De derde LUA Tactical Challenge onderzoekt wat nieuwe Airspace Control-concepten betekenen voor het optreden van een brigade.
Een brigade voert een defensieve operatie uit. Twee battlegroups opereren abreast en voeren de tactische activiteit delay uit. Beide eindigen in een block en scheppen daarmee de voorwaarden voor een tegenaanval door twee andere battlegroups. Voor een van de blocks is luchtgebonden vuursteun in de vorm van Apaches toegewezen. In de omgeving van dezelfde engagement area zijn grondgebonden vuursteun en luchtverdediging gepland.
Op de grond kunnen vakgrenzen, opdrachten en vuursteuncoördinatiemaatregelen worden ingetekend. Daarmee is het luchtruim nog niet gedeconflicteerd. De banen van artilleriegranaten en raketten lopen door dat luchtruim. De Apaches moeten het gebied veilig kunnen naderen, er kunnen optreden en het weer kunnen verlaten. Tegelijkertijd moet de luchtverdediging vijandelijke luchtmiddelen bestrijden zonder de eigen luchtgebonden vuursteun te bedreigen. Wie controleert in deze situatie het luchtruim? Welke Airspace Control Means zijn nodig, wie heeft control authority en met welke middelen wordt die controle uitgevoerd?
Wanneer deze editie van de Sinte Barbara op de mat valt, heeft de derde LUA Tactical Challenge waarschijnlijk al plaatsgevonden. De bijeenkomst is gepland op maandag 21 september bij de NLD Air Ground Operations School (NLD AGOS) in Schaarsbergen. Op het moment van schrijven is de uitkomst echter nog onbekend. Dat is geen omissie: ook ik ken het definitieve antwoord niet. De casus is juist bedoeld om verschillende vakspecialisten gezamenlijk te laten onderzoeken wat nieuwe concepten op legerkorpsniveau betekenen voor het dagelijkse werk op brigadeniveau.
EEN GEDEELDE ENGAGEMENT AREA
Airspace Control (ASC) wordt soms benaderd als een vorm van ruimtelijke ordening: een noodzakelijke verzameling procedures en maatregelen om gebruikers van elkaar te scheiden. In de beschreven engagement area raakt ASC echter rechtstreeks aan de effectiviteit van het optreden. Onvoldoende deconflictie kan leiden tot fratricide. Een eigen luchtmiddel kan door de luchtverdediging als dreiging worden behandeld of tijdens de aanvliegroute in conflict komen met de banen van grondgebonden vuursteun. Omgekeerd kan een te restrictieve inrichting ertoe leiden dat vuursteun wordt opgehouden, luchtmiddelen hun vrijheid van handelen verliezen of de luchtverdediging niet tijdig kan optreden.
De afzonderlijke capaciteiten zijn dan wel aanwezig, maar leveren niet vanzelf gezamenlijk effect. Doctrinair wordt fighting power omgezet in combat power door activiteiten te coördineren, synchroniseren en integreren. Interoperabiliteit werkt daarbij als force multiplier. In deze casus is dat geen abstract model: het bepaalt of ART, LUA en luchtgebonden vuursteun gelijktijdig en verantwoord aan het brigadeoptreden kunnen bijdragen.
VAN CONCEPT NAAR BRIGADENIVEAU
In Sinte Barbara nr. 1 van 2026 beschreef LTC Scott Clark in Improving Corps Deep Fires: NATO's Innovations for U.S. Forces onder meer de concepten Joint Air-Ground Integration Center (JAGIC), Air Support Operations Center (ASOC) en ASOC Battle Management Area (ABMA). Dat artikel geeft de betekenis en achtergrond van de begrippen. De ontwikkeling is sindsdien verdergegaan: de concepten hebben een formele plaats gekregen in de NAVO doctrine, terwijl de verdere praktische uitwerking nog in ontwikkeling is.
Daarmee verschuift de professionele vraag. Niet langer alleen: wat betekenen JAGIC, ASOC en ABMA? Maar vooral: wat betekenen ze voor een divisie en voor de brigades daaronder? Binnen een NAVO-structuur bevindt de JAGIC zich op legerkorpsniveau. Besluitvorming en Airspace Control op dat niveau kunnen gevolgen hebben voor de wijze waarop een brigade haar tactische activiteiten plant en laat ondersteunen.
De centrale vraag van de derde Tactical Challenge luidt daarom:
Welke impact heeft de ASOC Battle Management Area op Airspace Control bij een brigade?
Daaronder ligt een praktisch planningsvraagstuk. Hoe wordt een tactische activiteit van een brigade vertaald naar de juiste aanvraag voor Airspace Control Means? Bij wie komt die aanvraag terecht, welke autoriteiten zijn nodig en hoe komt de maatregel uiteindelijk beschikbaar voor uitvoering? In de huidige werkpraktijk wordt voor het implementeren van aanvragen rekening gehouden met een planningshorizon van 72 uur. Blijft die horizon met deze nieuwe inrichting bestaan, verandert hij of vraagt het concept juist om een andere manier van plannen?
EEN TACTICAL CHALLENGE, GEEN TOOK
De deelnemers krijgen geen opdracht om een volledige Course of Action te ontwikkelen. De snapshot toont één relevant deel van het brigadeoptreden en de kaart ondersteunt de discussie. Een terreinanalyse, een volledig besluitvormingsproces en de presentatie van een uitgewerkte COA zouden meer tijd vragen en de aandacht afleiden van de centrale ASC-vraag.
