Vechten met Vuur binnen de brigade, een kort overzicht

Vechten met Vuur binnen de brigade, een kort overzicht</p> <p>

Na de periode “Afghanistan” en met de oorlog in Oekraïne is het belang van optreden met formaties in het kader van artikel V van het NAVO-bondgenootschap toegenomen. Dit artikel is de opstap voor een serie artikelen over het vechten met artillerie op brigadeniveau. Het beschrijft trends in het gebruik van vuursteun, de toegevoegde waarde van raketlanceerinrichtingen, de voordelen van een functioneel systeem (ook wel vuursteunsysteem genoemd), het belang van een goed werkend C4I-systeem en de generieke taken van de artillerie. In de volgende artikelen worden deze generieke taken verder uitgewerkt.

Trends

Uit de technologische ontwikkelingen van de afgelopen jaren én de oorlog in Oekraïne zijn een drietal trens voor inzet van artillerie te herleiden. Het belang van vuur diep in vijandelijk gebied is duidelijk zichtbaar als trend. Dit vuur richt zich op kwetsbaarheden van een tegenstander. Deze kwetsbaarheden zijn niet direct zichtbaar aan het front, waar de directe confrontatie tussen gevechtseenheden plaatsvindt. Vijandelijke gevechtseenheden zijn afhankelijk van informatie van hogere niveaus. Dat kunnen inlichtingen zijn, maar ook opdrachten en richtlijnen van commandoposten en hoofdkwartieren. Daarnaast zijn vijandelijke gevechtseenheden voor hun voortzetting afhankelijk van opvoer van munitie, brandstof en andere voorraden uit depots die (ver) achter het front liggen. Gecoördineerde en gesynchroniseerde afgifte van vuren tegen deze kwetsbaarheden creëren voor een tegenstander een hoop problemen binnen een zeer kort tijdsbestek. Dit werkt vertragend in zijn besluitvorming, verstorend in zijn commandovoering en is (zeer) beperkend voor zijn voortzettingsvermogen.

Het belang van vuur diep in vijandelijk gebied gaat gelijk op met de tendens van oppervlaktevuren naar precisievuren. In “Afghanistan” was het belang van precisie om ongewenste bijkomende schade te voorkomen. Hoewel voorkomen van ongewenste bijkomende schade altijd opportuun is, is dat in gevechtsoperaties in het kader van art V niet de voornaamste reden om precisiemunitie te gebruiken. Het soort doel (gepantserd versus ongepantserd), de grootte van het doel (ontplooide gevechtseenheid van bijvoorbeeld compagniegrootte versus een (regiments/divisie)commandopost) en de afstand van vuureenheid naar het doel zijn de voornaamste factoren die het soort vuur bepalen. Een relatief klein doel als een commandopost, grondcontrolestation van een UAS-eenheid, een infrastructureel knooppunt in de aanvoerlijn of een radarsystemen vereist precisie. Zeker als deze doelen zich verder dan (ongeveer) 15km van de vurende eenheid bevinden. Door de natuurlijke spreiding van projectielen zonder eindgeleiding vraagt bevuren van dergelijke doelen een grote hoeveelheid projectielen. En die moeten binnen 1 a 2 minuten worden afgevuurd om het gewenste resultaat te bereiken. Om dit te realiseren zijn relatief veel inzetmiddelen nodig, die op dat moment geen ander doel kunnen bevuren. Daarnaast vraagt het een grote logistieke inspanning. Oppervlaktevuren worden voornamelijk gebruikt om het vuur van gevechtseenheden in contact te versterken. CEP: Spreiding van granaten met eindgeleiding (1 (excalibur) en 2 (lange dracht granaat met precision guidance kit (PGK)) versus een lange dracht granaat (3) zonder eindgeleiding. Voor 1 en 2 geldt dat 90% van de afgeschoten granaten binnen de cirkel met de gegeven straal vallen, voor 3 is dat 50%.

