In een tijdgeest waar geopolitiek de wereldorde maximaal laat bewegen en militair strategisch denken en tactisch optreden van formaties weer duidelijk op de voorgrond treedt, is er een zekere behoefte aan een herijking van het denken over en inzetten van onze strijdkrachten in een mogelijk militair conflict.
Vanaf de jaren 90 van de vorige eeuw zijn onze militaire middelen ingezet in Crisis Beheersingsoperaties en is onze manier van optreden verschoven van de ‘grootschalige inzet van formaties’ (zoals gedurende de Koude Oorlog), naar tailormade inzet van vooral bataljons(taakgroepen) met afgemeten mandaten en kleinschalige inzet binnen een gebiedstaak. Een inzet waar ook nog eens alle ogen van de International Community voortdurend op gericht waren en kreten als CIVCAS als eerste in de OPORDER stonden. Deze wijze van optreden werd dan ook doorlopend getraind en geoefend door onze wapen/dienstvak-commando’s, brigades en hun eenheden, waardoor dit in feite het ‘standaard optreden’ werd.

In het laatste decennium, na de inname door de Russische Federatie van de Krim en zeker na de inval door de Russische Federatie in Oekraïne, is NATO-breed de switch gemaakt naar het opleiden, trainen en oefenen van de NATO-strijdkrachten voor inzet in het kader van artikel 5 van het NATO Handvest, ofwel het grootschalig conflict hoog in het geweldsspectrum. Vanzelfsprekend is dit gepaard gegaan met het weer op sterkte brengen van de genoemde strijdkrachten, een ontwikkeling die nog volop gaande is bij vrijwel alle NATO-partners.

En binnen deze ontwikkeling zullen ook 13 LtBrig en 43 MechBrig vanaf 1 jan 2027 weer worden uitgerust met en afdeling artillerie, die beschikt over voldoende vuursteun capaciteiten om de voorwaarde scheppende- en misschien wel beslissende rol in te kunnen vullen in het brigade gevecht!

Om deze rol effectief te kunnen invullen is het essentieel dat wij ons denken over de inzet van vuursteun en met name artillerie, in een grootschalig conflict, weer gemeen goed maken. Met andere woorden, de ‘Vuursteundoctrine’ (vrij vertaald: de leer van en het denken over de inzet van vuursteun) moet leidend zijn voor het opleiden, trainen, oefenen en inzet van het brigade vuursteun systeem in gevechtsoperaties.

Het boekwerk dat sinds 2002 hiervoor voorhanden was, was de Leidraad Vuursteun ( LD 2) als deel van de toenmalige serie Landmacht Doctrine Publicaties. Deze LD 2 mag nu een gedateerd document genoemd worden, al hoewel vuursteun nooit 180 graden anders zal worden. Maar een vertaling naar de huidige situatie, technische, nationale en NATO ontwikkelingen is zeer gewenst. De LD 2 wordt dan ook vervangen door een nieuw HB Vuursteundoctrine. Dit HB Vuursteundoctrine is in de afgelopen jaren ontwikkeld en samengesteld door het DEC JFS met als schrijver Lkol b.d. Edwin de Ronde.

Na de nodige research, overleggen en feedback van vooral operationele vuursteun sleutelfunctionarissen is door Lkol b.d. Edwin de Ronde een doctrine handboek samengesteld dat eenheid van opvatting creëert over de inzet van vuursteun in gevechtsoperaties op brigade niveau binnen de kaders van het operationeel raamwerk. Het legt onder andere uit wat onder het brigade vuursteunsysteem verstaan wordt, geeft invulling aan vuursteun in verschillende tactische omstandigheden en belicht het gebruik van de juiste begrippen en definities.

Met de wetenschap dat we momenteel nog steeds in een voor de krijgsmacht sterk veranderende periode verkeren en veel van ons optreden, vooral op brigade niveau nog moet worden uitontwikkeld, heeft C-VustCo, Kol Rob ten Horn, toch gekozen om het Handboek Vuursteun, als ‘leading document’ voor ons optreden te zullen bekrachtigen en uit te geven.