In kleine, gemengde groepen onderzoeken de deelnemers wat nodig is om de snapshot vanuit ART en LUA te ondersteunen. Zij bepalen welke Airspace Control Means passend zijn, wie daarover control authority heeft en met welke middelen de controle praktisch kan worden uitgevoerd. Vervolgens worden de redeneringen gedeeld in een klassikale tactische discussie.

De term challenge verwijst daarbij niet naar een wedstrijd. Het gaat om het professioneel uitdagen van elkaars denkbeelden over het 'hoe'. Een antwoord moet verder komen dan een mening en waar mogelijk worden ondersteund door staande doctrine. Waar doctrine nog geen uitsluitsel geeft, moet de groep precies benoemen welke ontwikkelvraag resteert.
Twee gastsprekers leggen vooraf een inhoudelijke basis. Luitenant-Kolonel B. Matthias, een Duitse luchtmachtofficier en liaison bij Staf CLAS, belicht luchtverdediging binnen het landdomein. Zijn nationale achtergrond en vorming binnen een ander krijgsmachtdeel brengen bewust een ander perspectief in. Luitenant-kolonel J.R. Schouten, werkzaam op legerkorpsniveau en gespecialiseerd in ASC, duidt JAGIC, ASOC en ABMA en brengt ervaring mee uit het beproeven van deze concepten in de werkpraktijk bij 1GNC.
GRONDGEBONDEN VERBONDEN WAPENS IN HET LUCHTDOMEIN
Aan de eerste twee Tactical Challenges namen hoofdzakelijk LUA-officieren deel. Bij deze editie sluiten ook officieren van de Veldartillerie aan. Dat is noodzakelijk, omdat ook de veldartillerie veelvuldig gebruikmaakt van het luchtruim om effecten te bereiken. Projectielen en raketten houden zich niet aan de tweedimensionale vakindeling op de kaart. Tegelijkertijd wordt luchtgebonden vuursteun vanuit de vuursteunketen gepland en aangestuurd, onder meer door Joint Terminal Attack Controllers (JTAC). ART en LUA hebben daardoor een gedeeld belang bij de inrichting en de controle van het luchtruim.
De deelnemersgroep loopt uiteen van startende luitenants tot zeer ervaren hoofd- en opperofficieren. Naast hoofdzakelijk landmachtofficieren nemen ook luchtmachtofficieren deel, onder wie een Duitse collega. De mix is functioneel. De generatie die nog met de PRTL heeft gewerkt, kent de context waarin een brigade deel uitmaakt van een divisie die op haar beurt optreedt binnen het plan van een legerkorps. Jongere generaties brengen actuele ervaringen met oefeningen, huidige systemen en hedendaagse planningsprocessen mee.
Die perspectieven vullen elkaar aan. De context van LSCO is herkenbaar uit het verleden, maar de afstanden, bereiken en aantallen luchtruimgebruikers zijn veranderd. Moderne grondgebonden vuursteun, luchtverdediging en luchtmiddelen moeten over grotere gevechtsvelddimensies worden geïntegreerd. Juist daarom vraagt interoperabiliteit niet alleen om technisch koppelbare systemen, maar ook om officieren die dezelfde begrippen op dezelfde manier gebruiken.
VAN BOEKWERK NAAR STAFADVIES
Het beantwoorden van de centrale tactische vraag is voor deze editie een middel. Het voornaamste doel is het ontwikkelen van een gedeeld begrippenkader. Als speciaal stafofficier moeten wij een zuiver stafadvies kunnen formuleren. Wanneer specialisten verschillende woorden gebruiken voor hetzelfde verschijnsel, of hetzelfde begrip verschillend uitleggen, ontstaat verwarring op het moment dat snelheid en helderheid juist nodig zijn.
Nieuwe concepten vragen daarom meer dan kennisnemen van een publicatie. Vakspecialisten moeten de ontwikkelingen in hun vakgebied volgen, de relevante boekwerken bestuderen en vervolgens onderzoeken wat de beschreven structuren, autoriteiten en processen betekenen voor hun eigen werkcontext. De Tactical Challenge biedt daarvoor een platform, maar de professionele verantwoordelijkheid ligt bij iedere officier zelf.
Plaats uzelf daarom in de engagement area. De Apaches naderen, de grondgebonden vuursteun moet in de diepte kunnen optreden en de LUA heeft haar luchtverdedigingstaak. Welke Airspace Control Means vraagt de brigade aan? Wie heeft control authority? Hoe ver van tevoren moet dit gebeuren? En uiteindelijk: wie controleert het luchtruim?
Noten
- Bronverwijzing: Scott Clark, "Improving Corps Deep Fires: NATO's Innovations for U.S. Forces", Sinte Barbara, nr. 1, 2026, pp. 47-51.
- Noot: De volgende LUA Tactical Challenge vindt plaats op maandag 23 november (locatie volgt) en zoomt wederom in op ASC. Leden van de Afdeling GLVD van de VOA ontvangen automatisch een uitnodiging. Overige geïnteresseerden kunnen mailen naar kare.houthuizen@mindef.nl.






















