Transformatie CLAS

Noodzaak en urgentie zijn duidelijk

Op 24 februari 2022 werd bevestigd wat ten grondslag ligt aan het militaire vak: we moeten voorbereid zijn op het onverwachte. De Russische invasie in Oekraïne kwam voor velen als een verrassing. Het voortslepende conflict veroorzaakte al duizenden slachtoffers, miljoenen ontheemden, een ontwricht land en onbeschrijfelijk menselijk leed. Stukje bij beetje komen de gruwelen aan het licht. Maar wat vanaf die ene februarinacht glashelder is: de Russische invasie van Oekraïne bracht oorlog terug in Europa. Dit bleek een wake-up-call voor westerse landen en een keerpunt in het denken over hun krijgsmachten. Het leidde tot historisch grote defensie-investeringen – in Nederland zelfs tot 40% extra budget. Zowel NAVO- als EU-staten zien de noodzaak van een krijgsmacht die geloofwaardig afschrikkend is én die kan verdedigen, als deze afschrikking faalt. De oorlog in Oekraïne hangt daarmee extra gewicht aan het nakomen van bondgenootschappelijke afspraken op het gebied van capaciteiten en inzetgerede eenheden.

De oorlog in Oekraïne staat niet op zichzelf. Het past binnen een bredere trend van moeilijker voorspelbare dreigingen, grote technologische ontwikkelingen en veranderde geopolitieke verhoudingen, zoals ook de Defensievisie 2035 en de Defensienota 2022 beschrijven. De wereldwijde veiligheidssituatie vraagt erom dat Defensie sneller, langer én vaker inzetbaar is.

De realiteit is dat Koninklijke Landmacht in haar huidige staat niet kan voldoen aan die eisen. Het is daarom noodzakelijk om te veranderen – te transformeren. De historische investeringen in de krijgsmacht bieden de Koninklijke Landmacht mogelijkheden om hardnekkige problematiek op te lossen en om een toekomstbestendige weg in te slaan. De landmacht gaat herstellen, versterken en vernieuwen. Daar vraagt de veiligheidssituatie om. Bovendien verdienen de mannen en vrouwen van de landmacht het om gezond, veilig en prettig te kunnen werken – iets wat in de afgelopen jaren niet gegarandeerd was. Dit alles zal ook voor de artilleristen gevolgen hebben.

Eerste stap is herstel

Allereerst gaat de Koninklijke Landmacht de basis op orde brengen, want herstel is hard nodig. Stap voor stap gaat de landmacht de hardnekkige problemen van de afgelopen jaren oplossen. Deze uit zich op grofweg vijf gebieden. De eerste is het aanhoudende probleem met personele vulling: er zijn veel openstaande vacatures en ook personeelsbehoud is een aandachtspunt. De tweede gaat om het gebrek aan munitie. Verder zorgt het verouderde defensie-vastgoed voor problemen, en ook op IV/ICT-gebied is vernieuwing nodig. Tot slot zijn er tekorten aan reserve-onderdelen voor de instandhouding van het materieel.

In de Defensienota’s 2018 en 2022 is geld gereserveerd voor het oplossen van deze vijf problematieken. De eerste verbeterstappen zijn inmiddels gezet. Zo is er een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord afgesloten dat met name de positie van manschappen en onderofficieren verbetert en vinden er gesprekken over het toeslagenstelsel plaats. Op gebied van munitie en reservedelen zijn verschillende contracten met fabrikanten en leveranciers opgehoogd met behulp van het extra geld. Toch zal het nog een paar jaar duren voordat grote verbeteringen zichtbaar worden – onder andere omdat de defensie-industrie overvraagd wordt vanwege de oorlog in Oekraïne.

Transformatie: zes veranderlijnen

De transformatie van de Koninklijke Landmacht bestaat uit zes ‘veranderlijnen’:

Specialisatie: De Koninklijke Landmacht gaat haar eenheden inrichten rond drie kerncapaciteiten: een Special Operations Forces/Rapid Reaction Command, een Medium Infantry Command en een Heavy Infantry Command. Deze drie Commands zijn ingericht volgens het principe ’organize as you fight’. Ze zijn zelfstandiger, omdat ze gaan beschikken over eigen gevechtssteun en logistieke capaciteiten. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat de commands over eigen vuursteun gaan beschikken. Er komt zo een betere balans met de combat support en combat service support. Ook zijn opleidingen, oefeningen en trainingen, en kennisontwikkeling geïntegreerd. Het resultaat is een samenhangend geheel, waarin opleiding, training, inzet, uitrusting en expertise op elkaar zijn afgestemd. Daarnaast versterkt de landmacht het optreden met informatiemanoeuvre-capaciteiten en, samen met Duitsland, Integrated Air and Missile Defense (IAMD), en 1 German Netherlands Corps (1GNC).

