Barbara-vande-erevoorzitter

Voorzitterschap VOA, 14 mei 2009 tot 19 mei 2022

Voor een blik in het verleden van onze Vereniging bieden oude nummers van ons blad voldoende aanknopingspunten en vormen voor mijn terugblik een geheugensteuntje. Het is niet verrassend dat het doorbladeren en deels herlezen zeer interessant is en vele herinneringen oproept. Ik heb er veel plezier aan beleefd en kan het iedereen aanbevelen. In het onwaarschijnlijke geval dat u oude nummers niet hebt bewaard: een complete serie jaargangen van de Sinte Barbara bevindt zich in het documentatiecentrum van het Artilleriemuseum.

Bij mijn aantreden als voorzitter op 14 mei 2009 trof ik nog een behoorlijk groot ledental aan van boven de 1200 en afdelingen die nu niet meer bestaan. Mijn voorganger zag de onvermijdelijke afname van het aantal leden al en bracht de discussie binnen de ledenraad op gang om het tij te keren. Tijdens mijn voorzitterschap is die discussie voortgezet en is getracht door vernieuwingen en imagoverbetering de ledenaanwas te stimuleren, maar uiteindelijk was er geen kruid gewassen tegen de uitholling van ons Wapen en het nog slechts mondjesmaat aanstellen van reserveofficieren. Met dien verstande dat onze jonge collega’s van de KMA voor enthousiaste en belangrijke nieuwe aanwas zorgden, die echter het verloop door vooral het overlijden van leden niet kon compenseren. Lezend in de verslagen en in de lijsten van bestuursleden van het landelijk bestuur en de afdelingen kom ik tal van namen tegen van kameraden die ons inmiddels zijn ontvallen. In onze vereniging was en is ieder lid even belangrijk en zonder iemand tekort te willen doen noem ik toch een paar bekende namen. Zo was bij mijn aantreden Bgen b.d. Brüning erevoorzitter en Genmaj b.d. Bouman was erelid; Lgen b.d. Loos was nog voorzitter van de Afdeling ’s-Gravenhage. We hadden toen nog de afdelingen Twente onder voorzitterschap van Elnt b.d. Gleis en ons Belgische correspondentieadres met als vertegenwoordiger Reserve Maj b.d. Al.

Wat is er zoal gebeurd in de afgelopen jaren? Om maar mee te beginnen werd ons eigen verenigingsorgaan de Sinte Barbara, als een van de pijlers onder onze Vereniging in een nieuw jasje gestoken en gingen we van zes naar vier nummers per jaar. Niet alleen het aanzien veranderde, maar ook de inhoud, met meer aandacht voor het vakgebied zonder de belangrijke inbreng van de afdelingen te verwaarlozen. C-OTCVust werd in eerste instantie eindverantwoordelijk voor het blad, maar vanaf 2012 trad een splitsing op tussen C-VustCo (een nieuwe benaming van het OTCVust) als hoofdredacteur en de eindredacteur die voor het redactionele werk en dergelijk zorgde. Het aanzien werd in de jaren erna nog diverse keren aangepast, onder andere na overstap naar een nieuw vormgever en drukker op voorstel van onze nieuwe eindredacteur die in 2018 aantrad. Het professionele aanzien van het blad en de vakinhoud droegen er mede aan bij dat de opgerichte Stichting ABC met succes contacten kon leggen met het bedrijfsleven met als belangrijk doel bekostiging en verdere ontwikkeling van ons blad. Parallel daaraan werd ook de website een aantal keren vernieuwd en de technische mogelijkheden ervan werden uitgebreid, uiteindelijk onder andere resulterend in een digitale versie van de Sinte Barbara en de mogelijkheid voor de afdelingen zelf content toe te voegen.

Er werden nieuwe afdelingen opgericht in 2012 voor actief dienende officieren, vanuit het besef dat, hoewel alle leden even belangrijk zijn, er toch verschil in beleving is tussen actief dienende officieren en zij die hun militaire loopbaan hebben afgesloten als beroepsofficier of reservist. We kregen de afdeling Gunners voor de grondgebonden vuursteun (eerst ‘de Knobbel’ geheten), de afdelingen Grondgebonden Luchtverdediging (GLVD) in de Peel en ook de Cadetten Wapenvereniging der Artillerie ‘de Artillerist’ werd een volwaardige afdeling. Daaraan gekoppeld kon een cadet onmiddellijk lid worden van onze vereniging en hoefde niet langer vier jaar lang als aspirant lid te bewijzen dat hij of zij een lidmaatschap waardig waren.

