WARFIGHTER: lessen voor luchtverdediging binnen het divisieoptreden

WARFIGHTER: lessen voor luchtverdediging binnen het divisieoptreden

De oefening WARFIGHTER 2026 was een Command Post Exercise (CPX) die van 1 tot en met 26 maart 2026 plaatsvond in Grafenwöhr, Duitsland. De oefening vormde de certificering van de Duitse 10e Pantserdivisie (10 AD) onder leiding van het Amerikaanse V Corps.

Naast de certificering werd de oefening benut om de Standard Operating Procedures (SOP’s) van zowel de divisie als de deelnemende brigades te testen en verder te ontwikkelen. Daarnaast dienden de resultaten als voorbereiding op de CREVAL-oefening RAPID RAPIER later dit jaar.

De divisie bestond uit de Duitse 37e Brigade, 45e Brigade, 12e Brigade en de Duits-Franse Brigade, aangevuld met de 13e Lichte Brigade en divisietroepen, van onder andere het OOCL.

Nederlandse bijdrage

De Nederlandse bijdrage aan de oefening werd onder andere geleverd door 13 Lichte Brigade in de vorm van het 13 Brigade Combat Team (13 BCT), dat optrad als Lower Control (LOCON) en Simulatiecel.

WARFIGHTER: lessen voor luchtverdediging binnen het divisieoptreden

Daarnaast leverde het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC), conform het NATO Force Model Tier 2 (NFM), een bijdrage met 13 Luchtverdedigingsbatterij “Ypenburg” (13 Luverdbt). Deze stafofficieren Air Defence werden toegevoegd aan het Tactical Operations Centre (TOC) van 13 BCT.

13 Luverdbt nam deel als Very Short Range Air Defence (VSHORAD)-eenheid, bestaande uit drie pelotons. Deel van de Duitse divisietroepen was 61Flrakgruppe die deelnam met hun Future Force Battalion bestaande uit IRIS-T SLM (MRAD), IRIS-T SLS (SHORAD) en Skyranger (C-UAS).

Command & Control

Tijdens de oefening was voor het eerst op divisieniveau een stafofficier Air Defence aanwezig in de vorm van de commandant van 61 Flarakgruppe. Daarnaast beschikten alle Duitse brigades over een eigen stafofficier Air Defence. Hierdoor ontstond binnen de divisie een functionele Air Defence-keten.

WARFIGHTER: lessen voor luchtverdediging binnen het divisieoptreden

Dit was bijzonder, aangezien Duitse divisies en brigades organiek nog niet beschikken over eigen luchtverdedigingseenheden. Duitse luchtverdedigingseenheden zijn namelijk ondergebracht bij de Luftwaffe.

Binnen de oefening was daardoor sprake van een geïntegreerd luchtverdedigingsplan. De divisie besloot alle MRAD-eenheden centraal aan te sturen, terwijl de SHORAD- en VSHORAD-eenheden onder bevel van de brigades werden geplaatst.

Operationele lessen

De belangrijkste leerwinst lag niet zozeer in het daadwerkelijk plannen en uitvoeren van luchtverdediging — daarvoor was de simulator onvoldoende toereikend — maar vooral in de afstemming tussen luchtverdedigingseenheden.

WARFIGHTER: lessen voor luchtverdediging binnen het divisieoptreden

Tijdens de eerste fase van de operatie fungeerde 13 BCT als main effort van de divisie. Uit de dreigingsanalyse bleek echter dat het effect van 13 Luverdbt onvoldoende was om de brigade zelfstandig te beschermen.

Deze analyse werd voorgelegd aan de Air Defence Cell van het divisiehoofdkwartier. Vervolgens werd besloten tijdelijk een luchtverdedigingseenheid van een andere brigade onder bevel van 13 BCT te plaatsen. Hierdoor ontstond intensievere coördinatie tussen de luchtverdedigingseenheden van de brigades, met als doel gedurende de operatie een effectief luchtverdedigingseffect binnen het divisievak te waarborgen.

Gaandeweg de oefening ontwikkelde zich daarnaast een meer geïntegreerde samenwerking tussen de verschillende luchtverdedigingseenheden binnen de divisie. Hierdoor konden eenheden sneller informatie uitwisselen, beter coördineren en operationele prioriteiten effectiever op elkaar afstemmen.

Conclusie

De oefening WARFIGHTER heeft aangetoond dat luchtverdediging binnen het divisieoptreden niet uitsluitend afhankelijk is van beschikbare wapensystemen, maar in belangrijke mate van centrale coördinatie en geïntegreerde commandostructuren. Het beschikbaar hebben van een stafofficier Air Defence op divisieniveau blijkt daarbij essentieel.

Daarnaast werd zichtbaar dat luchtverdediging op divisieniveau vraagt om voortdurende afstemming tussen operationele noodzaak, beschikbare capaciteiten en gewenste effecten. Niet iedere luchtverdedigingseenheid beschikt immers over dezelfde systemen en effecten, waardoor prioritering op divisieniveau noodzakelijk blijft.

De Duitse luchtverdedigingscapaciteit bestond uit MRAD-, SHORAD- en VSHORAD-eenheden. Dit komt grotendeels overeen met de brigade-luchtverdedigingseenheden die voorzien zijn voor de 12e en 13e luchtverdedigingsbatterij. Het was interessant om te zien hoe de Duitsers deze capaciteiten tijdens de oefening inzetten. Dit biedt waardevolle inzichten voor de verdere ontwikkeling van eigen concepten en doctrines.

Andere artikelen

Login ledengedeelte VOAWEB