Vooraf: dit verslag omvat de waarneming van de schrijver en is dus niet een volledige rapportage. In het verslag lijkt dat Lkol JP Tiedink het leeuwendeel voor zijn rekening heeft genomen. Dit is een vertekend beeld. Lkol JP Tiedink was gevraagd in te zoomen op het brigadevuursteunsysteem en aangezien ik dit van een grote inhoudelijke waarde vind voor ons allen, ben ik hier meer uitgebreid op in gegaan.
Voor diegene die de gehouden presentaties van de bijeenkomst nogmaals willen inzien, graag contact opnemen met het DEC JFS van het VustCo.
Verslag van de gehouden bijeenkomst op 17 oktober 2024

Volgens de planning en de verstuurde uitnodigingen is op donderdag 17 okt 2024 alweer de 4de bijeenkomst gehouden van het project “Vechten met Vuur”.
Met het project Vechten met Vuur ondersteunt het VustCo in samenwerking met de VOA en VOOA de groei en reorganisatie van de artillerie naar en voor een operationele inzet in het kader van hoofdtaak 1, ofwel het grootschalig conflict. De thema’s voor deze bijeenkomsten werden op een dusdanige manier gekozen dat ze pasten bij de stappen die in het reorganisatietraject werden gemaakt en wat dit betekende voor het tactisch optreden van onze artillerie in vooral het brigadegevecht.

Met het aantreden van de nieuwe Commandant VustCo, Kolonel Rob ten Horn, is in de bijeenkomsten Vechten met Vuur een nog duidelijkere focus gezet op het tactisch optreden als brigade vuursteunsysteem en laat hij de voortgang van het reorganisatietraject minder bepalend zijn. Hierdoor worden de onderwerpen van de bijeenkomsten meer afgestemd op de “operationele behoefte” aan informatie en dus gewenste kennis!

Het gekozen thema voor 17 oktober was de “de brigade artillerie” en de “visie van het Verenigd Koninkrijk op de inzet van artillerie in een grootschalig conflict”. De motivering hiervoor was de weg die we ingeslagen zijn met het weer onderbrengen van de afdelingen artillerie bij de brigades. 41 AfdVA bij 13 LTBRIG en 11 AfdRA bij 43 MECHBRIG. Beide afdelingscommandanten kregen het podium om hun boodschap, prioriteiten en way ahead voor het voetlicht te brengen. Natuurlijk ingeleid door de C-VustCo, die als vuursteun adviseur van CLAS zijn Artillerie analyse op tafel legde. Het is altijd belangrijk en wijs om als probleemeigenaar naar anderen met soortgelijke problemen te luisteren. Vandaar gaf de Chief JOINT Fires & Influence Branch van HRF-HQ Allied Rapid Reaction Corps (ARRC), Brigadier Rob Alston, in het middagprogramma de GBR-visie op de inzet van vuursteun in het grootschalig conflict.

De smeerolie, gedurende en tussen de verschillende briefings in, werd gedoseerd toegediend door de Genmaj bd Rob Jeulink, die als dagvoorzitter de diepgang vergrootte en zeer zeker ook de relatie spreker-publiek bevorderde. En publiek was er! Onze “default-locatie” de brandweer remise ASK-LbO was op een professionele wijze omgebouwd in een briefing-ruimte welke plaats bood aan 200 officieren en onderofficieren van ons wapen en zelfs nog een 30-tal bedrijfsrelaties van de Stichting Artillery Business Club (ABC).
Na een enkele mededeling van mijn kant, als voorzitter Gunners, om het programma enige structuur te geven, heette Kol Rob ten Horn eenieder van harte welkom. In zijn inleiding kwamen aspecten als perceptie van de veiligheidsomgeving, de verregaande ontwikkelingen in techniek en de impact hiervan op NATO aan de orde. Zo kwam hij ook uit op het “nieuwe” NATO Force Model (NFM) dat weer vooral het werken met grote tactische formaties inhoudt, maar ook op de nog steeds grote afhankelijkheid van de USA en de effecten hiervan op de Nederlandse Defensie-groei. En zo daalde hij af naar CLAS en het gereed stellen voor hoofdtaak 1, optreden in het grootschalig conflict met het adagium:
WILLEN – SLIMMER – KUNNEN
VECHTEN

Met daarbij uitleg over onder andere de mentale aspecten, de “nieuwe middelen” en sustainability. De focus vandaag is “operationeel” en we gaan van laag naar hoog. En voor de artillerie horen daar een gelaagd vuursteunsysteem bij en een heldere doctrine met bruikbare operatieconcepten en TTP’s!
Eenheid van opvatting is essentieel: samen dezelfde mindset!
In het spanningsveld van: ‘nu gereed zijn’ versus ‘nu bouwen’ moeten de juiste keuzes gemaakt worden en gebaseerd zijn op snelheid, eenvoud, vertrouwen en focus! Als C-VustCo wil hij gaan versnellen, (bij)sturen met Vuursteunbulletins, en niet alles hoeft perfect te zijn.

