Reactie op St. Barbara column ‘Eigen Troepen Nabij’: ‘Drones horen bij de Artillerie’
“The harder the fighting and the longer the war, the more the infantry, and in fact all the arms, lean on the gunners.”</p>
<p>
Beste Teun, geachte lezers,
Met interesse heb ik de St. Barbara column ‘Eigen Troepen Nabij’ gelezen. Wat mij betreft heb je jezelf als columnist wederom overtroffen. Je analyse is scherp, actueel en zet aan tot denken en handelen. Groei begint niet met capaciteit, maar met noodzaak en ambitie. Daar hoort ook het onvermoeibaar uitleggen en demonstreren van vuursteun bij. Jouw column is daar een voorbeeld en dat inspireert en motiveert mij. Ik pak dan ook graag de handschoen op door te beamen, te nuanceren en aan te vullen.
Van ‘groot en machtig’ naar conceptuele erosie
Je verwijst naar de tijd waarin de Artillerie een groot en invloedrijk Wapen was. Dit gold in de jaren tachtig van de vorige eeuw grotendeels voor de gehele Koninklijke Landmacht. Immers, in de ‘vorige koude oorlog’ was de Nederlandse landmacht verantwoordelijk voor een deel van de verdediging van de Noord-Duitse laagvlakte. Op nationaal niveau was hiervoor een (grotendeels mobilisabele) legerkorps beschikbaar met drie divisies. Het legerkorpsniveau beschikte over organieke (nucleaire) artillerie, de divisies hadden ieder een veldartilleriegroep, en de brigades beschikten over een organieke afdeling artillerie.
Tegenwoordig bestaat de Koninklijke Landmacht uit drie brigades zonder Nederlandse divisiestructuur. Deze brigades worden in een hoog tempo weer zelfstandig gemaakt. Het toevoegen van een organieke afdeling artillerie, inbegrepen eigen sensoren, maakt hiervan deel uit. De genoemde zelfstandigheid is relatief, want die is in hoge mate afhankelijk van de robuustheid van het bovenliggende divisieniveau en (logistiek) voortzettingsvermogen.
De kern van je betoog, de conceptuele uitholling van vuursteun binnen en buiten ons Wapen, is terecht. De Koninklijke Landmacht is in de afgelopen decennia verworden tot een ‘nabije gevecht’-organisatie. Het denken in tijd en ruimte, in massale effecten, gebald in het gevecht van Verbonden Wapens, is daarmee sterk verarmd. Dat is zorgwekkend, maar niet nieuw en opleidingen en oefeningen worden hierop aangepast.
De uitholling van hogere vuursteunniveaus heeft, bijna letterlijk, desastreuze gevolgen met zich meegebracht. Toen in de jaren nul de (laatste) divisie werd omgevormd naar een, niet al te, operationeel commando, bleek geen behoefte meer te zijn aan een specifieke vuursteunadviseur van Commandant Landstrijdkrachten; een situatie die tot op de dag van vandaag voortduurt. Het inbedden van Fire Support Teams bij alle compagnieën van de infanterie-, verkennings- en tankbataljons, hebben het tij van tanende vuursteunkennis in de KL, door geringe senioriteit en zelf gecreëerde beperkingen op het gebied van vredesbedrijfsvoering, niet kunnen keren. Net als jij, zie ik dat de verdamping van massa en daarmee denkkracht, ons wapen heeft gemarginaliseerd.
De forse krimp van de artillerie is deels te verklaren door de algehele verdwijning van meer dan twee derde van de landmachtcapaciteit ten opzichte van de vorige Russische dreiging. Dertig jaar vredesoperaties heeft ‘onze’ zaak ook niet geholpen. Je hebt gelijk: Die verklaring is onvoldoende. Dat de Nederlandse artillerie in de afgelopen decennia onevenredig gekrompen is, mag het Wapen ook zichzelf aantrekken. Wellicht ervaarden we ons bestaansrecht als vanzelfsprekend. Misschien ligt hier een onderwerp voor een volgende column. Niet om te vingerwijzen, maar om te begrijpen…
Technologie
Technologie vormt sinds de uitvinding van het buskruit de basis van het Wapen, gecombineerd met de wens de tegenstander op steeds grotere afstand aan te grijpen. Dat vertrouwen op technologie is geen probleem, het ontbreken van de basisbeginselen wél. Wie kent nog de vijf vereisten om direct uitwerkingsvuur te mogen afgeven?! Massa en robuuste technologie moeten elkaar versterken. Een Oekraïense artillerie afdelingscommandant gaf tijdens het laatste vuursteunevent aan dat mindset weliswaar belangrijk is in een omgeving waarin de technologie het af en toe laat afweten, maar dat ‘robuuste technologische oplossingen’ belangrijker zijn. Dracht alleen is geen onderscheidend vermogen meer. Overweldigende vuurkracht ontstaat door het snel kunnen concentreren van vuursteun (massa), gecombineerd met besluitvorming die even snel is. Technologie is cruciaal hierbij!