Als derde trend is de herontdekking van het belang van grondwapensysteembestrijding (GWSB) te noemen. Vijandelijke artillerie is een bedreiging voor de gevechtskracht van de formatie en alle middelen die zich binnen de formatie bevinden. GWSB is de enige manier om de formatie te beschermen tegen vijandelijke artillerie. Er zijn twee methodes voor de uitvoering van GWSB: pro-actief en reactief. Reactieve GWSB: MMR op Scania Gryphus 8×8

Pro-actieve GWSB vindt plaats door vijandelijke sensoren en de vuurleidingselementen te bestrijden. Hierdoor komt doelinformatie niet bij de vuurleidingselementen terecht of is het niet mogelijk de vuurmonden of raketlanceerinrichtingen van schietgegevens te voorzien. Pro-actieve GWSB is mogelijk door de inzet van EOV-systemen al dan niet in combinatie met UAS. De inzet van de Multi Missie Radar (MMR) als wapenlocatieradar is een reactieve manier van GWSB. De MMR kan alleen doelinformatie leveren als vijandelijke artillerie actief is. Deze doelinformatie is de basis voor inzet van eigen artillerie om de vijandelijke artillerie te bestrijden. Reactieve GWSB vereist een zeer korte sensor-to-shooter connectie. PULS lanceersysteem op Scania Gryphus 8×8

De toegevoegde waarde van raketlanceersystemen

In de defensienota 2022 stonden twee maatregelen die invloed hebben op veranderingen binnen de Nederlandse Artillerie: versterken Vuursteun en Raketartillerie. Deze maatregelen omvatten de groei naar 2 identieke (brigade-)afdelingen met voor iedere afdeling, naast twee PzH200 batterijen, een batterij raketlanceerinrichtingen en een sensorpeloton. Het sensorpeloton moet binnen de afdeling doelinformatie gaan leveren voor vuren in de diepte van het gevechtsveld en grondwapensysteembestrijding. Voor de 8 raketlanceerinrichtingen per batterij is gekozen voor de PULS . Net als de PzH2000 is de PULS 24/7 en onder alle weersomstandigheden inzetbaar. Beide systemen zijn essentieel voor voldoende vuurkracht en geven de mogelijkheid tot schaalbaarheid in het gebruik van artillerie. De PULS is primair gericht op grootschalige gevechtsoperaties en kan heel precies en over grote afstand een doel raken. Afhankelijk van de gekozen raket heeft het systeem een bereik van tientallen tot honderden kilometers.

Door de bezuinigingen van de afgelopen decennia is bij veel landen artillerie, met name raketartillerie, wegbezuinigd. Binnen het optreden van de brigade kan de raketbatterij een veelheid aan doelen tegelijkertijd in de diepte van het gevechtsveld van de brigade aangrijpen. Primaire doelen zijn vijandelijke C2-elementen op regiments-, brigade- en divisie niveau en van de vijandelijke artillerie. De aanschaf van de PULS maakt het mogelijk de hogere niveaus van de brigade (divisie, corps) met vuur te versterken door doelen te beschieten die deze niveaus opdragen. Daarnaast biedt een systeem als de PULS voor Nederland de mogelijkheid om 56th Artillery Command met vuurkracht te ondersteunen. Deze eenheid vormt de kern van een Theatre Fires Command (TFC) dat in voorkomend geval aan de NAVO wordt aangeboden om de A2AD-dreiging in Europa aan te grijpen teneinde ontplooiing van NAVO-eenheden in Oost-Europa mogelijk te maken. A2/AD-dreiging: Dracht van Russische raketsystemen vanuit Kaliningrad.

Voordelen van een functioneel systeem, het vuursteunsysteem

Corps- en divisieniveau kunnen de afdeling de opdracht geven doelen te bevuren. Het gebruik van deze capaciteit en andere randvoorwaarden zijn uiteindelijk geregeld in het brigadebevel via de zogenaamde hiërarchieke lijn. De informatie uit het brigadebevel vormt het kader voor de uitvoering via de functionele lijn. Deze functionele lijn verbindt de vuursteunsystemen van de respectievelijke niveaus via de artillerie C2-elementen. Op deze manier werkt het vuursteunsysteem als een system-of-systems. Dit werkt versnellend in de overdracht van doelinformatie .Door goed gebruik van de functionele lijn kan in de gehele diepte (en breedte) van het gevechtsveld (van het Corps!!) vuur in korte tijd daar waar nodig of vereist, geleverd worden. In voorkomend geval ook door de brigade-afdeling. Een dergelijke manier van werken functioneert alleen als de te gebruiken procedures eenduidig zijn en er een goed werkend en interoperabel C4I-systeem is.