Er kwamen ook meer activiteiten voor actief dienende officieren zoals symposia over het vakgebied. Daarnaast werd aandacht geschonken aan hun persoonlijke ontwikkeling met workshops op Nijenrode, het E-portfolio en werd het initiatief genomen voor ‘Gunners Support’ om de officieren die al dan niet noodgedwongen de dienst zouden verlaten verder te helpen. Dit alles werd ondersteund door ieder lid een netwerk te bieden, zowel binnen als buiten Defensie, waarbij de inbreng van (ex) reserveofficieren een belangrijke rol speelde. Kijkend naar de leeftijdsopbouw van het ledenbestand, bleek dat het aandeel van het middenkader relatief klein was. Tegelijk werd het belang daarvan benadrukt aangezien dit middenkader voor jonge aankomende officieren van belang was als rolmodel. De oproep aan dit middenkader was dan ook hun verdere ontwikkeling te ondersteunen en daartoe lid te worden van onze Vereniging.

De post-actieve officieren werden niet vergeten. Zo werd er een voorstel ontwikkeld die post-actieve officieren op een systematische manier weer aan het werk te helpen binnen Defensie voor zover zij daar behoefte aan hadden en Defensie een beroep wilde doen op specifieke kennis en ervaring. Dit had alles te maken met de groeiende tekorten aan personeel op alle niveaus en de toegenomen werklast. Het initiatief is om tal van redenen niet van de grond gekomen, maar het toont wel aan dat onze Vereniging aan de slag ging met nieuwe ideeën die werden aangedragen om de aantrekkelijkheid en het nut van een lidmaatschap te vergroten. Uiteraard kwamen ook activiteiten aan bod die voor alle leden van belang, nuttig of plezierig waren, om zo de eenheid te bevorderen, zoals de traditionele Algemene Ledenvergadering en het Galafeest, dat inmiddels na een groot aantal succesvolle jaren minder in de belangstelling is komen te staan.

Door enkele statutenwijzigingen werden de veranderingen in onze Vereniging verankerd. Met die van 11 mei en 23 juni 2011 werd het aspect ‘bijdragen aan bevorderen vakmanschap’ aan de doelstellingen toegevoegd. In 2019 werd de laatste statutenwijziging doorgevoerd waarin onder andere de mogelijkheden voor een lidmaatschap werden verruimd, maar waarin de oude afdelingsstructuur van de VOA werd gehandhaafd. Hieraan was een lange discussie vooraf gegaan, al vanaf 2016, waarbij inspelend op de krimpende afdelingen en gebrek aan bestuurscapaciteit daarbinnen, een aantal opties werd ontwikkeld. Naast het handhaven van de huidige situatie werd ook nagedacht over een meer regionale of zelfs landelijke structuur. Hoewel uiteindelijk de structuur niet veranderde was het eindresultaat wel dat een aantal bestuur ondersteunende maatregelen werd vastgelegd.

Voor mijzelf was het terugkerende thema de ontwikkelingen binnen Defensie zoals die naar voren kwamen in diverse beleidsdocumenten en defensienota’s. Ontwikkelingen die ook voor ons Wapen van belang waren en zijn. Mijn toon was vaak kritisch en pessimistisch en lange tijd liet het zich aanzien dat het met onze krijgsmacht nooit meer goed zou komen. Gelukkig is er sprake van een ommekeer, maar we moeten tegelijkertijd constateren dat nog een lange weg is te gaan. Het kost vele jaren om wat is afgebroken weer op te bouwen, zelfs als de politieke bereidheid om in de krijgsmacht te investeren blijft bestaan wanneer de internationale veiligheidssituatie minder zorgen baart.

Ook heb ik herhaalde malen het belang van de VOA benadrukt vanuit verschillende invalshoeken. Met behulp van velen, medebestuurders en leden die hun diensten aanboden, zijn allerlei vernieuwingen doorgezet met meer of minder gunstig resultaat. Wat echter altijd onveranderd is gebleven, zijn onze oude doelstellingen en waarden van kameraadschap, saamhorigheid en wederzijds vertrouwen en natuurlijk traditiehandhaving. Zij hebben nog niets aan belang en kracht verloren aangezien in een krijgsmacht de mentale component veelal van doorslaggevend belang is en omdat zij ons ons leven lang blijven verbinden.

Andere artikelen

Login ledengedeelte VOAWEB