Zijn uitgangspunten zijn:
De brigade moet het gevecht met eigen middelen kunnen voeren;
13 LTBRIG en 43 MECHBRIG beschikken over een identiek vuursteunsysteem;
De NFM levert een prima focus;
NLD Brigades moeten kunnen optreden in DEU Divisie verband;
Het gebruik van ‘functionele’ lijnen;
Focus van de artillerie in het brigade gevecht is ‘deep’;
Niet altijd krijgen wat je vraagt.

Op de vraag van de dagvoorzitter, ‘Rob wat is nu echt je focus’, antwoordde C-VustCo: de kracht van het vuursteunsysteem van de brigade! Met daaraan toegevoegd de prioriteiten: elkaar steunen, vulling, en de balans van nu gereed zijn – en nu groeien.
Daarna werd het podium overgenomen door Lkol JP Tiedink, Commandant 11 Afdeling Rijdende Artillerie (Afdra). In zijn presentatie richtte hij zich op het brigadevuursteunsysteem (en de synergie van het systeem: 1+1=3) en de oprichting van de afdeling.
Hij sprak over het gevechtsveld van de toekomst: HITECH met loopgraven, jamming, loitering en CEMA.
Hij gaf aan dat voorlopig de 11 Afdra en de DEU 325 Afd art uit Munster het artillerie vermogen vormen van de DEU 1 Divisie.
Voor het gevecht van 43 MECHBRIG onderstreepte hij het belang van het wederkeren van het tankbataljon en de zware mortieren. Dit stelt de afdeling in staat om op de eerste plaats het diepe gevecht van de brigade te domineren, ten tweede het nabijgevecht te versterken en ten derde de vuursteun capaciteit van de divisie te versterken met bijvoorbeeld CBF.
Maar waar staan we nu en waar moeten we naar toe?
Commandant 11 Afdra vervolgt zijn verhaal. Nu is 11 Afdra nog een groep kwartiermakers. De afdeling moet gevuld worden en er moet aan een relatie gewerkt worden met 43 brigade. En dit is vooral mensenwerk!
De eerste schietserie is gepland in 2025, waarin met het brigadevuursteunsysteem wordt getraind.
We hebben afgelopen periode een aantal workshops doorlopen met als uitkomsten:
We moeten samen denken en samenwerken als vuursteunsysteem en niet als een enkel onderdeel ervan;
De afdeling plant simultaan met de brigade. En dit is essentieel voor het invullen van het diepe gevecht;
De rol van de afdelingscommandant als commandant maar ook om meer centrale sturing aan het brigadevuursteunsysteem te geven en dit in samenwerking met de brigade VSO.
Het belang van eenheid in het gebruik van begrippen en dit in samenhang met “eenvoud”;
Verbindingen als essentiële schakel op het eigen niveau, maar ook naar het hogere en lagere tactische niveau;
Fires en prioriteiten! Van een ingeschat vijandelijk optreden met High Value Targets naar keuzes en besluiten gaan over High Pay-off Targets. En bestrijding met Fires geprioriteerd via een EGM.
Het verwerken van inlichtingen en de koppeling met doelopsporing. En het operationaliseren van slimme en snelle procedures bij het koppelen van doelopsporing aan doelbestrijding. Denk hierbij aan de sensor-shooter link ten behoeve van Counter Battery Fires.
Het doordacht manoeuvreren in het brigadevak, met gebruik van AMAs en een tijdige coördinatie met de manoeuvre bataljons.
Meer dan alles is het belang van een duidelijk “Concept of Fire Support”, waarin vermeld wordt, binnen de kaders van het operationeel raamwerk, waar en met welk doel vuursteun wordt ingezet. En waarin heldere keuzes worden gemaakt.
Effort dient gestoken te worden in het bedenken van oplossingen voor de sustainment van het vuursteunsysteem in het gevecht. Dit geldt voor logistiek, denk hierbij aan een ‘DOS’ van 180 schoten/PZH/dag! Dit vergt een enorme inspanning, hoe gaan we dit doen?. Maar ook het inzet gereed houden van zowel PZH als de bediening. De huidige norm van Notice to Fire van 2 minuten is P-technisch niet langdurig
vol te houden. En bescherming. Zeker met de wetenschap van drone/UAS-dreiging zorgen, naast actieve bestrijdingssystemen, spreiding en camouflage bijbehorende TTPs voor overleving.
C-11 AfdRA sloot af met het belang van trainen en oefenen, het delen van informatie tussen 11 AfdRA en 41 AfdVA en de hartenkreet dat de komende tijd goed gebruikt moet worden.
Op de vraag van de dagvoorzitter welke prio’s C-11Afdra nu boven aan zet, was het antwoord: Command & Control, snelheid en verbindingssystemen.
Lkol John Haasnoot startte als C-41 AfdArt met het belang van relation-building met de brigade, 13 LTBRIG. Na zolang, als artillerie, weggeweest te zijn bij de brigade staat dit voorop. Het gaat hier om aan elkaar wennen, informatie en kennis delen en zeker om vertrouwen in elkaars kunde.
Dat de afdeling direct op een rijdende trein is gesprongen werd duidelijk in de uitleg over de NATO Force Model-planning waarin de afdeling al aan deelneemt. Zo komt het “echie” al heel dichtbij. En dit vergt de nodige effort en capaciteit van de afdeling.
C-41 AfdArt vertelde over de wijze waarop 13 LTBRIG het TPLF uitvoert, waarbij C-13 LTBRIG het brigadebevel na 6 uur plannen gereed wil hebben. Zwaar in de Command-Pull en snel over het brigadegevecht heen stappend naar het bataljonsgevecht. Hier gaan de brigade en de artillerie nog nader tot elkaar komen, zeker wanneer men bijvoorbeeld rendement wil halen uit het diepe gevecht. Brigade targets moeten op de kaart en de Effects Guidance Matrix (EGM) is hierbij een zeer bruikbare staf-tool.