Schaalbaarheid: De Commands worden in schaalbare bouwstenen, of modules, gereed gesteld voor inzet. Deze modules zijn ‘tailored to the mission’, in zowel specialisme en grootte. In NAVO-termen zijn dat Combined Arms Team (CAT), Battalion Task Group (BTG) en Brigade Combat Team (BCT). De landmacht kiest voor deze modules, omdat ze interoperabel zijn met internationale partners en aansluiten bij wat de NAVO vraagt.

Schillen: Om de organisatie te bemensen, wil de Koninklijke Landmacht werken met vier schillen. Naast de kern van operationeel geplaatst personeel (schil 1), wordt niet-operationeel geplaatst personeel (schil 2) operationeel ingezet wanneer dat nodig is. Hiermee kunnen de operationele capaciteiten snel aangevuld worden – ook in tijden van personele tekorten. De inzet van reservisten (schil 3) wordt uitgebreid en tot slot doet de landmacht via publiek-private ecosystemen een beroep op civiel personeel en materieel (schil 4).

Regionaal geconcentreerd: De transformatie van de landmacht gaat hand in hand met de vernieuwing en verduurzaming van het sterk verouderde vastgoed. De Commands worden regionaal geconcentreerd, in plaats van dat ze verdeeld zijn over het land. Dit betekent dat werknemers opgeleid worden én gaan werken in dezelfde regio: mensen hoeven dus minder vaak te verhuizen tijdens hun loopbaan. De verwachting is dat dit bijdraagt aan behoud van personeel. In hoeverre de regionale concentratie ook voor het Vuursteuncommando geldt, wordt nog onderzocht: ’t Harde is immers een unieke plek voor oefenen en trainen.

Samenwerking: De Koninklijke Landmacht werkt in de transformatie zoveel mogelijk samen met partners, binnen en buiten de krijgsmacht. Elkaar versterken is het doel. Met Duitsland wordt de integratie uitgebouwd: de drie Nederlandse brigades worden ingebed in Duitse divisies. De landmacht doet capaciteitsontwikkeling voortaan samen met Duitsland om complementariteit en interoperabiliteit te vergroten, zoals met het programma Tactical Edge Networking (TEN). De Duits-Nederlandse samenwerking heeft zelfs geleid tot een Common Army Vision: twee landen, één visie. Binnen Nederland werkt de landmacht samen met civiele autoriteiten, bijvoorbeeld in de aansturing van nationale crisisoperaties. Ook zoekt de Koninklijke Landmacht waar mogelijk samenwerking op met het bedrijfsleven en de kennisinstituten.

Modernisering: De transformatie omvat moderniseringen van de grote wapensystemen en op het gebied van informatiegestuurd optreden. De landmacht vervangt de komende jaren bijna alles wat rijdt en rolt. Naast vervangingen wordt ook geïntensiveerd: zo wordt de vuursteun versterkt met raketartillerie. De landmacht investeert verder in C4I-infrastructuur, inlichtingen, cyber, elektronische oorlogsvoering, cognitieve beïnvloeding en simulatiesystemen. Ook wil de landmacht meer gebruikmaken van onbemande systemen (zoals robotica, onbemande voertuigen en drones), kunstmatige intelligentie en capaciteiten ter bestrijding van drones. Hierdoor kan de Koninklijke Landmacht méér doen met hetzelfde aantal mensen.

Met de transformatie wordt de landmacht ‘compact, compleet, competitief, compliant’ en worden de commandanten op alle niveaus meer in hun kracht gezet. De transformatie van de Koninklijke Landmacht verloopt niet in splendid isolation, maar juist in samenhang met internationale en interdepartementale programma’s. Denk aan de Defensienota 2022, de Human Resource (HR)-transitie, het vastgoedplan en de IV/ICT-portefeuille.

Hoe nu verder?

