand het volgende bosperceel zou verlaten en in lagere vegetatie terecht zou komen, wilden we de kop daar opnieuw opvangen.

De tweede uitruk werd gevuld en kon op tijd aansluiten. De eenheden maakten zich gereed om het front kruislings in te sluiten. De omstandigheden waren daarbij verre van ideaal. Het zicht was slecht en de rook maakte oriëntatie lastig.

Toen de brand het einde van het bosperceel naderde, gebeurde iets wat ik niet snel zal vergeten. Er ontstonden kortstondig meerdere vuurtornado’s. Ze bereikten naar schatting een hoogte van dertig tot vijfendertig meter. Een vuurtornado ontstaat door de enorme hitte van een grote brand. De hete lucht stijgt snel op, waardoor van buitenaf lucht naar de brand wordt gezogen. Door draaiende lucht kan vervolgens een krachtige wervel ontstaan van vuur, rook en as. Dit soort extreem brandgedrag hadden we vaker gezien.

Een andere tactiek

Opnieuw werd duidelijk dat we onze tactiek moesten aanpassen. Een directe offensieve aanval op de kop van de brand was in het resterende natuurgebied niet langer haalbaar. Het tempo waarin de voertuigen moesten worden gevuld, gecombineerd met de snelheid van de brand, maakte dat we daar onvoldoende slagkracht konden blijven leveren. We verlegden daarom onze focus naar het gebied achter de bestaande brandsingels.

Een brandsingel vormt daarbij een belangrijke natuurlijke of aangelegde barrière die de verspreiding van vuur kan vertragen. Door de brand vanuit een dergelijke positie op te wachten, konden we het beschikbare brandvermogen beter beheersen.

Het peloton Defensiebrandweer ASK en de civiele brandweer richtten we ons op het voorkomen dat het vuur verder het bosgebied richting de Klaterweg zou binnendringen. De focus kwam te liggen op het smal houden van beide flanken en het beveiligen daarvan. Civiele brandweer eenheden werden ingezet op bestaande zandpaden en andere strategische locaties. Extra steun werd ook geleverd door de natuurbeheerder van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Hij zette twee tractoren met freesmachines in om de achterzijde van de brand en de linkerflank te bestrijden door vegetatie te verwijderen en zo de backing fire op te vangen.

Ook de luchtsteun werd maximaal benut. Vanuit Defensie werden helikopters (DHC) ingezet met Bambi Buckets, vier Chinooks en één Cougar. De samenwerking tussen de Defensiebrandweer ASK, de civiele brandweer en het Fire Bucket Operationeel Team was daarbij essentieel. Iedere partij had zijn eigen mogelijkheden en beperkingen. Juist door die goed op elkaar af te stemmen, ontstond slagkracht.

Samenwerking, vakmanschap en vertrouwen

Terugkijkend op die dag denk ik dat niet één afzonderlijke actie bepalend is geweest voor het resultaat. Het was de combinatie van samenwerking, vakmanschap, ervaring en vertrouwen. En misschien wel het belangrijkste, we bleven voortdurend kijken naar wat de brand deed.

De collega’s die zich aan de kop van de brand bevonden, konden het risico uiteindelijk verantwoord nemen omdat zichtbaar werd dat het brandvermogen afnam richting de Klaterweg. Dat gaf ons de mogelijkheid om de brand daar gecontroleerd op te vangen.

De brand had die dag alle ingrediënten om zich verder over de Veluwe te verspreiden. Extreem droog terrein, harde wind, vliegvuur en een snelheid die we moeilijk konden bijhouden. Toch hielden we de brand op het ASK.

Voor mij begon die dag als het begin van een ontspannen vakantie. Een auto volgeladen, drie kinderen die voor de nodige vertraging zorgden en geen enkele reden om haast te maken. Een half uur later stond ik midden in één van de meest extreme natuurbranden die ik in mijn loopbaan heb meegemaakt.

Soms bepaalt een paar minuten vertraging waar je uiteindelijk terechtkomt.

Andere artikelen

Login ledengedeelte VOAWEB