De dagvoorzitter vroeg hoe de reactie was van de manoeuvre commandanten op het feit dat de artillerie de focus legt op het diepe gevecht. C-41 AfdArt antwoordde hierop dat hier goede coördinatie en gesprekken over gevoerd worden met de brigadestaf, in het bijzonder met het Brig JFSCC, en de manoeuvre commandanten. En dan is er zeker begrip.

In de afsluitende Q&A van het ochtendprogramma bond Genm bd Rob Jeulink, als dagvoorzitter, op een zeer inhoudende en prettige wijze het publiek op de sprekers. De Q&A ging over sensoren, de uitleg van Lgen bd Ton van Loon over verschuivende domeinen, over samenwerking met de manoeuvre en communicatie met de VSOn en FSTn. Maar ook over eventuele weerstand van C-13 LTBrig die er volgens C-41 AfdVA niet echt is als je maar goed coördineert. En de ervaring van onze pelcn, die de artillerie-groei en reorganisatie redelijk doorstaan door het meedenken met de hogere niveaus.
Na een prima verzorgde lunch, het strekken van de benen, het bezichtigen van het uitgestalde materiaal, wat rokerij en het invoegen van de zakenrelaties van de stichting Artillery Business Club, was het woord wederom aan de dagvoorzitter die met hulp van Kolonel Rienk Sijbrandi de key-note speaker van de bijeenkomst aankondigde.
Brigadier Rob Alston, de Chief JOINT Fires & Influence branch van HRF HQ ARRC uit Gloucester, Engeland. Die zeer enthousiast zijn rol in de Vechten met Vuur-bijeenkomst op zich nam en heeft uitgevoerd.

De Brigadier sprak vooral over de inzet van Fires op het hogere tactische niveau, ofwel de “Corpsfight”. Waar de “deep” gedomineerd wordt door artillerie en de manoeuvre de “close” voor haar rekening neemt. Maar waar ook de manoeuvre een “shaping” opdracht kan krijgen om de artillerie “decisive” te laten zijn.
De Brigadier zoomde in op de NATO-structure, wat weer zeer opportuun is in het nieuwe NATO Force Model en hij onderstreepte de Lessons Learned van de Ukraine-war als de “character of modern warfare”.
Verder kwamen aan de orde het belang van multi-domain operations en de uitvoering van een effectief Targeting-proces waarin ook het belang van een Aviation brigade als een strike-asset genoemd werd.
Ook ging de Brigadier in op artillerie groepering waarbij als voorbeeld werd gegeven het groeperen van de artillerie afdelingen op divisie niveau tot een divisie artilleriegroep, om zodoende meer slagkracht te genereren in het diepe gevecht.
Al met al een zeer waardevolle briefing over de inzet van vuursteun op de met name hogere tactische niveaus. Iets dat ons zeker van nut kan zijn bij het formuleren van ons optreden als NLD brigade in DEU divisie-verband.
In de dag afsluitende Q&A werd opnieuw door de dagvoorzitter op een zeer innemende wijze de verdieping gevonden door de juiste mensen de “beurt” te geven en een passend antwoord te ontlokken bij de sprekers.
En na de laatste vraag werden de sprekers en met name Brigadier Rob Alston bedankt voor de inzet, wijze woorden en enthousiasme.
Het programma werd gezellig afgesloten met een hapje en een drankje en we kijken uit naar de volgende bijeenkomst die gepland staat op de jaardagmiddag 9 januari 2025.






