Het eerlijke verhaal is dat dit alles niet van vandaag op morgen geregeld is. Met het oog op de onzekere veiligheidssituatie en de noodzaak om te transformeren, kijkt de landmacht op welke vlakken ze het herstel en de transformatie kan versnellen. En soms lukt dat al. Zo heeft het KCT binnen drie maanden de 102 Compagnie opgericht, terwijl een dergelijk traject gewoonlijk minimaal negen maanden kost – een heus reorganisatierecord. Ook is de opdracht voor raketartillerie inmiddels getekend, een stuk sneller dan gebruikelijk is. Met de Defensienota 2022 worden dus de eerste stappen gezet. Maar ook daarna zijn investeringen nodig om shortfalls te kunnen aanpakken, zoals vuurkracht, en logistieke en geneeskundige ondersteuning.

Inmiddels zijn de piketpalen uitgezet: de landmacht gaat transformeren. Zonder haar unieke eigenschappen en capaciteiten te verliezen. De Koninklijke Landmacht blijft hoogtechnologisch en gekenmerkt door informatiegestuurd-, multi domein- en combined arms-optreden. Samen met partners, in Nederland en daarbuiten. Mensen staan centraal, omdat zij de verbindende factor zijn tussen informatie en slagkracht. Zij kijken anderen in de ogen, achterhalen gevoelens, duiden percepties en leggen intenties bloot: de mens is en blijft essentieel voor operationeel succes. Ook in de transformatie staat de mens centraal. Ieders betrokkenheid, kennis en kunde is hard nodig om aan de landmacht te bouwen. Juist landmachters en hun vermogen om te gaan met het onverwachte, helpen de transformatie tot een succes te maken.

Luitenant-kolonel Bas Steenbrugge en Susan Verstegen van de Sectie Algemene Ondersteuning van Staf Commando Landstrijdkrachten.

De laatste jaren is het globale veiligheidsklimaat voortdurend geëvolueerd, zowel op systeemniveau als in meerdere regio’s ter wereld, wat de volatiliteit van de hedendaagse strategische context bevestigt. Dit vereist dat verder wordt gekeken dan afzonderlijke en eenmalige gebeurtenissen om tendensen op middellange termijn vast te stellen, te begrijpen en te analyseren. Sector overschrijdende tendensen structureren het mondiale veiligheidsklimaat. Die tendensen geven vorm aan onze strategische context door bestaande onzekerheden te verergeren en te intensiveren of door nieuwe onzekerheden te creëren.

De recente gebeurtenissen in Oekraïne hebben ons er ook aan herinnerd hoe bestaande onzekerheden zijn verscherpt en nieuwe hebben doen ontstaan. De veiligheidsomgeving van de EU en haar bondgenoten, wordt dus bedreigd door een hele reeks structurele krachten en groeiende uitdagingen, in een context van zowel toenemende concurrentie tussen grootmachten en pogingen van niet-statelijke actoren om hun rol in het huidige systeem van mondiaal bestuur te (her)definiëren.

De positie van Belgische Defensie in een uitdagende veiligheidsomgeving

Defensie is een belangrijke actor die invulling geeft aan de behoefte aan veiligheid die naar voren komt uit de analyse van de veiligheidsomgeving. Defensie is bovendien een essentieel instrument voor een geloofwaardig buitenland- en veiligheidsbeleid.

De evolutie van de veiligheidsomgeving zal evenwel een grotere betrokkenheid en meer inzet vergen waarop de Belgische Defensie zich moet voorbereiden, ondanks de “investeringen” uit het verleden. Bovendien moet, gezien de toenemende onzekerheden en geopolitieke veranderingen, een meer proactieve en anticiperende strategische cultuur ontwikkeld worden. De kerntaken van de Belgische Defensie zijn collectieve verdediging, collectieve veiligheid en bescherming van de Belgische onderdanen in het buitenland. In 2019 werd er tussen België en Frankrijk een politiek akkoord gesloten voor een langdurige en strategische samenwerking voor de landcomponent, meer bepaald voor de gemotoriseerde capaciteit. Het project CaMo werd ‘geboren’.