Belang van een goed werkend C4I-systeem

De basis voor het vuursteunsysteem zijn sensoren, C2-elementen van de artillerie en de vuurmonden/raketlanceerinrichtingen, die geografisch gescheiden van elkaar functioneren. Overdracht van informatie via een verbindingsmiddel is dan ook cruciaal. Gebruik van indirect vuur is óf kritisch in een bepaalde situatie óf tijd-kritisch. Beide situaties vereisen een C4I-systeem dat in staat is doelinformatie tijdig over te brengen én te verwerken tot schietgegevens na een tactische doelanalyse én deze schietgegevens tijdig bij de vuurmonden of lanceerinrichtingen te brengen. Daarnaast dient het C4I-systeem te voorzien in contact met de coördinerende elementen in staven. Contact met het brigadeniveau is noodzakelijk om aanvullende bevelen te ontvangen en de brigade te voorzien van informatie over de situatie van de afdeling. Verder is goed contact noodzakelijk met de collega’s in de logistieke lijn voor de opvoer van klasse I tm V. Hierbij speelt de opvoer van artillerie-munitie een hoofdrol, immers zwaar in gewicht, groot in volume. Een goed werkend C4I-systeem voor de brigade-afdeling dient aan een aantal eisen te voldoen. Allereerst ruim voldoende bandbreedte om informatie over te dragen. Daarnaast voldoende bereik om de verschillende sensoren binnen de brigade met de afdeling te kunnen verbinden. Ook dient het systeem een vorm van redundantie te hebben. Niet alleen voor wat betreft de verschillende knooppunten in het (radio-)netwerk, maar ook voor de vuurleidingsapplicaties en de systemen waarop deze functioneren. Om te kunnen communiceren met een hoger niveau (meestal van een andere nationaliteit) dient het C4I-systeem interoperabel te zijn. Hiërarchische lijn en functionele lijn

De generieke taken van de artillerie

De afdeling artillerie, bestaande uit 2 PzH2000 batterijen, een raketlanceerbatterij en een sensorpeloton, levert zijn bijdrage aan het gevecht van de brigade door een aantal generieke taken.

De uitvoering van opgedragen vuren wordt opgedragen door het divisie-niveau of in voorkomend geval het Corpsniveau. Indien succesvol dragen deze vuren bij aan het creëren van randvoorwaarden voor succes van het eigen brigade-niveau.

De brigadecommandant geeft in zijn bevel aan wat de rol van de afdeling is in het brigade-optreden. Een grote rol kan zijn weggelegd in het conditioneren van elementen van de vijand, voordat deze in gevechtscontact zijn met de eigen gevechtseenheden. De uitvoering vindt plaats door afgifte van vuren in de diepte van het gevechtsveld, ook wel diepe vuren genoemd. Daarnaast kan de afdeling een rol hebben in het behouden van gevechtskracht door de bestrijding van vijandelijke indirecte systemen, ook wel GWSB genoemd of Counter Battery Fires. De uitvoering kan pro-actief dan wel reactief plaatsvinden. Tenslotte heeft de afdeling nog steeds een verplichting naar de gevechtseenheden om deze in voorkomend geval met vuur te versterken. De mate waarin en met welke prioriteit is terug te vinden in het brigadebevel.

Slot

In dit artikel is in het kort beschreven waar de artillerie momenteel staat. In een drietal volgende artikelen wordt dieper ingegaan wat de generieke taken van de artillerie betekenen voor het optreden binnen de brigade, wat de rol en taak is van de brigadestaf, hoe een afdeling functioneert met sensorinformatie die niet organiek tot de afdeling behoren en op welke manier een gevechtsbataljon wordt versterkt met (indirect) vuur. Ook is aandacht besteedt aan het raketlanceersysteem PULS. Met de raketcapaciteit in de vorm van de PULS beschikt de artillerie over hoogwaardige technologie die de escalatiedominantie vergroot. Hiermee draagt Defensie bij aan een krachtiger NAVO en EU en een veiliger Europa, in het belang van Nederland.

Andere artikelen

VETERANEN

VETERANEN Nederland kent in totaal ongeveer 130.000 militaire veteranen. Deze groep bestaat uit ongeveer 100.000

Lees verder »
Login ledengedeelte VOAWEB