Gegeven het huidige doelenaanbod is (cluster)munitie met een robuust gebiedseffect essentieel. Daarnaast blijft munitie nodig voor het effectief aangrijpen van gepantserde mobiele doelen én voor het kunnen verschieten van mijnenvelden over grote afstanden. Precisie is belangrijk, maar vormt geen vervanging voor brede gebiedseffecten of persistente vuursteun. Een grotere reikwijdte, gekoppeld aan precisie, stelt ons in staat (vaak op verrassende wijze) op aanzienlijke afstand specifieke prioriteitsdoelen uit te schakelen. Alleen met het munitiepakket, zoals hierboven beschreven kan de tegenstander in de diepte zodanig worden gesleten, dat het nabije gevecht beslissend kan worden gewonnen.
Ik ben het volledig met jou eens dat we, onder het mom van de dooddoener ‘meer met minder’, waren doorgeschoten in het verwarren van technologische beloften met daadwerkelijke massa. Mijn stelling is dat massa, robuuste technologie, razendsnelle besluitvorming en toegang tot de effectoren in andere domeinen leiden tot synergetische effecten.
Hoger tactisch niveau: nieuwe kansen
Je benoemt terecht dat de grootste zwakte ligt in Command & Control. Zonder sterke hogere vuursteunniveaus is artillerie nauwelijks effectief.
Er zijn ook lichtpunten. 1 German-Netherlands Corps (1GNC) ontwikkelt zich momenteel tot een Corps Warfighting Headquarters, met onder bevelneming van divisies en het genereren van legerkorps-enablers zoals sensoren, vuursteun en luchtverdediging. Binnen 1GNC zijn offensieve en defensieve vuursteun zoals artillerie, luchtverdediging, Army Aviation, de toegang tot andere domeinen (bijvoorbeeld Airpower, Cyber & elektronische oorlogsvoering en Space) gecombineerd binnen de sectie Joint Fires, Effects & Targeting (JFET). Naast reguliere plancapaciteit is het targeting proces – dat planmatig diepe sensoren en effectoren koppelt aan prioriteitsdoelen – in deze sectie opgenomen. Daarnaast maakt de Joint Air-Ground Integration Cell (JAGIC) deel uit van deze sectie. Het JAGIC is van de uitvoering en koppelt snel en veilig effectoren aan geïdentificeerde doelen. Met de oprichting van JFET heeft het hoofdkwartier het gereedschap om in tijd en ruimte vooruit te denken én te vechten.
Deze concentratie van kennis is precies het soort structurele wederopbouw dat we in ons Wapen zo lang hebben gemist. De Nederlandse officieren en onderofficieren werkzaam bij het, grotendeels internationaal samengestelde, JFET doen waardevolle kennis en ervaring op. Dit is cruciaal voor het terugbrengen van hoger-tactische vuursteunexpertise binnen Nederland, die in de afgelopen decennia grotendeels is geërodeerd.
Drones
Onze wapenbroeders van de luchtverdediging zijn verantwoordelijk voor het bestrijden van vijandelijke Unmanned Aerial Systems (Counter‑UAS). Voor het gebruik van eigen UAS ligt de doctrinaire verantwoordelijkheid echter complexer. Drones worden immers voor uiteenlopende doeleinden ingezet: als sensor, als effector, ter bescherming, voor logistieke ondersteuning, enzovoort.
Het goede nieuws is dat de afdeling Artillerie in de nabije toekomst over offensieve drones zal beschikken. Mijns inziens is het een voor de hand liggende keuze dat offensieve non-line-of-sight drones planmatig in de vuursteunketen worden opgenomen. Dit betekent dat doelen via de reguliere targeting-cyclus worden verwerkt en dat vuursteuncoördinatiemaatregelen worden gevolgd, ongeacht wie de directe operator is. Bij 1GNC is de verantwoordelijkheid voor planning en inzet tegen defensieve en voor offensieve drones belegd bij JFET. Dat bevestigt jouw stelling: offensieve drones behoren tot het domein van de vuursteun.
Afsluiting
Ons Wapen moet terrein winnen. Dat zal dat niet gebeuren door af te wachten en doen wat ‘haalbaar’ lijkt. De artillerie is groot geworden door vooruit te denken in tijd en ruimte, door technologie te combineren met massa en door commandovoering tot kunst te verheffen. Alleen zo vernietigt vuursteun de vijand op grote afstand en op grote schaal en draagt daarmee significant bij aan het behalen van missiesucces.
Het is tijd om dat DNA opnieuw centraal te zetten. Niet om terug te keren naar vroeger, maar om de toekomst te claimen die bij ons Wapen hoort. Het overgrote deel van de operationele artilleristen die ik ken, voelen deze verantwoordelijkheid en urgentie en bouwen iedere dag aan het sterker maken van ons Wapen. Want een landmacht zonder sterke artillerie kan wel vechten, maar nooit winnen.