De transformatie van de Gemotoriseerde Capaciteit

Zoals beschreven in het Bedrijfsplan Defensie 2021-2024 wil de Belgische Landcomponent de ontwikkeling van haar gemotoriseerde capaciteit verderzetten. Het project CaMo is binnen het kader van het strategisch partnerschap met Frankrijk de vector om deze ontwikkeling aan te sturen. De Belgische landcomponent heeft daarbij de ambitie om tegen 2030 te beschikken over een volwaardige gemotoriseerde interwapenbrigade. Om dit te realiseren, werd een transformatieplan ontwikkeld dat erop gericht is om de gemotoriseerde eenheden (combat, combat support en combat service support) te moderniseren, rekening houdend met de Franse doctrines (SCORPION), met het leveringsschema van materieel en voertuigen alsook met de evolutie van het personeel. De ambitie van het project CaMo is een volledige operationele samenwerking met het Franse armée de Terre in alle ontwikkelingslijnen (DOTMLPFI). Het objectief is om BEL en FRA Groupements Tactiques InterArmes (GTIA – het equivalent van een interwapen Battle Group) en Sous-groupements Tactiques InterArmes (SGTIA – het equivalent van een interwapen compagnie) te kunnen genereren met een aangeboren interoperabiliteit (ab initio), klaar om deel te nemen aan het combat collaboratif infovalorisé. Het ritme van de transformatie zal bepaald worden door de aankomst van de nieuwe systemen C4I ten laatste in 2025, van de eerste GRIFFON in 2026 en van de eerste JAGUAR in 2027. Zij zal starten omstreeks 2024-2025 door de vorming van het personeel (instructeurs/monitoren) en door het begin van de aanname van de SCORPION-doctrine.

Toekomstige organisatie

De Landcomponent moet in staat zijn om in 2030 een interwapen brigade aan te bieden. Om dit te bereiken werd een paraatstellingsstructuur gevalideerd.

De gemotoriseerde capaciteit zal georganiseerd zijn rond vier infanteriebataljons op GRIFFON en twee cavaleriebataljons op JAGUAR. Elke elementaire eenheid (niveau Cie) zal in staat moeten zijn om te maneuvreren met haar organieke middelen. De eenheden CS en CSS zullen gedimensioneerd worden in functie van deze structuur.

Het niveau C2 Bde zal georganiseerd worden rond twee paraatstellingsstaven die samen het HK Mot Bde vormen. De structuur van de twee gemotoriseerde paraatstellingsstaven laat een werkbare ‘span of control’ toe en is een eerste stap naar een operationeel interwapen HQ van het niveau brigade (post 2024).

De GRIFFON is een gepantserd multi-role gevechtsvoertuig (Véhicule Blindé Multi-Rôle – VBMR) dat de kern zal vormen van de gemotoriseerde bataljons. Het volledige park zal bestaan uit 382 voertuigen, onderverdeeld in verschillende versies.

De JAGUAR is een gepantserd verkennings- en gevechtsvoertuig (Engin Blindé de Reconnaissance et de Combat – EBRC) dat bestemd is voor de twee cavaleriebataljons van de Mot Bde. Tegen 2030 zal het volledige park bestaan uit 60 voertuigen.

Transformatieconcept

De transformatie van de gemotoriseerde capaciteit strekt zich uit tussen 2025 en 2030. Aan het einde van deze transformatie moet elke eenheid beschikken over haar organiek hoofdmateriaal. De Voertuigen Artillerie en Genie zullen bedeeld worden op jaarlijkse basis vanaf 2027. Dit moet het mogelijk maken om zo spoedig mogelijk een interwapentraining toe te laten. Door de verwerving van één type gevechtsvoertuig (GRIFFON en JAGUAR) zullen de infanterie- en cavalerie-eenheden opnieuw over één standaardorganisatie beschikken, waarbinnen elke Cie/Esk zal bestaan uit drie maneuverelementen. Dit moet toelaten om elke elementaire eenheid te trainen met haar eigen gevechtspelotons. In 2030 zal de gemotoriseerde capaciteit binnen de Component opgebouwd zijn rond de volgende structuur:

De toekomst van de Belgische artillerie

De huidige Belgische artilleriemiddelen zijn niet in lijn met de capaciteitsdoelstellingen van de NAVO, dit zowel op kwalitatief als kwantitatief vlak. Ze beschikt momenteel over één batterij 105mm GIAT en één batterij Mor 120mm RT. Binnen het CaMo project is er ook een modernisering en herstructurering van de Belgische Artillerie voorzien.