In het kader hiervan heeft op 21 april jongstleden in het kader van het Vechten met Vuur – project, een bijeenkomst, genoemd ‘Artillery into Battle – Academics’, plaatsgevonden waarbij een grote vertegenwoordiging aanwezig was van de meest essentiële vuursteun functionarissen van 11 Afdra, 41 Afdva, 13 LtBrig, 43 MechBrig en het VustCo.
In deze bijeenkomst is na een inleiding van C-VustCo een duidelijke introductie van het handboek verzorgd door Lkol b.d. Edwin de Ronde. Vervolgens zijn een aantal functionarissen van de afdelingen en brigades verzocht in een korte presentatie een feedback te geven over hoe het handboek, dat als concept al aan hen bekend was gesteld, is ontvangen en hoe het raakt aan hun werkgebied binnen de afdeling en het brigade vuursteunsysteem.
Een korte impressie van wat er zo al aan de orde is gesteld:
In zijn inleiding gebruikte Kol Rob ten Horn termen als ‘gemeenschappelijk uitgangspunt’, ‘eenheid van opvatting’ en ‘kapstokdocument’. Naast het belang van basis principes, begrippen en kaders benadrukte hij vooral dat doctrine gaat om een manier van denken!
De introductie van het handboek door Lkol b.d. Edwin de Ronde begon met een situatiebeschrijving van de start van het schrijven die gekenmerkt werd door jarenlange ‘StabOps’ inzet en de gevolgen van de reorganisatie naar het VuursteunCommando, waardoor de brigades een afdeling artillerie moesten ontberen. Vervolgens ging hij onder andere in op de urgentie van gevechtsoperaties door de Oekraïne-oorlog en technologische ontwikkeling van artillerie munitie. Als doel van het handboek werd de onderstaande slide vertoond:
Naast het feit dat hij vermeldde dat het handboek in lijn is met de vigerende NATO terminologie, werd specifiek ingegaan op de rol van de afdelingscommandant, de opdracht aan de afdeling, het brigade vuursteunsysteem en een aantal belangrijke vuursteun termen. Ook zijn de sensor-shooter link, de functionele vuursteunlijnen, de generieke taken en artillerie op divisieniveau aan de orde gekomen. Naast een gedetailleerde uitleg van de opbouw en vorm van het handboek sloot hij af met een aantal Opleiding &Training uitdagingen noodzakelijk voor een effectieve vuursteun integratie.
C-41 Afdva, Lkol John Haasnoot, gaf aan in het kader van ‘commandovoering in het brigade vuursteunsysteem’ het belang van C4I, liaison en redundantie in het vuursteunnetwerk. Hij benadrukte de noodzakelijke samenwerking van de afdst en het BdeJFSCC en de ontbrekende personele capaciteit voor een 24/7 planning en Command en Control. Ondanks de wetenschap dat doctrine ‘een manier van denken’ beoogt en niet ‘current’ problemen oplost, gaf hij wel aan dat het nog niet volledig uitgerust zijn van de afdeling met de diverse systemen en middelen en het nog niet voorhanden hebben van zware mortieren bij de gevechtsbataljons, de nodige beperkingen oplevert.
De staf-inhoudelijke presentaties werden verzorgd door de Hfd Sie S2 41 Afdva, Kap Job Hoogenboom, Hfd Sie S3 11 Afdra, Maj Joost Verschoor, Hfd Sie S4 11 Afdra, Maj Ing Arne Post en de BrigVSO, Maj Thomas Koopman van 43 Mechbrig. Allen zijn ingegaan op de ‘main effort’ van hun respectievelijk werkgebied, betrokken, en met daar waar nodig een kritische noot. Zo is het artillerie optreden van de Russische Federatie aan de orde gekomen. De rol, planning en ontplooiing van de brigade afdeling en natuurlijk de bevoorrading van de afdeling. En er is uitgezoomd naar de ontplooiing van de brigade met de nodige vuursteunplanning- en bijbehorende coördinatie aspecten.
Het programma van de dag werd afgesloten door C-VustCo die aangaf dat het thema van deze VmV-bijeenkomst voor de vuursteun een belangrijke stap voorwaarts is geweest. Het handboek zal in deze tijd van veranderen niet 100% af zijn en snelle updates zullen noodzakelijk blijven, maar we hebben weer een vuursteun toepassing voor formatie oefeningen en inzet. Er is weer een gemeenschappelijk boekwerk voor ons wapen voorhanden. Voor ons artilleristen is het nu van groot belang en een verantwoordelijkheid de inhoud te kennen en toe te passen in de verdere gereedstelling van het vuursteunsysteem.
Hoe nu verder?
Het handboek Vuursteundoctrine is zoals aangegeven door Kol Rob ten Horn de ‘kapstok’! Verdere ontwikkelingen van ons optreden en daarbij behorende aanwijzingen, richtlijnen, en overige vuursteun handboeken zullen allemaal een verlengde zijn van het handboek Vuursteundoctrine. En aan Lkol b.d. Edwin de Ronde de eer om de laatste acties aan het handboek te verrichten en voor uitgave gereed te maken. Natuurlijk zal het handboek nauwgezet bewaakt worden en worden afgezet tegen alle ontwikkelingen die de komende jaren nog landmacht breed zullen plaatsvinden.
Het project Vechten met Vuur.
Met het oog op de reorganisatie van VuursteunCommando naar het Opleidings &Tranings Centrum-Artillerie en het overdragen van de afdelingen artillerie aan de 13de en 43ste brigade per 1 jan 2027 is het einde van het project Vechten met Vuur in zicht. Op de artillerie jaardag middag van 2027 (het jaar van 350 jaar artillerie!) zal de laatste VmV-bijeenkomst georganiseerd worden. Gedurende 4 jaar zijn dan in het kader van het project diverse bijeenkomsten georganiseerd geweest, waarin altijd werd getracht de artillerie collega’s te informeren over de veranderingen en groei van ons wapen en de artillerie te plaatsen in de juiste rol behorende bij hoofdtaak 1. Vanzelfsprekend zullen in de commando- en functionele lijn verdere informatie en communicatie activiteiten over ons optreden en inzet door blijven gaan.






