De “long range” capaciteit wordt in de toekomstige organisatie van het Bataljon Artillerie gebonden aan de organisatie en samenstelling van de gemotoriseerde Bde. Initieel worden er 9 CAESAR aangekocht (8 Ops en 1 Trg) voor de oprichting van één batterij 155mm

Naast de batterij 155mm, heeft het Bataljon Artillerie ook als taak DS te leveren aan de Man Bn (één Pl MEPAC per Man Bn). Momenteel wordt deze taak ingevuld met de Mor 120mm RT.

Het ambitieniveau van de Mot Bde voorziet vier GTIA en dertien SGTIA (12 SGTIA Man + 01 SGTIA ERI) waarvoor het Bataljon Artillerie de nodige vuursteun coördinatie elementen moet voorzien. Als gevolg wordt het Bataljon Artillerie gedimensioneerd met één BdeJFSCC, vier BnJFSCC en dertien FST. Daarnaast zal de batterij Effects, Liaison, Observation en Coordination (ELOC) ook uitgerust worden met andere sensoren, namelijk vier Short range WLR TPQ-50 en drie nog te bepalen LR WLR voor C-Bty vuren.

Voor de artillerie betekent de doelstelling van de landcomponent dat ze in staat moet zijn volgende sub-eenheid in te zetten :

één Pl MEPAC of één Pl CAESAR met de nodige elementen om autonoom te kunnen werken

één FSE in Sp van de GTIA

één FST in Sp van elke SGTIA

één ploeg radar TPQ-50

één Pl VSHORAD in Sp van de GTIA

Stand by Ops niveau Bij CAESAR in een multinational of binational (FRA-BEL) Arty Bn

Roadmap

Met het STAR-plan heeft de politieke overheid een duidelijke interesse getoond om 19 extra CAESAR NG systemen te verwerven. Deze intentie, die de Landcomponent zal voorzien van drie operationele 155mm batterijen met een reservecapaciteit, heeft ondertussen de goedkeuring gekregen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Voor 2030 zou er tevens een omschakeling moeten plaatsvinden van de getrokken mortier 120mm naar een mortier 120mm geïntegreerd op voertuig. Op die manier zal deze capaciteit in staat zijn om het inzetprincipe van shoot and scoot toe te passen. Tegen die tijd zou de mortiercapaciteit ook over precisiemunitie en een volledige digitale keten kunnen beschikken. De bestaande batterij mortier 120mm dient, in het kader van het CaMo-project, te worden gemoderniseerd tot twee batterijen met twee pelotons MEPAC om a priori de vier bataljons infanterie te kunnen steunen.

Heroprichten van de franstalige Aie pijler?

Het plan STAR voorziet dat de structuur van de gemotoriseerde Bde de basis kan vormen om door te groeien naar twee identieke brigades, in overeenstemming met de doelstellingen van het NDPP. De geografische spreiding van het Bataljon Artillerie over DRIE plateaus, in de toekomst, zorgt mogelijks voor moeilijkheden die we al nu ervaren in het dag dagelijks leven. Dit pleit mogelijks voor het heroprichten van een bataljonstructuur aan de Franstalige kant. Zo zou op termijn een Franstalig artilleriebataljon samengesteld kunnen worden met één Bij CAESAR 155mm, twee Pl MEPAC, zes FST en twee BnJFSCC, gelokaliseerd in Marche-en-Famenne.

Hier is alsnog geen akkoord over, maar de structuur zou er dus post 2040 als volgt kunnen uit zien:

Besluit

De Belgische Landcomponent heeft in het kader van de strategische samenwerking met Frankrijk een transformatieplan uitgewerkt met het oog op de modernisering van haar gemotoriseerde eenheden, rekening houdend met nieuwe doctrines, het leveringsschema van materiaal en voertuigen en de evolutie van de personeelsenveloppes. De Artillerie zal in dit kader ook een heuse gedaantewisseling ondergaan met als CoG de CAESAR 155mm WFS. De voorbereidingen zijn volop aan de gang en de eerste maneuver-eenheid maakt zich reeds vanaf volgend jaar klaar on de transformatie vlot te laten verlopen. De Belgische vuursteun zal er vanaf 2027 helemaal anders uitzien.

Andere artikelen

VETERANEN

VETERANEN Nederland kent in totaal ongeveer 130.000 militaire veteranen. Deze groep bestaat uit ongeveer 100.000

Lees verder »
Login ledengedeelte VOAWEB